Farag

In een ingezonden brief (NRC Handelsblad, 13 september) wordt door persattaché Tor van de Israelische Ambassade het waarheidsgehalte van de zesde aflevering van onze serie 'portretten van illegalen' ernstig in twijfel getrokken. Het belangrijkste argument hiervoor betreft het feit dat de Palestijn Farag bij aankomst in Nederland niet in het bezit was van een paspoort of een ander identiteitsbewijs, waardoor hij niet in staat was zijn nationaliteit aan te tonen.

Volgens Tor is iedereen die Israel verlaat in het bezit is van een reisdocument. Hij gaat echter voorbij aan het feit dat het hier gaat om iemand die niet langs officiële weg het land heeft verlaten. Iemand die vlucht omdat hij wordt gezocht door de autoriteiten, kan er belang bij hebben geen identiteitspapieren bij zich te dragen. Tor zegt dat Farag het probleem had kunnen oplossen door zijn geboortebewijs bij de Israelische ambassade aan te vragen. Maar dat iemand niet aanklopt bij de ambassade van het land waardoor hij beweert gemarteld te zijn en gezocht te worden, lijkt ons logisch.

Om toch zijn identiteit aan te tonen zonder zelf gevaar te lopen, heeft Farag op advies van zijn Nederlandse advocaat, zijn vader vanuit Israel een geboortebewijs laten opsturen. Zonder dat wij erom vroegen heeft Farag dit geboortebewijs, dat voor hem nodig is om een nieuwe procedure te starten, tijdens één van onze gesprekken aan ons laten zien.

Natuurlijk is het onmogelijk om alle details uit de ons toevertrouwde verhalen te controleren. Voor de vluchtelingen zelf is het vaak ook onmogelijk om met harde bewijzen te komen voor hetgeen hen is overkomen. In deze serie artikelen hebben we bewust de betrokkenen zelf aan het woord gelaten, zodat het aan de lezer is om een oordeel te vellen.