Kabinet: boete voor fouten in aanvraag sociale uitkering

DEN HAAG, 22 SEPT. Uitvoeringsorganen in de sociale zekerheid moeten straks boetes opleggen aan mensen die onjuiste of onvolledige informatie geven bij het aanvragen van een uitkering.

Dit willen de bewindslieden van sociale zaken en werkgelegenheid, minister Melkert en staatssecretaris Linschoten. De bewindslieden hebben gisteren een wetsvoorstel met die strekking naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. In het wetsvoorstel staat dat de uitvoeringsorganen - bedrijfsverenigingen, sociale diensten, sociale verzekeringsbank - op gelijke wijze te werk moeten gaan bij het opleggen van sancties en het terugvorderen van uitkeringen die ten onrechte zijn verstrekt.

Voor het geven van onjuiste of onvolledige informatie moeten de organen de aanvrager een boete opleggen van maximaal 5.000 gulden. In dat geval wordt de overtreder niet bij politie en justitie aangegeven. Ook in alle gevallen waarin uitkeringsgerechtigden hun plichten niet nakomen - doordat ze scholing of een baan weigeren - moeten de uitvoeringsorganen sancties treffen, zoals het tijdelijk of blijvend weigeren van de uitkering of een gedeelte daarvan. Sociale diensten hebben deze verplichting overigens al. Verder moeten de bedrijfsverenigingen en de sociale verzekeringsbank (net als de sociale diensten nu al) straks ten onrechte verstrekte uitkeringen geheel terugvorderen; de bevoegdheid hiertoe hebben ze al, maar er is op dit moment nog geen sprake van een verplichting.

Het ministerie schat dat deze maatregelen jaarlijks een besparing van 85 miljoen gulden opleveren. Ze maken deel uit van een al eerder uitgestippeld actieprogramma om uitkeringsfraude terug te dringen. Dat moet tot een blijvende besparing van 310 miljoen gulden op de jaarlijkse uitgaven voor uitkeringen leiden.

Melkert heeft verder op hoofdlijnen een voorlopig akkoord bereikt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over de veranderingen in de algemene bijstandswet, die in een aantal gevallen tot lagere bijstandsuitkeringen zullen leiden. Hij liet de Tweede Kamer gisteren weten dat er voor deze herzieningen nu voldoende draagvlak bestaat. Volgens de VNG is er echter nog geen volledige overeenstemming met de minister, onder meer niet over de invoeringsdatum. De gemeenten willen, nadat de wet in de Tweede en Eerste Kamer is behandeld, ten minste negen maanden de tijd krijgen om de veranderingen door te kunnen voeren. Melkert wil de aanvankelijke invoeringstermijn van drie maanden alleen tot zes maanden uitbreiden.

Ook zegt de VNG dat er meer duidelijkheid moet komen hoe de beoogde bezuiniging van 380 miljoen gulden per jaar op de bijstandsuitkeringen tot stand moet komen. Eerder hadden de gemeenten daarover grote twijfel; om die reden trokken ze hun steun in april van dit jaar aan het akkoord dat ze met toenmalig staatssecretaris Wallage hadden bereikt, alsnog in. Het probleem was dat de gemeenten enerzijds in veel gevallen verplicht werden toeslagen op uitkeringen te betalen en anderzijds toch waren gehouden de beoogde 380 miljoen te bezuinigen. “We zijn nu in goed gesprek met elkaar”, aldus de VNG.

In de nieuwe bijstandswet worden uitkeringen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders gesplitst. Zij krijgen een basisbedrag van respectievelijk 50 en 70 procent van het minimumloon. Alleen als ze kunnen aantonen dat ze werkelijk alleen wonen en met niemand de kosten kunnen delen, moeten de gemeenten hun een toeslag van maximaal 20 procent geven.