Aristide dankt Clinton voor optreden Haïti

WASHINGTON/ PORT-AU-PRINCE, 22 SEPT. De Haïtiaanse president in ballingschap, Jean Bertrand Aristide, heeft de Amerikaanse president Clinton gisteren bedankt voor de interventie in zijn land.

Hij deed dit na drie dagen van zware druk van de Amerikaanse regering en na luide klachten van leden van het Amerikaanse Congres. Aristide bedankte ook ex-president Carter, topgeneraal Colin Powell en senator Nunn, die zondag op het allerlaatste moment een akkoord met de militaire junta in Port-au-Prince tot stand wisten te brengen.

Aristide toonde zich aanvankelijk ontevreden met het akkoord dat de Haïtiaanse coupplegers na de machtsoverdracht op 15 oktober niet dwingt het land te verlaten en waarin zijn terugkeer niet wordt genoemd. Hij prees het bereikte compromis gisteren niet, maar toch waren de Amerikaanse functionarissen tevreden met zijn verklaring, die zijn achterban in Haïti moest kalmeren.

De aanhangers van Aristide hadden gehoopt op een definitieve afrekening door de VS met de militaire junta.

Aristide werd op het Pentagon als een staatshoofd ontvangen met 21 kanonschoten. “Wij danken u en het volk van de Verenigde Staten voor het leiden van de multinationale inspanning om de wil van de Verenigde Naties uit te voeren en om democratie in Haïti te brengen”, zei Aristide. “Het is zeker dat elke actie die het vloeien van ook maar een enkele druppel bloed stopt, een stap is in de richting van de duurzame vrede die we op het oog hebben”, zei hij.

De Amerikaanse regering heeft soldaten in Haïti gisteren de bevoegdheid gegeven om in te grijpen als de Haïtiaanse politie geweld gebruikt tegen Haïtiaanse burgers. De beelden van hard knuppelende politieagenten onder het toeziend oog van passieve Amerikaanse militairen hebben de Amerikaanse regering in verlegenheid gebracht. Clinton zei gisteren dat er meer dan duizend Amerikaanse militaire politiemannen zijn ingezet om het gebruik van onredelijk geweld tegen te gaan. “Door hun aanwezigheid helpen ze om geweld af te schrikken”, zei Clinton.

Eerder had in Port-au-Prince de commandant van de Amerikaanse troepenmacht in Haïti, luitenant-generaal Henry H. Shelton, tijdens een werkoverleg met de leider van de Haïtiaanse militaire junta, generaal Raoul Cédras, druk uitgeoefend op het militaire bewind om een einde te maken aan het “onnodige” geweld.

De Amerikanen begonnen gisteren vanuit Haïti's tweede stad Cap Haitien met de bezetting van het binnenland. Vooral in de buurt van Cap Haitien en in de centrale vlakte van Hinche liggen dorpen die de afgelopen jaren zwaar hebben geleden onder de terreur van de militairen en de plaatselijke commandanten, de zogenoemde 'chefs de section'.

Pag.5: 'Solist' Carter is zorg VS

De Amerikanen zouden ook beginnen met patrouilles in de straten van de hoofdstad.

Clinton zei dat “er niet in één nacht een einde komt aan de gewoontes van geweld. Maar gedurende de komende weken zullen we eraan werken het geweld te stoppen, zodat we aan het proces van verzoening kunnen beginnen”. Aristide wil dat de Amerikaanse strijdkrachten de Haïtiaanse militairen meteen ontwapenen. De Amerikaanse generaals willen dat echter niet.

Volgens een peiling van het dagblad The Wall Street Journal keurt een meerderheid van 58 procent van de Amerikaanse kiezers de stationering van troepen in Haïti goed. Oud-president Carter krijgt de meeste bijval. Met 71 procent is hij bijna twee keer zo populair als president Clinton. Tegen de New York Times klaagde Carter dat hij van het ministerie van buitenlandse zaken weinig waardering kreeg voor zijn werk. De woordvoerder van dat ministerie sloofde zich gisteren uit om Carter te prijzen. Maar hij zei ook nadrukkelijk dat president Clinton en zijn minister van buitenlandse zaken het buitenlandse beleid bepalen. Regeringskringen maken zich zorgen over Carters solistische optreden en eigengereide initiatieven. Carter onderhoudt nog contact met generaal Cédras. Tegen het persbureau Associated Press onthulde Carter dat hij Cédras heeft uitgenodigd om in zijn zondagsschool in zijn woonplaats Plains te Georgia te komen onderwijzen.

Gisteren was het rustig bij de haven en het vliegveld van de Haïtiaanse hoofdstad, de plaatsen waar zich maandag en dinsdag ongeregeldheden hadden voorgedaan. Dinsdag sloeg de politie een man dood bij het uiteenjagen van een groep demonstranten. Op korte afstand van de Amerikaanse ambassade werd gisteren wel een kind getroffen door een kogel die volgens omstanders was afgevuurd door een attaché (lid van een militiel) die achter een andere man aanzat. “Nu zie je waarom het belangrijk is dat hun wapens onmiddellijk worden afgenomen en dat niet wordt gewacht tot 15 oktober”, zei een man ter plekke die zich aan de hand van een tatoeage op zijn arm identificeerde als B.M.J.

De Amerikaanse generaal Shelton en Cédras kwamen gisteren overeen dat de zware wapens van het Haïtiaanse leger zullen worden ontmanteld en door Amerikaanse en Haïtiaanse militairen zullen worden bewaakt. Het gaat hierbij om zes pantservoertuigen, luchtdoel- en anti-tankgeschut en artilleriestukken.

Shelton beklaagde zich er in zijn bespreking met juntaleider Cédras in Port-au-Prince over de intimiderende beelden op de Haïtiaanse televisie van de Amerikaanse invasie in Panama in 1989 die nog altijd worden uitgezonden. Shelton karakteriseerde de verstandhouding met de Haïtiaanse militairen overigens als een van “wederzijds respect”.

Het Haïtiaanse bewind had dinsdagavond een demonstratieverbod afgekondigd, maar Amerikaanse functionarissen lieten weten dit verbod niet te kunnen steunen. “De mensen moeten zich nu vrijelijk kunnen uiten”, zei de woordvoerder van de Amerikaanse ambassade tijdens de dagelijkse bijeenkomst met de buitenlandse pers in Haïti.

De Amerikaanse Senaat heeft gisteren met 94 stemmen tegen vijf in een resolutie zijn instemming betuigd met het onderhandelingsresultaat van de delegatie van ex-president Carter en opgeroepen tot “onmiddellijke en ordentelijke terugtrekking” van de Amerikaanse troepen uit Haïti en tot opheffing van het handelsembargo tegen Haïti van de VN. De delegatie van ex-president Carter had aan de Haïtiaanse junta beloofd dat het embargo meteen zou worden opgeheven. Maar de Amerikaanse regering wil daar mee wachten tot Aristide opnieuw in Haïti is geïnstalleerd.

De toon van het debat was bitter. De Republikeinen verkneukelden zich over het feit dat de invasie zich mogelijk tegen de Democraten kan gaan keren. Volgens de Republikeinse oppositieleider, Senator Robert Dole, was de missie van Carter overbodig. “De generaals wilden toch al een akkoord hebben”, zei hij. De Republikeinse Senator John McCain, zei dat de Amerikaanse missie zonder akkoord veel duidelijker zou zijn geweest. De leider van de Democratische meerderheid, George Mitchell, zei in een reactie dat de Senaat “het meest ontwikkelde forum is voor vliegen afvangen en achteraf beter weten”.