EU-lidstaten en Commissie trachten Gatt-ruzie te sussen

BRUSSEL, 22 SEPT. De lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie ondernemen een uiterste poging om tot een vergelijk te komen over ratificatie van het GATT-akkoord over liberalisering van de wereldhandel. Het GATT-akkoord werd eerder dit jaar ondertekend, maar de ratificatieprocedure is opgehouden door een conflict tussen de lidstaten en de Commissie over de vraag wie bevoegd is op handelspolitiek terrein.

De ambassadeurs uit de lidstaten buigen zich vandaag opnieuw over de kwestie, maar de verwachting is dat dat beraad geen compromis zal opleveren met de Commissie. Dat zou betekenen dat het geschil op tafel ligt als de EU-ministers van buitenlandse zaken begin volgende maand in Luxemburg bijeenkomen. De tijd dringt voor de EU omdat de VS aanstalten maken om het GATT-akkoord binnenkort te ratificeren en omdat op 1 januari de nieuwe wereldhandelsorganisatie WTO wordt opgericht. De EU wil in de persoon van de Italiaan Ruggiero de eerste voorzitter leveren van de WTO. Maar “het staat natuurlijk erg slordig als wij er dan niet in slagen om het intern eens te worden over de ratificatie van het GATT-akkoord”, aldus een diplomaat.

De kwestie betreft niet alleen handel, maar heeft ook betekenis in de machtsstrijd tussen de Commissie als supranationaal orgaan binnen de Europees Unie en de individuele lidstaten. Van oudsher onderhandelt de Commissie namens de lidstaten over de traditionele handelskwesties (zoals douanetarieven, landbouwexport). Maar in het GATT-akkoord wordt ook gesproken over nieuwe beleidsterreinen - zoals het dienstenverkeer en intellectueel eigendom. De lidstaten willen op die terreinen hun bevoegdheid om te onderhandelen niet volledig uit handen geven. Ze vinden daarom dat het GATT-akkoord niet alleen door de Commissie moet worden geratificeerd, maar ook door de lidstaten zelf. Alleen België is het eens met de Commissie.

Duitsland, momenteel voorzitter van de EU, heeft als compromis een 'gedragscode' voorgesteld, die de competentiegeschillen tussen de Commissie en de lidstaten regelt. Maar de grote vraag is of de Commissie daarmee akkoord kan gaan. Brussel ziet in de actie van de lidstaten een poging om de 'macht' van de Commissie te ondergraven. Volgens de Commissie komt de houding van de lidstaten in feite neer op een 'hernationalisering' van het handelsbeleid, iets wat in de aanloop van de komende herzieningsconferentie van het Verdrag van Maastricht in 1996 niet zonder betekenis wordt gezien.

De Commissie heeft het geschil voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie.