Een geheime wereld achter glas

Vissen geef je geen naam. Als ik terugdenk aan mijn aquarium van vroeger, dan zie ik de black mollies, tetra mins en kardinaaltetra's, tandkarpertjes en gupjes in onophoudelijke beweeglijkheid langs het glas glijden. Alleen de maanvissen niet, die hielden zich dag na dag roerloos schuil achter de waterplanten. De postduiven die ik in de tuin in een hok hield, hadden alle een naam; de vissen op mijn zolderkamer niet. Die zwommen gewoon, hapten naar het voer, en zwommen, met sierlijke staartvinnen.

Van alle dieren is de vis het raadselachtigst en is de wereld onder water de meest onkenbare. Een vis heeft geen gehoor. Toch luistert hij. Met een gevoelige lijn die loopt vanaf zijn kop over zijn lichaam naar de staart. Die lijn vangt de geluidstrillingen op en signaleert de drukverschillen. Tik tegen het glas van het aquarium, en meteen ontstaat er iets van tumult. Een vis is op zijn hoede.

Als ik ging slapen, gingen de vissen dan ook slapen? Ik stapte vaak midden in de nacht mijn bed uit en sloop naar het aquarium. In mijn liefde voor de vissen was ik een heuse aquariaan. Ingespannen tuurde ik door het glas in die doodstille diepte. Echt slapen deden de vissen niet. Wel waren de bewegingen trager en lomer. Wat onvoorstelbaar was, voor de jongen van twaalf van toen, is de stilte in het water. Voor de vissen heerste er misschien helemaal geen stilte. Wie weet werd er in die nachtelijke uren fiks gefilosofeerd over de zin van het aquariumbestaan of observeerden de vissen met hun prachtige, glasachtige ogen mijn doen en laten, en hadden ze daar zo hun mening over. Ik mocht wel denken dat mijn vissen in gevangenschap leefden, zìj konden tot dezelfde slotsom komen. Voor mij verdeden zij hun tijd met heen en weer zwemmen tussen vier glazen wanden, ik verdeed mijn tijd per slot door tussen vier stenen muren te leven.

'Een aquarium is een levend schilderij en een sieraad voor uw huis,' las ik in de boeken. Dat interesseerde me maar matig. Wat mijn belangstelling had was het fragiele evenwicht dat heerst in zo'n glazen bak. Zo had je grondvissen die met snuitjes als stofzuigers de bodem en de wanden schoon hielden. Anderen waren er juist weer voor om de orde te handhaven tussen de soorten die elkaar vijandig gezind zijn. Bepaalde planten konden niet tegen zekere vissen en omgekeerd. En waren het niet de black mollies die vraten aan de vinnen van de maanvissen?

In het aquarium kan een tekort aan ijzer ontstaan, doordat deze stof een onoplosbare verbinding met fosfor aangaat. IJzer is onontbeerlijk bij de vorming van chlorofyl. Ontstaat die genoemde onoplosbare verbinding, dan kunnen de planten geen ijzer opnemen met alle rampzalige gevolgen vandien. Wat een waanzinnig ingewikkelde wereld, daar achter het glas. Ik overwoog om dan maar een stel roestige spijker in het aquarium te gooien, dan zou er vanzelf ijzer in het water komen.

Gelukkig heb ik dat niet gedaan en liet ik de wijsheid in de boeken. Ik voerde het gezelschap dat zich zo lustig vermaakte onder de waterspiegel met droog voedsel en watervlooien uit de sloot. Die laatste ving ik met een schepnetje gemaakt van een afgedankte nylonkous van mijn moeder. Zo hield ik met zorg en aandacht die geheime, wondere wereld in stand, en groette zelfs bij het opstaan en naar bed gaan de vissen.