De verwondering der aquarianen

Jongens van dertien, veertien jaar beginnen met een 60-30-30 bakje, en na hun achttiende wordt het steeds groter. Kunstenaars bouwen er installaties mee, en de echte freaks zijn dag en nacht bezig met regenboogvissen, kalkkokerwormpjes, of halen de Noordzee naar hun kelder. Het aquarium is terug. 'Jopie is echt een intelligente vis. Zie maar, hij kijkt je aan. Het is een heel lief beest'.

Wat bezielt iemand om zijn vrije tijd door te brengen in het gezelschap van vis? Weinig hobby's stuiten bij buitenstaanders op zoveel onbegrip als het houden van een aquarium. Wie het zelf niet doet kan zich er niets bij voorstellen en wil dat ook liever niet proberen. De 'aquarianen' zijn zich hiervan bewust, maar dragen hun lullig imago met opgeheven hoofd. En ze hebben natuurlijk elkaar nog.

In de kelder onder een verpleeghuis in Leerdam komt aquariumvereniging De Discus bijeen. Bij de ingang zwemmen de pronkstukken van de club: grote grijze piranha's (een nootetende variant) en een vervaarlijke meerval van anderhalve meter lang. De Discusleden druppelen binnen, mannen van tussen de dertig en veertig, velen met baard of snor. Melis de Heus, cv-installateur van beroep en binnen de vereniging hoeder van het materiaal, groet iedereen met een joviale zwaai. Men sjouwt met bakken water, inspecteert de aquaria langs de wanden of voert overleg over een plotselinge explosie van kalkkokerwormpjes op de waterleidingen.

Melis is nog helemaal vol van Naar de haaien, een tentoonstelling die De Discus in april voor de tweede maal heeft georganiseerd. Achtduizend bezoekers zijn er geweest, ook uit Duitsland. Voor de tentoonstelling was de hele ruimte geverfd en waren 40 'bakken' ingericht, van een grottenbak met blinde holenvisjes tot een Mangrovebak met brak water en getijdewisseling. Vraag Melis niet hoe dat precies werkt. “Dat heeft Rob gemaakt”, zegt hij. De leden blijken verregaand gespecialiseerd. Die daar dat is Frans, die heeft verstand van schildpadden en dat is Tommy, die weet alles van waterplanten.

“Je moet een beetje gek zijn, zegt mijn vrouw altijd”, zegt Wim Heemskerk, die zich heeft gespecialiseerd in regenboogvissen. “Voor mij is de kick om ze te gaan kweken en ze dan net zo groot te krijgen als in de natuur.” “Ik wil een biologisch evenwicht maken, dat is een enorme uitdaging”, vult Wim de Groot aan, de vice-voorzitter van de vereniging. Beiden besteden al hun vrije tijd aan 'de hobby'. “Je moet de literatuur bijhouden, de dieren verzorgen, filters schoonmaken, fruitvliegjes kweken... Ja, dan krijg je dus dat je thuiskomt van je werk en van vijf tot elf uur boven zit.”

Aquarianen bevinden zich aan de doe-het-zelfkant van de samenleving. Het rijtjeshuis van Willem Uilenbroek in de Utrechtse buitenwijk Lunetten is onherkenbaar vertimmerd. Zijn hobby heeft zijn huis, zijn tuin, zijn leven overgenomen. Zeven jaar geleden daalde hij met een schop en twee emmers af in de kruipruimte onder zijn deurmat. Hij maakte er een kelder van waar hij een zeeaquarium liet verrijzen. Dit trok zoveel bekijks dat hij een ruime serre aan zijn huis bouwde om de toestromende schoolklassen te woord te kunnen staan.

Zijn schuur werd een museum, in de tuin kwam een bassin waarin haaien rondzwommen. Afgelopen zomer begon Uilenbroek met de aanleg van een corridor waardoor de haaien naar een tweede, minder hoog bassin zouden kunnen zwemmen, waar de schoolkinderen hen konden voeren en aaien. Zijn vrouw kreeg er uiteindelijk een beetje genoeg van, bekent ze. Er waren altijd mensen over de vloer en als ze buiten in de zon wilde zitten moest ze twintig meter lopen, daar was nog een vierkante meter tuin over.

Uilenbroek wilde niet zomaar een aquarium, hij wilde de Noordzee in huis. Dat vereiste een lage watertemperatuur, stroming, een bepaalde samenstelling en hardheid van het water. Hij las een berg boeken, werd lid van een 'koudwatergroep' en ontwikkelde de vaardigheid om de zee te kopiëren. Hij kocht niets, haalde alle slakken, krabben, kreeften, planten, vissen, wieren en anemonen zelf uit zee. Uiteindelijk had hij een serie onderling met elkaar in verbinding staande bakken waarin 18 ton zeewater circuleerde. Hij noemde het zijn 'marinarium'. Artis verwees mensen naar hem als ze een echt zee-aquarium wilden zien, vertelt hij trots.

Deze zomer viel het doek. In de nacht van 2 op 3 augustus werd, ondanks een air-conditioning die koude lucht over het wateroppervlak blies, het water in de aquaria te warm. Binnen drie uur was het overgrote deel van Uilenbroeks dieren door gebrek aan zuurstof gestikt. Een ramp. Uilenbroek is een Noach zonder ark, hij maakt een gedeukte indruk. Hij zou alles weer kunnen opbouwen, maar in overleg met zijn vrouw heeft hij besloten dat dit het einde moet zijn. Het was toch een beetje uit de hand gelopen en de elektriciteitsrekening werd wel erg hoog (250 gulden per maand) en alles bij elkaar had vaders hobby het gezin duizenden guldens gekost. Hij is nu druk bezig serre, bassin, museum en corridor te ontmantelen en het huis in zijn oorspronkelijke staat te herstellen.

bp Door de ramp kan Uilenbroek alleen nog wat overlevenden laten zien. Hij haalt de mat bij de voordeur weg, trekt een luik open en daalt een laddertje af. We komen in een lage kelder met een smal pad van oude toilettegels en aan weerszijden aquaria. Velen staan nu leeg. De eerste bak links, een anemonenlandschap, is zijn trots. Ze hebben een tik gekregen maar staan er nu weer mooi bij, vindt hij. Hele kolonies staan in bleke kleuren te wiegen op de rotsen en verschoeiingspalen die hij in het aquarium heeft aangebracht. Van elke soort weet hij de Nederlandse en de latijnse naam en de precieze vindplaats aan de Bretonse kust. Doordat hij zich heeft ingeprent bij welke wieren en algen de anemonen in het wild voorkwamen en hoe op die plaats de zuigkracht van de zee was is hij in staat ze een perfecte leefomgeving te bieden. Elke dag voert hij ze watervlooien uit de diepvries.

De grote roofslakken in de tweede bak krijgen stukjes inktvis en mosselen. Tussen de schelpen en stenen door zwemt een logge zeebaars, door een donateur van de door Uilenbroek opgerichte stichting gevangen in de Middellandse zee. De donateur noemde hem Jopie. “Jopie is echt een hele intelligente vis. Kijk maar, hij kijkt je aan. Het is echt een heel lief beest.” Roggen, daar heb je volgens Uilenbroek ook gauw contact mee. Hij loopt door naar de volgende bak, waarin twee doorschijnende stekelroggetjes over de zandbodem kartelen. Ze passen nu op een hand, maar zullen 1 meter groot worden. Op de bodem van hetzelfde aquarium liggen een paar bleke hondshaaitjes, net uit het ei. Aan een stokje ernaast hangen strippen met meer eieren, rechthoekige vliezen waarin je de embryo's ziet zitten.

In de jaren zeventig had half Nederland een aquarium. Volgens cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau deed 11 procent van de bevolking boven de twaalf jaar mee. De Nederlandse Bond van Aquarium en Terrariumhouders telde 27.000 leden. Dat zijn er nu nog 8000, verspreid over 158 verenigingen. Ze zijn niet allemaal zo actief als De Discus, die zich de clubruimte met aquaria alleen kan veroorloven omdat het verpleegtehuis de elektriciteit betaalt. De meeste beperken zich tot enige dialezingen en visruilbeurzen per jaar. Elke vereniging staat pal voor zijn eigen vis of ander waterbeest. Killi Fish Nederland stelt zich tot doel 'de waardering voor in het bijzonder de eierleggende tandkarpers op te wekken' en Dendrobatidae Nederland breekt een lans voor de pijlgifkikker.

De aquariumhobby is een gezonken cultuurgoed, zegt Wim Knulst, hoofd media, cultuur en vrije tijd van het SCP. “Aan het eind van de middeleeuwen verzamelden vorsten en aristocraten bijzondere dieren in een menagerie, een soort rariteitenkabinet. Het mooi vinden van dieren niet om hun karakter maar om hun uiterlijk, dat zie je ook bij de aquariumhouder.” Volgens Knulst is het aantal aquarianen in de jaren tachtig gedaald omdat de vissen concurrentie kregen van slangen, schildpadden en andere exotica.

Maar de populariteit van het aquarium neemt weer toe. Danny Ruytenburg, de zoon van aquarium-speciaalzaak Ruytenberg en Zoon te Utrecht, constateert een stijgende omzet en een groeiend aantal beginners. “Je ziet weer jongens van dertien, veertien komen. Die beginnen met een 60 30 30 bakje, en als ze achttien geweest zijn wordt het steeds groter.”

De zaak van zijn vader staat ingeklemd tussen een pompstation en een metaalbedrijf. De Rotterdamse groothandel Eurofish bevindt zich op een vergelijkbare lokatie, bij een spoorwegviaduct tussen het struikgewas, dichtbij een snelweg. In het lage bouwsel met golfplaten bak is het tropisch warm. Scholen visjes uit alle delen van de wereld zwemmen in de borrelende bakken. De radio stuurt popmuziek en filemeldingen de winkel in, mannen stoten elkaar aan bij maanvissen en kegeldragende barbelen. Een bleke jongen met een boek onder zijn arm is op zoek naar 'cichliden'. “Die zijn makkelijk te kweken”, vertelt hij. “Zalmpjes eten hun jongen meteen op, die moet je apart houden.”

Behalve in de huiskamers en kelders der hobbyisten, duiken aquaria op als decorstuk in openbare gelegenheden. Ruytenburg en Zoon verzorgt regelmatig aquaria voor beurzen en presentaties, en onderhouden aquaria in bedrijven en restaurants. Ook blijken kunstenaars steeds vaker de mogelijkheden van de vissebak te ontdekken.

De luchthaven Schiphol liet op de kop van de G-pier een aquarium aanleggen door de kunstenaar Herman Lamers. De vloer moest worden verstevigd om de zeven ton water te kunnen dragen. Er kwamen drie blacktip-haaien in, bedoeld om de boeings te symboliseren. Maar ze werden al gauw te groot (1 meter 20), en er kwamen protesten van mensen die hen zielig vonden. De haaien werden verwijderd. Nu zwemmen er grijze karpers die de business class-passagiers voorstellen en allerlei gekleurde vissen bij wijze van de toeristen.

Kunstenaar Rob van Betuw woont zelf in een soort aquarium, zijn huurhuis staat op palen in het IJ. Onder een met plexiglas overdekte gleuf in de vloer is het water zichtbaar. Van Betuw is onlangs aan de Rietveld-academie afgestudeerd met een aquarium-installatie. De installatie staat nu in de keuken naast het aanrecht. Het is een smalle rechthoekige kast met op elke plank een aquarium waarin goudvissen zwemmen in alle soorten en maten.

“Een aquarium is nostalgie,” zegt Van Betuw. “Iedereen kent wel iemand met een aquarium, een oom, een opa, een buurman. En iedereen heeft als kind het moment beleefd dat hij voor het eerst verwonderd naar een aquarium keek.” Die verwondering wordt volgens hem veroorzaakt doordat je in een aquarium iets ziet wat normaal aan het oog onttrokken is. “Wat zwemt kun je niet zien. Dat is hier ook - hij wijst uit het raam - alles is water en het stikt van de vissen maar je kunt ze niet zien.”

Het aquariumthema bleek succesvol genoeg voor nog een paar werken. Van Betuw laat er een zien op de video: een bak levende vlinders in een bak levende vissen. Fladderende koolwitjes lijken rond te zwermen in een school traag voorbijglijdende blauwe goerami's. “Zo heb je vliegen en zwemmen in een beeld, iets wat normaal niet kan.” Na enige tijd verspringt het beeld naar een derde variatie: een opgezette zanglijster met opengesperde bek met eromheen water waarin onophoudelijk luchtbelletjes opstijgen. “Een metafoor voor het geluid dat er niet meer is.”

Van Betuw had vroeger zelf een aquarium. Het is een hobby van mannen, vindt hij. “Volgens mij heeft dat alles te maken met dat je het kunt beheersen. Een aquarium is een hele mooie metafoor voor het beheersen. Vrouwen vinden het eerder zielig. Voor hen staat daar alleen een bak met water met vissen erin. Ze kunnen wel begrijpen dat je het mooi vindt, dat het rust geeft, maar ze voelen dat zelf niet. Ze willen er liever niets mee te maken hebben.”

Bij De Discus in Leerdam veegt Margreet de Heus de clubtafel schoon. Aquaria zijn de manie van haar man, zegt ze, maar zij heeft het overgenomen. Haar lievelingsvis is de frontosa. Er zwemmen er een heleboel in aquarium nummer 9. De grootste zijn ongeveer dertig centimeter lang, ze zijn zwart en ze hebben een grote bult op hun kop. Ze kosten 750 gulden per stuk. “Ik vind ze mooi omdat ze zo lelijk zijn”, zegt Margreet, een beetje blozend. “En, wat ik eerst niet wist, het zijn muilbroeders, ze nemen hun jongen in hun bek als er gevaar dreigt. Zo ontdek je steeds meer.”