En dan nu: the killer question

Nederlandse universitaire wetenschappers prefereren onderzoek. Amerikaanse docenten geven wél om hun studenten: ze worden erdoor beoordeeld. The killer question: Overall, how do you evaluate this course?

In Amerika heeft een duidelijke democratisering van het hoger onderwijs plaatsgevonden: een belangrijk onderdeel van the American Dream is immers een 'college education'. Er zijn meer dan 1600 erkende instellingen waar men een universitaire graad kan halen. Hoewel ze aan bepaalde minimumeisen moeten voldoen, verschillen de Amerikaanse universiteiten (veel meer dan de Nederlandse) hemelsbreed in prestige en kwaliteit. Waar Harvard via een selectief toelatingsbeleid de beste studenten en onderzoekers aantrekt, recruteert Youngstown State University haar studenten uit werkloze staalwerkers uit de streek.

In vele opzichten is men in de VS veel meer klantvriendelijk (consumer-oriented) dan in Nederland. Er is gewoon meer openlijke concurrentie. Dit wordt misschien het best geïllustreerd door een vergelijking te trekken met restaurants. Een Amerikaan die op een Amsterdams terras tevergeefs tracht de aandacht van een kelner te trekken om een pilsje te bestellen, begrijpt niet waarom dat niet soepeler kan. Terwijl de Nederlander op bezoek in de VS aangenaam verrast is als hij door bedienend personeel steeds hoffelijk en vriendelijk te woord wordt gestaan. De verklaring is simpel: het bedienend personeel is financieel veel meer afhankelijk van een goodwill van de tevreden klant want het basisloon ligt laag. Heel simpel gesteld geldt dit principe van 'de klant is koning' ook voor het universitair onderwijs in de VS.

Terwijl Nederlandse universiteiten in principe door de overheid gefinancierd worden, is dat in de VS maar ten dele het geval. De directe rol van federale overheidsgelden is beperkt: maar enkele van de 50 staten subsidiëren een of meer staatsuniversiteiten. Deze staatsfondsen zijn bovendien sterk onderhevig aan fluctuaties vanwege de activiteiten van politieke pressiegroepen. Het gevolg is dat het bestuur van een universiteit zeer gevoelig is voor de publieke opinie, wat vaak betekent dat in tijden van kritiek en geldtekort de onderwijsrol - en niet het onderzoek - wordt benadrukt. Aan volksvertegenwoordigers is onderwijs beter te 'verkopen' dan het meer elitaire, minder concrete idee van onderzoek. Verder zijn er in de VS veel particuliere universiteiten die financieel steunen op schenkingen en inschrijfgelden. Met name het voortbestaan van deze private universities is in hoge mate afhankelijk van consumer satisfaction-geaffilieerde religieuze organisaties, of van stichtingen.

Een ander punt is dat Amerikaanse studenten (of hun ouders) zelf veel meer moeten investeren in hun opleiding dan de gemiddelde Nederlandse student. Studeren is duur, gemiddeld 15.000 dollar per jaar op een particuliere universiteit en 6.000 op een openbare. Natuurlijk zijn er beurzen en leningen, maar onder aanzienlijk minder gunstige condities dan in Nederland. Tenzij men gefortuneerde ouders heeft, of ouders die sinds de geboorte van hun telg geld opzij hebben gezet (wat middle-class ouders overigens normaal vinden), begint de afgestudeerde zijn carrière met een forse studieschuld. Op veel universiteiten heeft het merendeel van de studenten een parttime (en steeds vaker een volledige) baan om boeken en inschrijfgeld te bekostigen. Is het niet logisch dat een student die tegen het minimumloon bij McDonald's hamburgers flipt, verlangt dat zijn docent 'waar voor zijn geld' levert en een leuk lesje in elkaar draait?

Anoniem

Het komt er dus op neer dat de economische basis van de Amerikaanse universiteit veel inniger dan in Nederland verweven is met studentenbelangen en goodwill. Dit weerspiegelt zich in de evaluatie van docenten. Hoe wordt de kwaliteit van het gegeven onderwijs nu gemeten? Veruit de meest populaire - en gevreesde - methode in de VS is de schriftelijke, anonieme studentenevaluatie. Die vormt in Amerika al jaren lang een belangrijk onderdeel van de routinematige beoordeling van iedereen die colleges geeft, van de part-time docent zonder vaste aanstelling tot de gevestigde hoogleraar (hoewel voor de laatste negatieve studentenevaluaties vrijwel geen tastbare gevolgen zal hebben).

Een typisch scenario is het volgende: na afloop van een cursus wordt elke docent geacht aan de studenten een evaluatieformulier voor te leggen. Die vullen dit in zijn afwezigheid anoniem in door een cijfer te geven voor een groot aantal aspecten van het genoten onderwijs: hoe was de preparatie, waren de boeken geschikt, was de docent enthousiast, toonde hij zich ontvankelijk voor vragen en commentaar van studenten, waren de examens fair. En last but not least the killer question: 'Overall, how do you evaluate this course?' Ook is er ruimte voor geschreven commentaar en door het anonieme karakter van de evaluaties is het niet ongebruikelijk om voor rotte vis uitgescholden te worden. Au!

Ketchup

De antwoorden op de evaluatie, inclusief de commentaren, worden netjes in de computer gestopt. De bevindingen, waaronder een vergelijking met collega's, gaan naar de administratie. Deze evaluaties wegen ontzettend zwaar in personeelsbeslissingen: al of geen vaste aanstelling of promotie. De procedure geeft studenten derhalve een ontzettende macht. Het is dan ook alleen maar menselijk dat docenten in hun eisen aan de studenten tegemoet komen, wat de kwaliteit van het onderwijs niet altijd ten goede komt. Om de vergelijking met een restaurant weer te gebruiken: een kelner die aan zijn klanten hoge eisen stelt, door te zeggen dat er niet met volle mond gepraat mag worden en er geen ketchup bij de biefstuk mag, kan zijn fooi vergeten.

Om een succesvolle academische loopbaan veilig te stellen moet de gemiddelde Amerikaanse academicus - niet de toponderzoeker van Harvard - dus wel onderwijs boven onderzoek stellen. Behalve de bovengenoemde factoren speelt ook nog mee dat de laatste jaren een aantal kritische rapporten verschenen is dat het debat over onderwijs versus onderzoek heeft aangewakkerd.

Zelfs de meest onderzoeksgerichte universiteiten zijn zich zeer bewust van het feit dat zowel het publiek als de politiek een meer onderwijsgerichte universiteit wenselijk acht. Deze voorkeur vindt bij het bestuur van de universiteit, wiens taak het is de universiteit te 'verkopen', een willig oor en de boodschap wordt via decanen, personeelscommissies en beoordelingsgesprekken krachtig aan de universitaire docent doorgegeven. Geen wonder dat een Amerikaanse academicus meer geneigd is dan zijn Nederlandse collega om op een enquêteformulier in te vullen dat onderwijs belangrijker is dan onderzoek.