Gesprek junta met Aung San Suu Kyi was 'loos gebaar'; Democratie in Birma ver weg

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, één gesprek tussen de Birmese junta en oppositieleidster Aung San Suu Kyi nog geen democratie. Dinsdag smaakte de 49-jarige politica, winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 1991, het twijfelachtige genoegen voor het eerst te mogen praten met de twee hoogste 'politieke' leiders, de generaals Than Shwe en Khin Nyunt, respectievelijk voorzitter en eerste secretaris van de regerende Staatsraad voor Herstel van Orde en Gezag (SLORC).

Het enige voordeel voor Suu Kyi was het feit dat zij eindelijk weer eens haar eigen huis aan de University Road in Rangoon mocht verlaten, waar ze al vijf jaar haar tijd moet doorbrengen, gedwongen door de militairen. Het onderhoud was, tenzij de schijn bedriegt, de zoveelste poging van het bewind om aan de buitenwereld zijn menselijk gezicht te tonen. In werkelijkheid wenst de tatmadaw, het Birmese leger dat in 1962 zijn dictatuur vestigde, geen duimbreed te wijken.

Tot de herfst van 1988 opereerden de militairen onder de naam Birmese Socialistische Program Partij, de enige toegestane politieke organisatie. Een vreedzame volksopstand tussen maart en september van dat jaar, waaraan miljoenen Birmezen deelnamen, had bijna succes. Ten koste van duizenden doden sloegen de militairen de revolte neer, waarna ze de toch al weinig democratische grondwet buiten werking stelden en de SLORC in het leven riepen. De oude leider Ne Win, die 26 jaar aan het hoofd van de junta had gestaan, verdween naar de achtergrond.

In de praktijk veranderde er in het geheel niets: de generaals regeerden verder, alleen onder een nieuwe naam en een nieuwe leiding. In 1990 schreef de junta vrije verkiezingen uit, die ook werkelijk werden gehouden. De Nationale Liga voor Democratie (NLD) van Aung San Suu Kyi kwam uit de bus als grote winnaar. De partij zou 392 van de 485 zetels in het parlement hebben gekregen. Zou - na het bekendmaken van de uitslag annuleerden de generaals de verkiezingen ijskoud.

Binnenlands kende het leger sindsdien eigenlijk geen problemen meer. Op handige wijze wist de SLORC meer dan honderd etnische groepen die het land rijk is tegen elkaar uit te spelen. Maar de kritiek uit het buitenland over de schendingen van de mensenrechten begon Rangoon wel parten te spelen. De wegkwijnende economie kon alleen worden opgekrikt door meer openheid voor buitenlandse investeerders en door de schijn van een wil tot politieke verandering op te houden.

En de investeerders, uit de Verenigde Staten, de Europese Unie, Japan en de landen van Zuidoost-Azië kwamen. Miriam Segal van het Amerikaanse bedrijf Peregrine Investment Holdings verdedigde vorige maand tegenover het persbureau Inter Press Service de aanwezigheid van haar bedrijf in Birma door te zeggen dat de generaals in Birma een “Joegoslavië-achtige toestanden” hadden voorkomen, een argument dat de junta ook zelf hanteert. De etnische groepen zouden elkaar te lijf gaan zodra ze in een democratisch systeem de kans zouden krijgen hun eigen doeleinden na te streven.

Het is een stelling die niet kan worden bewezen omdàt er geen democratie is. Maar de guerrillaoorlog die een tiental etnische groepen in het oosten van het land al tientallen jaren voeren, stelt de junta ten dele in het gelijk. De strijd is niet alleen gericht tegen het centrale gezag, ook onderling liggen de guerrillabewegingen regelmatig met elkaar overhoop.

Aung San Suu Kyi, die net als de meeste juntaleden behoort tot de grootste etnische groep, de Birmanen (75 procent van de bevolking), heeft steeds gezegd dat de etnische rivaliteit in een democratie kan worden beteugeld, door de verschillende volkeren autonomie te verlenen. Het leger heeft daar nooit oren naar gehad.

Suu Kyi zelf werd de afgelopen jaren steeds meer een blok aan het been van de militairen. 'De dame', zoals ze door de Birmezen eerbiedig wordt genoemd, was niet bereid de voorwaarden van haar vrijlating te accepteren: vertrek naar het buitenland. Door haar gevangenschap steeg de populariteit van Suu Kyi, de dochter van de Birmese vader des vaderlands Aung San, naar grote hoogten.

Vandaar dat de SLORC iets moest verzinnen. Haar nòg harder aanpakken zou vermoedelijk neerkomen op het passeren van een kritische grens. Lichamelijk geweld tegen Suu Kyi, en zeker haar executie, zou tot een nieuwe volksopstand leiden. Een werkelijke dialoog met de oppositieleidster zou daarentegen alleen kunnen uitmonden in een terugkeer van de democratie en dientengevolge het verdwijnen van de junta betekenen.

De SLORC kwam met een 'tussenoplossing': het zoeken van toenadering tot Suu Kyi, zonder veranderingen toe te staan. In februari mocht ze voor het eerst sinds haar huisarrest bezoek ontvangen in de persoon van het Amerikaanse Congreslid Bill Richardson. Tot dan toe was dat recht alleen voorbehouden aan haar Britse echtgenoot Michael Aris en hun twee zoons. Na de ontmoetingen met Richardson veranderde er overigens in het geheel niets.

En deze week mocht Suu Kyi dan zowaar haar 'thuisgevangenis' verlaten voor overleg met de aanvierders van de junta. Over de inhoud van het besprokene is niets meegedeeld, maar het is niet moeilijk te raden dat de junta haar opnieuw heeft gevraagd in te binden en dat Suu Kyi dat weer heeft geweigerd.

Amnesty International noemde de ontmoeting vandaag in een verklaring “een leeg gebaar” zolang Aung San Suu Kyi en zeventig andere gevangen dissidenten niet op vrije voeten zijn gesteld. “Het is moeilijk de SLORC te vertrouwen in de wetenschap dat de militairen, terwijl ze bezig waren de ontmoeting met Suu Kyi voor te bereiden, haar politieke aanhangers arresteerden”, zegt Amnesty. De afgelopen weken werden ten minste vier leden van Suu Kyi's partij opgepakt. De mensenrechtenorganisatie onschrijft het onderhoud als een “stunt” van de SLORC.