De ongeschreven regels in 's lands vergaderzaal

Het Kamerlid Leerkes van de bejaardenpartij Unie 55+ begreep er niets van. Aan het slot van het debat over de regeringsverklaring begon hij een gloedvol betoog tegen een motie van de concurrerende ouderenpartij AOV toen hij werd afgehamerd door de voorzitter. Het was Leerkes ontgaan dat de motie een halve minuut ervoor was 'aangehouden', dat wil zeggen “geen onderdeel meer uitmaakte van de beraadslagingen”. Leerkes fluisterde in paniek met Kamervoorzitter Deetman, boog zich naar de andere kant, schudde minister Dijkstal van binnenlandse zaken de hand. En zocht onder algemene hilariteit zijn stoel (nr. 136) weer op.

Een incident? Niet iedereen zal het zich realiseren maar er zitten inmiddels wel tientallen andere potentiële Leerkesen in de volksvertegenwoordiging. Een praktische consequentie van de electorale aardverschuiving van 3 mei dit jaar is dat bijna de helft van de afgevaardigden in de Tweede Kamer daar voor het eerst zit: 71 van de 150 leden hebben nog nooit een 'schriftelijke vraag' gesteld, laat staan een 'tactische interruptie' geplaatst. Nooit eerder waren zoveel nieuwe Kamerleden tegelijkertijd op zoek naar gewichtige zaken als hun postvakje, de griffie en hun pieper. Al die nieuwkomers moeten leren wat het verschil is tussen een motie en een amendement, en hoe onderscheid valt te maken tussen leden van de fracties van de regeringspartijen en die van de oppositiepartijen.

Optimisten vermoeden dat zoveel onhandigheid verenigd in één parlement moet leiden tot vernieuwing van de politieke gebruiken in de Kamer. Toch kan het geen kwaad wanneer jonge Kamerleden kennisnemen van een aantal ongeschreven wetten die ten grondslag liggen aan een Succesvol Verblijf in 's Lands Vergaderzaal. Dit is temeer van belang omdat er soms officiële regels zijn die hen in verwarring kunnen brengen. Zo staat er in de Grondwet dat volksvertegenwoordigers hun werk doen 'zonder last'. Dat wil zeggen: zonder dat zij daartoe opdrachten krijgen. Zij dienen deze regel onmiddellijk te vergeten! Het is van het hoogste belang te luisteren naar de fractievoorzitter - of het fractiebestuur. Zou het nieuwe Lid in het openbaar al het woord mogen voeren over iets, dan dient zijn verhaal afgestemd te zijn op de lijn van de voorzitter.

Maar voorlopig zal dat ook niet aan de orde zijn: beginners in de Kamer dienen er slechts scherp op te letten aanwezig te zijn in de zaal als er stemmingen zijn: dan komt het nieuwe Lid volledig tot zijn recht.

Op vuistregel nummer één - luister altijd naar de fractievoorzitter - zijn uitzonderingen mogelijk. Het kan zijn dat het Kamerlid een Belangrijke Achterban vertegenwoordigt. Bijvoorbeeld: de vakbeweging, de vrouwenbeweging, de milieubeweging of Limburg. Dan is het zaak zo snel mogelijk een grote mond open te trekken in de fractievergaderingen. Het waarom hiervan wordt zo dadelijk duidelijk. Maar eerst dient het nieuwe Lid zich er terdege van te vergewissen dat de Achterban die hij vertegenwoordigt, écht belangrijk is. Het jongste Kamerlid, S. Dijksma (PvdA), die de studentenbeweging vertegenwoordigt, maakte de vergissing dit niet te doen. Dus toen zij tijdens de formatie fel van leer trok tegen de onderwijsplannen van het nieuwe kabinet werd haar direct de mond gesnoerd: de studentenbeweging is niet belangrijk.

Vertegenwoordigt het nieuwe Kamerlid geen enkele erkende achterban, dan valt de methode Rosen-Van Pelt te overwegen: nodig zo vaak mogelijk vrienden en kennissen uit voor de lunch in het Statenrestaurant (tweede verdieping). De fractiegenoten kunnen dan niet om het feit heen dat er in ieder geval een ruime Persoonlijke Achterban aanwezig is.

De tweede vuistregel voor de parlementaire nieuweling is: val op. Opvallen is van levensbelang. Een Kamerlid dat niet opvalt, is vogelvrij bij de vaststelling van de kandidatenlijst voor de volgende Kamerverkiezingen. Die kan dan weer leraar worden of ambtenaar in Bergambacht. In de praktijk betekent dit in de eerste plaats dat een opvallend beleidsterrein bemachtigd moet worden. Dat wil zeggen op de schaal die loopt van de mosselteelt tot criminaliteitsbestrijding is het verstandig het dichtst in de buurt te komen van het laatste beleidsterrein. In dit verband komt de grote mond (check belang achterban!) van pas. Cruciaal in verband met opvallen zijn Goede Contacten met de pers. In dit bestek kan voorlopig alleen gezegd worden: praat minstens een half jaar alleen off the record om uit te vinden welke journalisten te vertrouwen zijn.

Er is een complicatie. De oude Tweede Kamer heeft het reglement aangepast en daarmee het oerwoud aan commissies uitgedund. Om de 'verkokering' tegen te gaan was dat uitstekend, maar een pijnlijk gevolg is dat er veel minder baantjes te verdelen zijn. Voorheen was ieder Kamerlid wel ergens voorzitter van. En het voorzitterschap is de geheide manier om op te vallen, om te overleven dus.

Nu opvallen niet meer kan via de oude baantjes, blijven andere beproefde middelen over: vragen stellen (schriftelijk of mondeling), moties indienen en amendementen voorstellen. Het beginnend Lid kan denken dat moties en amendementen voorlopig te moeilijk zijn. Maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Als het Lid behoort tot een der regeringspartijen PvdA, VVD en D66, zal het merken dat bereidwillige ambtenaren van departementen geheel vrijwillig langskomen met interessante kant-en-klare-tekstvoorstellen. Maak hiervan gretig gebruik. Met één factor moet echter terdege rekening gehouden worden, en dat is het oudere Kamerlid dat eigenlijk de betreffende portefeuille beheert. Hem of haar moet gevraagd worden op te treden als eerste ondertekenaar. Vijanden maken binnen de eigen fractie kan in het begin erg onverstandig zijn. Dit geldt ook bij het Stellen van Schriftelijke Vragen: doe dat aanvankelijk altijd samen met de ervaren fractiegenoot. Het stellen van mondelinge vragen valt in deze fase sterk af te raden. Deze sport beoefenen Kamerleden op dinsdagmiddag, aan het begin van de vergaderweek. Het komt er op neer dat het gehele weekeinde dient te worden doorgebracht met het lezen van kranten en het luisteren naar nieuwszenders. Er is altijd wel iets waar een bewindspersoon over aan de tand gevoeld kan worden. Maandag moet er dus vroeg opgestaan worden om als eerste bij de griffie een smakelijk onderwerp te claimen. Maar voor het stellen van mondelingen vragen geldt: wacht er nog even mee. Het gebeurt onder het toeziend oog van vier live camera's. Dat lijkt interessant als het gaat om opvallen, maar het is een tweesnijdend zwaard.