Het rijk in de min

Net als elke particuliere onderneming zet het rijk eens per jaar zijn bezittingen en schulden op een rijtje. Uit de staatsbalans, die afgelopen dinsdag in de Miljoenennota is verschenen, blijkt dat het met de overheidsfinanciën beroerd is gesteld. Een onderneming die met zulke cijfers naar buiten zou komen, zou onmiddellijk bankroet worden verklaard. Toch blijken beleggers maar al te graag bereid hun geld aan de minister van financiën toe te vertrouwen.

Aan de linkerkant van de staatsbalans wordt de waarde opgeschreven van de bezittingen, de activa. Op 31 december 1993 had het rijk voor een bedrag van ruim 9 miljard gulden aan contanten. Voor het grootste deel staat dat geld op een betaalrekening die het rijk aanhoudt bij De Nederlandsche Bank. 'Vorderingen' zijn de debiteuren van het rijk (bijna 150 miljard gulden): nog niet betaalde belastingschulden, studieleningen, leningen voor de woningwetbouw, enzovoort. Verder zien we dat het rijk voor iets meer dan 55 miljard gulden in het bedrijfsleven heeft gestoken. Zo is het rijk de enige aandeelhouder van De Nederlandsche Bank. Ook bezit het aandelen in ondernemingen als Koninklijke PTT Nederland, Nederlandse Spoorwegen, Fokker en Hoogovens. Daarnaast heeft het rijk een fors bedrag (ruim 145 miljard gulden) geïnvesteerd in allerlei roerende en onroerende zaken. Onder andere in de uitrusting van ons defensie-apparaat (zoals tanks, F-16's en kazernegebouwen) en weg- en waterwerken (wegen, dijken, viaducten). Het bedrag van bijna 173 miljard gulden dat onder 'saldo' staat vermeld laten we nog even rusten.

Aan de rechterkant staan de passiva. Het rijk staat voor bijna 430 miljard gulden in de schuld. Ieder jaar weer geeft het rijk meer geld uit dan er aan belastingen en andere ontvangsten in de schatkist vloeit. Dat is al zo sinds de eerste helft van de jaren vijftig. Het ontbrekende bedrag, het zogeheten financieringstekort, moet de minister van financiën lenen. Zo is het rijk steeds dieper in het rood komen te staan. Dat is vervelend voor de staatsbalans, maar de gevolgen voor de rijksbegroting zijn zo mogelijk nog ernstiger. Op de begroting moet een steeds groter bedrag worden uitgetrokken om de rente en aflossing aan de crediteuren te kunnen betalen. In 1995 gaat het volgens de Miljoenennota om een bedrag van 28 miljard gulden aan rente. Dat is 14 procent van de totale begroting. Andere uitgaven - zoals onderwijs, cultuur en volksgezondheid - komen daardoor steeds meer in de knel.

De laatste post aan de rechterkant van de staatsbalans is de 'reserve waardeveranderingen' (ruim 102 miljard gulden). Veel staatsbezit (zoals aandelen) is in de loop van de jaren in waarde gestegen. Die waardestijging wordt rechts op de balans als reserve genoteerd.

Op de balans van een beetje gezonde onderneming verwacht je onder de passiva ook het zogenoemde 'eigen vermogen' te vinden: het positieve verschil tussen de bezittingen en de schulden van de onderneming. Dat eigen vermogen is een financiële buffer voor de onderneming. In wat mindere tijden kan de onderneming daaruit haar verliezen opvangen. Maar het eigen vermogen van de staat is negatief en is dus links op balans te vinden onder de neutrale naam 'saldo'. Het rijk heeft meer schulden dan bezittingen: een negatief eigen vermogen: - 173 miljard gulden. Om het netto eigen vermogen van het rijk te bepalen, moeten we overigens nog wel rekening houden met de opgebouwde reserve van 102 miljard gulden. Maar ook dan blijft het rijk voor ongeveer 50 miljard gulden in de min.

Hoe ontstaat zo'n negatief eigen vermogen? Stel dat de minister van financiën geld leent om de aanleg van een autosnelweg te betalen. Dan zien we aan de rechterkant van de balans de schuld stijgen, maar aan de linkerkant staat daar een toename van het bezit aan onroerende zaken tegenover. Als het rijk het geleende geld alleen zou gebruiken voor dit soort produktieve zaken, zouden schulden en bezittingen met elkaar in evenwicht blijven. Maar als er bijvoorbeeld bijstandsuitkeringen of huursubsidies van worden betaald, wordt het evenwicht verbroken. En dat is de Nederlandse werkelijkheid van de afgelopen dertien jaar. De ministers van financiën hebben sinds 1981 voor miljarden guldens geleend om allerlei consumptieve uitgaven te bekostigen. Dat heeft het netto staatsvermogen, dat in 1981 nog een positief saldo liet zien van 107 miljard gulden, steeds verder uitgehold.

Op het eerste gezicht is het verwonderlijk dat beleggers toch bereid zijn het rijk genoeg geld te lenen om het financieringstekort te dekken. Een particulier bedrijf zou met zulke balanscijfer geen stuiver van ze weten los te peuteren. Het rijk is dan ook geen gewone onderneming. Door te bezuinigen op andere uitgaven of door de belastingtarieven te verhogen, zal het rijk er altijd voor zorgen dat er voldoende geld is om de rente en aflossing op de staatsschuld te betalen. Beleggers zien de Nederlandse Staat daarom nog steeds als een eerste klas debiteur waaraan je zonder risico je spaargeld kunt toevertrouwen.