De tijger in het Chinese medicijnkastje

De Westerse natuurbeschermers stoten keer op keer hun neus in Oost-Azië. Chinezen beschouwen het uitsterven van diersoorten niet als hun probleem. Zij vinden de bedreiging van hun cultuur belangrijker.

In de betere Thaise restaurants mag beer op de spijskaart niet ontbreken. Welgestelde Zuidkoreanen reizen speciaal voor dit feestmaal naar Bangkok. Na afloop gaat de beregalblaas mee terug in de koffer met als eindbestemming het medicijnkastje thuis.

Zes jaar geleden trok de Amerikaanse free lance journaliste Judy Mills naar Thailand om een verhaal over deze praktijken te schrijven voor het International Wildlife Magazine. Zo leerde ze de internationale handel in bedreigde diersoorten voor medicinale toepassing kennen en ze raakte geheel in de ban van het onderwerp. “Het werd een soort hartstocht, een passie, om echt te begrijpen waarom dit met bedreigde soorten als beer, tijger en neushoorn gebeurt en hoe je dat zou kunnen stoppen,” zegt de nu 39-jarige Mills, terwijl ze haar lange rossige haar naar achteren schudt. Een frêle verschijning, felle ogen. Inmiddels heeft ze een postacademische opleiding internationale natuurbescherming achter de rug. Daarna bracht ze voor het Wereldnatuurfonds in verschillende Zuidoostaziatische landen de omvang van de illegale berenhandel in kaart en sindsdien geldt ze als expert op dit terrein.

Toen Traffic, de internationale organisatie die namens het Wereldnatuurfonds en de International Union for the Conservation of Species (IUCN) de handel in bedreigde diersoorten in de gaten houdt, begin dit jaar in Hong Kong een eigen kantoortje opende, was Judy Mills de uitverkoren kandidaat. Acting director, meldt haar visitekaartje. “It's a dream come true.”

Vorige week was Mills in Londen voor de presentatie van een schokkend Traffic-rapport over de handel in medicijnen die tijgerbotten, neushoornhoorn en beregal bevatten of dat althans volgens de verpakking claimen. Zulke illegale produkten lagen sinds vorig jaar niet meer in de Chinese winkels in de Londense wijk Soho. De oppervlakkige waarnemer zou dan ook denken dat het recht ten langste leste had gezegevierd. Eindelijk werd de wet, die deze handel verbiedt, naar behoren nageleefd!

Inmiddels echter heeft Traffic op de Britse markt een uitgebreider onderzoek afgerond en de resultaten daarvan stemmen allesbehalve vrolijk. Illegale produkten op basis van tijgerbotten, neushoornhoorn en beregal werden niet alleen aangetroffen in Londen, maar ook bij de Chinese gemeenschap in Birmingham, Liverpool en Manchester. In de helft van de 28 onderzochte Chinese apotheken en andere winkeltjes werden deze produkten aangetroffen in de vorm van wijn, pillen en tijgerbottenpleisters.

Het Verenigd Koninkrijk vormt zeker geen uitzondering. Uit de rapporten van Traffic blijkt dat tijgerbottenmedicijnen over de hele wereld worden verkocht. Volgens de Chinese exportstatistieken gingen er in 1992 ook 10 vaten tijgerbottenwijn naar ons land. “We zijn geneigd dit als een Aziatisch probleem te zien,”, aldus Mills, “maar die handel speelt wereldwijd en daarom zou je hiervoor ook wereldwijd douaniers speciaal moeten opleiden. Temeer omdat deze produkten zich zo gemakkelijk lenen als smokkelwaar. Laat de drugshonden op Schiphol maar beregalblaas leren ruiken!”

Voor Singapore, dat in 1987 toetrad tot de internationale Cites-overeenkomst tegen handel in bedreigde diersoorten, was het Traffic-rapport afgelopen vrijdag aanleiding om de handel in tijgerprodukten officieel te verbieden. Singapore had tot nog toe het gebruik van tijgermedicijnen ontkend. Volgens Traffic echter gaat het in werkelijkheid om een aanzienlijke handel. Vanuit China werden in 1992 1610 vaten tijgerwijn en 24.500 dozen met 'tijgermedicijnen' naar Singapore geëxporteerd.

In de hele wereld lopen nog hooguit 7000 tijgers rond. De internationale medicijnhandel vormt de grootste bedreiging voor hun voortbestaan, meer nog dan het verlies aan leefgebieden. De illegale stroperij is nog steeds gigantisch. Vogens berekeningen van Traffic gingen tussen 1990 en 1992 zo'n 27 miljoen medicinale produkten met tijgeringrediënten over de toonbank - of beter gezegd er onder.

Nu overheden, douaneambtenaren en inspectiediensten meer dan vroeger alert zijn op illegale medicijnen, blijkt de handel steeds vernuftiger in het omzeilen van de klippen. Vòòr de export uit China wordt de verpakking veranderd. De vitale componenten worden niet meer vermeld op de verpakking, maar alleen nog op de bijsluiter, in het Chinees, ook als de rest van de verpakking in het Engels is.

“Kijk,” zegt Judy Mills, en pakt een medicijnflesje van tafel op, “op oudere verpakkingen worden de bewuste ingrediënten eenvoudig op het etiket onleesbaar gemaakt.” Het etiket vertoont aan de zijkanten wazige vlekken. Zo wordt de douaneambtenaar misleid, maar de consument en vaste gebruiker weet het vertrouwde produkt nog steeds te vinden in de schappen.

Mills: “Het lot van de tijger en de neushoorn is nu vooral in handen van de Chinese gemeenschap. Vergeet niet, dat het gebruik van de traditionele medicijnen niet zomaar een populaire geneeswijze is. Het is een vorm van nationalisme, een stuk eigen cultuur en religie.”

Als enige oplossing ziet ze dan ook het ontwikkelen van alternatieven binnen dezelfde sfeer van de traditionele, spirituele medicijnkunst op basis van andere ingrediënten in samenwerking met de Chinese gemeenschap. Afgezien daarvan pleit Traffic International voor veel strengere grenscontroles met onmiddellijke inbeslagname van illegale produkten en voor strengere straffen tegen overtreders.

Vanuit haar kantoortje in Hong Kong heeft Judy Mills samen met haar twee vaste medewerkers inmiddels een regulier overleg op gang gebracht met een groep Chinese artsen. Eens per maand komt men in vergadering bijeen, waarbij Mills zich voorlopig moet laten bijstaan door een Chinese tolk. “De vraag is hoe zij hun favoriete geneeswijzen en wij in het Westen onze favoriete wilde diersoorten kunnen behouden. Het blijkt een heel gecompliceerde kwestie, zoveel is wel duidelijk.”

Tegelijkertijd houdt men, voornamelijk via post en fax, contact met een overleggroep op het Chinese vasteland waarin naast 13 traditionele Chinese artsen ook Westerse en Japanse waarnemers deelnemen, hier wordt vooral onderhandeld over het al dan niet onmisbaar zijn van beregalblaas.

Mills: “Zowel voor Zuid-Korea als voor China geldt dat de artsenopleiding zes tot acht jaar duurt en zeker niet minder voorstelt dan die in het Westen. Daarbij krijgen de studenten naast traditionele ook Westerse elementen in hun opleiding, ze zijn op biomedisch gebied beslist niet minder deskundig dan Westerse artsen. In Hong Kong ligt de zaak anders, daar kun je een genezerspraktijk beginnen zonder officiële papieren, maar er lopen ook genoeg artsen rond die op het Chinese vasteland zijn afgestudeerd.”

“Het merendeel is zeer goed opgeleid. Wat vooral opvalt is dat ze ons natuurbeschermingsprobleem echt oprecht niet begrijpen. Ze spreken meestal geen Engels. Interessant genoeg hebben de meesten nog nooit zo'n natuurfilm gezien waarin wij dag in dag uit gewend zijn. Ze ontkennen iedere verantwoordelijkheid voor het uitsterven van die dieren. 'Waarom ga je niet met de stropers praten? Dìe maken die dieren dood. Wìj gebruiken alleen maar de produkten als de dieren eenmaal dood zijn” krijg je steeds opnieuw te horen. Het merendeel van die artsen ontkent dat deze dieren speciaal voor hun praktijken worden gedood. Frappant is het commentaar van een Zuid-Koreaanse hoge ambtenaar: “Wij moeten ophouden de neushoorn te gebruiken omdat de Westerlingen op safari willen”. Het hele begrip biodiversiteit is in hun cultuur eenvoudig onbekend. Terwijl wij in het westen de afgelopen jaren voor de tv zaten en informatie opdeden over de merites van natuur en natuurbescherming, is in ZuidoostAzië alle aandacht uitgegaan naar het inlopen van de economische achterstand op het westen.”

“En ik ben bang dat de westerse natuurbeschermers in eerste instantie nogal agressief optraden,” vervolgt ze, “met beschuldigende vingertjes en harde verwijten. Dat werkte eerder averechts.”

Inmiddels wordt in het Traffic-kantoortje te Hong Kong hard gestudeerd op de juiste toon om de Chinese gebruiker van de tijgerbottenwijn af te brengen. Dit in samenwerking met lokale sociologen en reclamemensen. Een foto van een gestroopt en onttakeld neushoornkarkas, die bij het Westerse publiek louter walging oproept, doet het Chinese publiek misschien juist watertanden: een feestmaal in aantocht.

“En zóiets spreekt ze juist niet aan,” zegt Mills, wijzend op de kaft van haar jongste rapport, met een glanzend gezonde tijger erop, die door het bos schrijdt en kalm in de lens blikt. “Vanuit het Chinese perspectief is het feit dat de tijger gezond en wel in het wild rondloopt niet noodzakelijkerwijs goed nieuws. Wat de gemiddelde Hong Kongees in de eerste plaats interesseert is de vraag wat die tijger voor zijn eigen rheumatiek en andere gezondheidskwalen kan betekenen. Dat is de uitdaging, om daarop in te haken.”

Judy Mills: “Tegen het westerse publiek zou je zeggen dat het een misdaad is als jouw kinderen straks niet meer zullen kunnen genieten van het voortbestaan van een prachtig wild dier als de tijger. “Mama, zijn er nog wilde tijgers?”

“Het Chinese publiek spreekt het argument van de intrinsieke waarde van de natuur waarschijnlijk veel minder aan dan wellicht het element van de schaamte. Het zou een internationale blamage zijn als de Chinese cultuur van de wereldgemeenschap het verwijt krijgt verantwoordelijk te zijn voor het uitsterven van de tijger.'

'Wij vrezen voor het uitsterven van de tijger”, vervolgt ze. “Zìj vrezen voor het uitsterven van hun cultuur. De Chinese bevolking heeft meer dan duizend jaar lang tijgerbotten en neushoornhoorn gebruikt, die produkten worden vereerd en hebben een diepe symbolische betekenis. Ze staan voor de Oosterse identiteit. Door ze dat af te willen pakken hol je hun cultuur uit. Wij van Traffic proberen de overtuiging uit te dragen dat we alle respect hebben voor hun cultuur. We willen ook best de traditionele Chinese geneeskunst promoten, alleen minus bepaalde ingrediënten.”

Dat roept de vraag op in hoeverre die ingrediënten onmisbaar zijn. “Daarover wordt verschillend gedacht,” aldus Mills. “Volgens sommige Chinese dokters bestaan er effectieve substituten, volgens andere beslist niet. Ons argument is, dat men ze op den duur hoe dan ook zal moeten missen. Als we in dit tempo doorgaan, is de tijger nog voor de eeuwwisseling uitgestorven. Als men er nu mee ophoudt, bestaat de kans dat deze diersoort het nog redt. Misschien zullen de populaties zich in het wild zelfs zozeer herstellen dat op den duur zoiets als 'duurzaam oogsten' mogelijk wordt. Ik zeg niet dat zo zal gaan, maar het is een mogelijkheid.”

Een belangrijke vraag is of de zwarte markt nu vooral beheerst wordt door de vraag, of door het aanbod. Vast staat dat het een ondoorzichtig geheel is, met veel speculatie en grote voorraden. Zelfs als de vraag vandaag zou stoppen, zou het nog een hele tijd duren voordat de stropers en handelaren zich realiseerden dat er geen vraag meer was. Mills: “Natuurlijk schept de vraag het aanbod, maar het is ook een feit dat de arme drommel die een tijger stroopt daarmee in één klap vele malen een jaarsalaris verdient, en dat is nog maar een fractie van de uiteindelijke winst die er te behalen valt.”

Hoe Traffic precies in dit circuit infiltreert hangt men liever niet aan de grote klok. Mills wil er alleen over kwijt dat je tegenwoordig geen Westerlingen meer op pad kunt sturen, die vallen eenvoudig veel te veel op. Zijzelf zit nu op kantoor en laat het veldwerk over aan niet-westerse collega's.

Volgens berekeningen van Traffic krijgen stropers en handelaren in een land als Cambodja zo'n 100 dollar voor een kilo tijgerbotten en 1700 dollar voor een compleet karkas, terwijl het gemiddelde bruto jaarinkomen per hoofd van de bevolking zo'n 200 dollar bedraagt. In China brengt een dode tijger (voor zover nog voorradig) 527 tot 2142 dollar op en bedraagt het gemiddelde jaarinkomen 435 dollar. In landen als India, Laos en Nepal brengt een tijgerkarkas soms wel tien jaarinkomens op. In Rusland wordt soms meer dan 5000 dollar en in Vietnam tot 6000 dollar voor een tijgerlijk betaald, terwijl de gemiddelde Vietnamees per jaar niet meer dan 220 dollar mee naar huis brengt.

Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is de chaos er compleet. Volgens Judy Mills is de Russische maffia zwaar betrokken bij de lucratieve handel in produkten van ondermeer de Siberische tijger, die nu in korte tijd totaal wordt uitgeroeid. Er heerst wetteloosheid en enorme inflatie en veel mensen zijn wanhopig bezig om te overleven. “Drugssmokkel, wapenhandel en illegale medicijnhandel gaan vaak samen. Daarbij spreiden de bedreigingen zich vanuit de consumentenlanden uit in steeds grotere cirkels,” aldus Mills. “Vijftien jaar geleden zag je dat de Aziatische beer blijkbaar zo schaars begon te worden, dat de stroperij op Amerikaanse bodem ineens scherp toenam. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie echter is dat veranderd. Onlangs meldden Amerikaanse natuurbeschermers op een conferentie in Seattle dat 'hun' beren nu een adempauze krijgen.”