IJle schaal op zware voet; Twintigste-eeuws design bij de grote veilinghuizen

Dit weekeinde organiseren de veilinghuizen Christie's en Sotheby's kijkdagen van twintigste-eeuwse ontwerpkunst. Betaalbare en aantrekkelijke verzamelaarsobjecten, waarmee men vooral een jonger publiek wil aantrekken.

Christie's, Cornelis Schuytstraat 57, Amsterdam, inl 020-525 52 57. Kijkdagen: 22 en 23 sept. 10-16u, 24 sept. 9.30-12u. Veiling: 24 sept, 14u

Sotheby's, Rokin 102, Amsterdam, telefoon 020-627 56 56. Kijkdagen: 23, 24 en 25 sept. 10-16u. Veiling 20ste-eeuwse design: 28 sept, 10.30 en 14u.

Vazen, pullen en glazen, een oude bureaustoel, wat vooroorlogse kunstboeken - te dierbaar om weg te gooien, maar hopeloos ouderwets: zo zouden sommigen misschien de voorwerpen zien die het komende weekeinde bij de twee grote veilinghuizen in Amsterdam, Christie's en Sotheby's, worden aangeboden. Het zijn vooral objecten uit het begin van deze eeuw, een tijd waarin kunstenaars, critici en kopers nog niet benauwd waren voor het woord 'schoonheid'. Integendeel, schoonheid was waar het om ging.

De veilinghuizen, die hun roem vanouds meer ontlenen aan hun astronomische prijzen voor impressionisten en incunabula, nemen tegenwoordig toegepaste kunst als deze au sérieux. Dat heeft tweeërlei achtergrond. Ten eerste groeit de belangstelling voor kunst van rond en na de eeuwwisseling, ook bij de musea en het publiek. De minachting voor alles wat niet kaal en functioneel is, en daarmee een directe voorloper van het modern design, is definitief passé.

Ten tweede is voor de veilinghuizen zo'n trend ook om andere redenen welkom. Twintigste-eeuwse ontwerpkunst is nog een betaalbaar en aantrekkelijk verzamelaarsobject; de catalogi van beide huizen vermelden kavels vanaf de opmerkelijk lage prijs van twee-, driehonderd gulden. Prijzen waarvoor hun Londense en Newyorkse vestigingen de neus zouden ophalen. Maar Nederland is een apart geval, een democratisch buitenbeentje in de veilingwereld.

Dat zij betaalbaar zijn, en lang veronachtzaamd, neemt niet weg dat hier prachtige dingen ter veiling gaan. Je hoeft maar naar de elegante lijnen van een glazen karaf van A.D. Copier te kijken, of naar een eikehouten stoel van Michiel de Klerk, om te beseffen hoe sterk en zelfbewust de stijl van Nederlandse ontwerpers in deze periode was. De Amsterdamse school, beroemd niet alleen in architectuur maar ook in meubelkunst, en de Leerdamse glasmeesters waren uniek in de wereld.

Het is mogelijk dat alleen Nederlandse ogen ze ten volle kunnen appreciëren. Ik kon de mijne niet afhouden van een grote glazen schaal met voet, ontworpen door Chris Lebeau, die bij Christie's in de veiling komt. De ijle schaal, een stuk zeepbel, versierd met één enkele ribbel, is 'annagroen', een karakteristieke, lichte kleur groen. Hij rust op een massieve voet van donkerpaars, vrijwel zwart glas. Dat zichtbare contrast in gewicht maakt het geheel zo fascinerend. De schaal (geschat op 2500 tot 3000 gulden) is één van een reeks Lebeau-ontwerpen in dezelfde trant die bij Christie's staan.

De veiling bij Sotheby's is de grootste en veelomvattendste van de twee. Een eeuw Nederlandse glaskunst is hier vrijwel compleet vertegenwoordigd. Van Copier is er een heel bijzondere vaas uit 1932, een unicum van dik grijsgroen glas met een heldere laag er om heen, en binnenin tientallen luchtbelletjes. De vaas (ca. 8000,- tot 12.000,-) bewijst dat Copier al met deze techniek experimenteerde lang voor Scandinavische glasblazers succes hadden met hun glazen-met-luchtbelletjes.

Ook het 'artistieke' Nederlandse aardewerk van begin deze eeuw is vertegenwoordigd op beide veilingen. Voor de precieuze Art-nouveau-vormen van het vliesdunne Rozenburg-porselein tellen liefhebbers vele duizenden guldens neer. Betaalbaarder zijn aardewerken vazen en schalen van fabrieken als Gouda en Zuid Holland - maar je moet wel houden van hun merkwaardige combinatie van veelkleurigheid en somberheid. Kleurrijk en zeker niet somber zijn de oosters aandoende patronen op het Colenbrander-aardewerk van plateelbakkerij Ram uit de jaren twintig. Zij zijn te vinden bij Christie's, dat zo'n schaal voor het opvallende catalogus-omslag heeft gebruikt.

Bij Christie's is de toegepaste-kunstveiling opgenomen in de reeks Saturday Sales, die hier sinds een aantal jaren wordt gehouden. Het idee is een wat jonger publiek aan te spreken - “je ziet veel kinderwagens”, aldus een medewerker - en misschien daarom besteedt Christie's extra aandacht aan de presentatie op de kijkdagen. De objecten worden zoveel mogelijk in nagebootste interieurs geplaatst, wat natuurlijk leuker is dan alles zakelijk op een rij. Vooral als je beseft dat je bij een veiling, anders dan in een museum, elk object naar hartelust mag aanraken.

Pas als je daadwerkelijk in de hoekige bureaustoel van Michiel de Klerk (afkomstig uit het Scheepvaarthuis) gaat zitten, ontdekken je vingers helemaal vanzelf hoe prettig het is om te spelen met het houten ornamentje, een bibsje lijkt het wel, aan het eind van de leuning.

Hoewel bij Sotheby's de kijkdagen ook in het weekend vallen, is daar het streven naar 'drempelverlaging' minder merkbaar. Er zijn meer dure stukken, en het twintigste-eeuws design maakt deel uit van een veilingreeks die ook oudere objecten omvat - onafzienbare hoeveelheden Meissens porselein bijvoorbeeld. Maar ook een fantastische 'geboorte van Venus', een laat 19de-eeuwse majolica plaque van een meter doorsnee, afkomstig uit een sociëteit in Zandvoort. Het enige probleem bij zo'n loodzwaar geval (5000,- tot 7000,-) lijkt mij waar het te plaatsen.

Die vraag doet zich ook voor bij de spectaculairste kavels bij Sotheby's. Het zijn tientallen stukken goudleren wandbekleding naar ontwerp van C.A. Lion Cachet, gemaakt voor de eerste-klassalons van het stoomschip Grotius, één van de schepen van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, gebouwd rond 1910. Deze schepen hadden fameus weelderige interieurs, waarvan vrijwel niets is bewaard gebleven. Lion Cachets goudleerpanelen met hun korhoenders, bloemen of gestileerde ornamenten, roepen een vervlogen wereld op van luxe, calme et volupté. Wie een set van tien wil hebben moet dan ook minstens tienduizend gulden betalen, als het geen twintig zijn.

Maar zulke prijzen hoeven natuurlijk niemand die tijdens een herfstig weekendje in Amsterdam iets moois wil zien, ervan te weerhouden om bij een van de grote veilinghuizen binnen te lopen, integendeel. Kijken kost niets, tenslotte.