Europees Hof laakt Nederland over gang van zaken strafproces

AMSTERDAM, 22 SEPT. De raadsman moet ook wanneer zijn cliënt niet ter zitting is verschenen, het woord kunnen krijgen tijdens een rechtszitting. Dat heeft het Europese Hof voor de rechten van de mens vandaag in twee zaken tegen Nederland bepaald. Vorig jaar had de Europese Commissie voor de rechten van de mens in Straatsburg aan de hand van twee klachten tegen Nederland al verklaard dat advocaten ook bij verstek hun cliënt moeten kunnen verdedigen.

Wanneer bij een rechtszaak de verdachte afwezig is kan de rechtbank voor de behandeling van de rechtszaak verstek verlenen. Tot dusver mocht een advocaat bij verstek het woord niet voeren, tenzij er klemmende redenen waren voor zijn cliënt om niet voor de rechter te verschijnen. Dat was het uitgangspunt van de Hoge Raad.

Het gevolg was een levendige jurisprudentie over de vraag wat een klemmende reden was. Ziekte vormt in beginsel wel een excuus, besliste de Hoge Raad begin dit jaar in het geval van een verdachte met aids. Maar vertrek naar de Filippijnen wegens “ernstige huwelijksproblemen” bijvoorbeeld weer niet. Als de rechter nu van oordeel is dat hij het zonder de verdachte af kan heeft de advocaat het recht zijn cliënt, bij verstek, bij te staan, wat de redenen van zijn afwezigheid ook zijn.

Volgens de Amsterdamse advocaat G. Meijers, zal de uitspraak van het Europese Hof verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor het strafproces in Nederland. “Onze cliënten krijgen nu de keuze om met hun raadsman op de zitting te verschijnen danwel zich door hun raadsman bij verstek te laten vertegenwoordigen. De advocaat kan dan ook getuigen ondervragen, de zaak proberen aan te laten houden of het laatste woord voeren.”

De uitspraak van het Europese Hof zal ook gevolgen kunnen hebben voor de zaken waarbij de rechtbank bij verstek tot veroordeling is overgegaan, zonder de verdediging het woord te hebben gegeven. “Zit zo'n zaak in hoger beroep, dan zal het hof de zaak weer moeten terugverwijzen naar de rechtbank.”