Akkoord heeft crisis Haïti niet bezworen

PORT-AU-PRINCE, 22 SEPT. Op de vierde dag van de Amerikaanse operatie Uphold Democracy in Haïti, dreigt het cliché dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken voor de regering-Clinton een probleem van de eerste orde te worden. De voorkeur van president Clinton voor tijdelijke samenwerking met de Haïtiaanse junta boven een potentieel bloedige invasie, is uit binnenlands-politieke overwegingen een logische geweest. Maar nu al is duidelijk dat het akkoord dat oud-president Jimmy Carter afgelopen zondag sloot met de de facto autoriteiten van Haïti, zich tegen de Amerikaanse regering kan keren. Nog afgezien van de binnenlands-politieke gevolgen hiervan, dreigt de situatie in Haïti onvoorspelbaar te worden voor de Amerikanen. Voor een militaire operatie is dat het ergste dat er kan gebeuren.

De verrassende demonstraties van Haïtianen vóór de terugkeer van president Jean-Bertrand Aristide en tegen het militaire regime zoals die de afgelopen dagen zijn gehouden in Port-au-Prince, hebben de Amerikanen voor een dilemma geplaatst. De demonstrerende Haïtianen, die met hun acties na bijna drie jaar van onderdrukking gebruik maken van hun democratische rechten, zijn de natuurlijke bondgenoten van de Amerikanen. Maar deze 'vreedzame interventie' vereist samenwerking met de militaire junta, die opdracht gaf de pro-Aristide demonstranten met harde hand uiteen te slaan.

De Amerikaanse autoriteiten - te beginnen met president Bill Clinton - pasten van de ene dag op de andere hun taalgebruik met betrekking tot de militaire autoriteiten in Haïti drastisch aan. Het bewind van Cédras is niet langer dat van “een bende verkrachters, moordenaars en drugsbaronnen”. Er is nu sprake van een “respectvolle samenwerking” met hen. Emile Jonassaint was tot voor kort in de Amerikaanse optiek nog wat hij ook is: de niet officieel erkende president. Maar dankzij het optreden van oud-president Carter is zijn status nu aanzienlijk opgewaardeerd.

De Amerikaanse autoriteiten in Port-au-Prince zijn niet te provoceren tot het bezigen van de termen die vorige week nog tot het officiële taalgebruik behoorde. Generaal-majoor David Meade, de plaatsvervangend commandant van Operation Uphold Democracy, over zijn gevoelens om als beroepssoldaat aan de tafel te moeten zitten met Cédras: “Onze eerste realiteit is het zondag gesloten akkoord. De tweede realiteit is de warme ontvangst die we hebben genoten van de Haïtiaanse militairen”. Cynisme was niet op zijn plaats, Realpolitik bepaalt de orde van de dag. En het heeft succes: geen enkele Amerikaanse soldaat is gewond, terwijl het Haïti-beleid van Clinton nu eindelijk de meerderheid van de Amerikaanse bevolking heeft kunnen overtuigen.

Maar de winst op korte termijn van de Amerikanen (Meade: “We zijn nu op D-Day +2 waar we in een invasie-scenario dachten te kunnen zijn op D-Day +12”), kan een verliespost zijn op de lange termijn. De warme ontvangst voor de Amerikanen was niet alleen bereid door de Haïtiaanse militaire leiding, maar vooral door de Haïtiaanse bevolking, die de GI's als ware bevrijders onthaalde. Het waren de afgelopen dagen in Port-au-Prince emotionele taferelen, die veel weg hadden van de beelden van binnentrekkende geallieeerde bevrijders in Nederland, 50 jaar geleden. Maar die perceptie heeft geen eeuwigheidswaarde. Als de Amerikanen met de armen gekruist blijven toekijken hoe Haïtiaanse politie en attachés hun beulswerk blijven verrichten, kan bij de bevolking het gevoel ontstaan dat de Amerikanen eerder collaborateurs zijn dan bevrijders.

Het akkoord van zondag heeft bovendien alle kenmerken van haastige diplomatie, verricht door een oud-president die nu met zijn ogenschijnlijk succesvolle interventies in Korea en Haïti hoge ogen gooit, maar wiens eigen presidentschap eindigde met een groot buitenlands fiasco: rond de gijzeling van tientallen Amerikanen in Teheran. Carter en de zijnen onderhandelden zondag met Cédras, de man die in september 1991 uit militair-hiërarchische overwegingen werd gedwongen de leiding van de staatsgreep op zich te nemen, en met diens tweede man, generaal Philippe Biamby. Afwezig was Michel François, de feitelijke couppleger, verantwoordelijk ook voor het merendeel van de duizenden doden in de afgelopen drie jaar en degene die het politie- en attachégeweld tegen de demonstranten in Port-au-Prince heeft geleid. Michel François, die in februari 1993 in antwoord op een vraag over de mogelijke terugkeer van Aristide kortweg “nooit” zei. Niet voor niets luidde de reactie van generaal Shelton gisteren op een vraag over François “geen commentaar”. De Amerikanen hebben in Haïti met de marionetten onderhandeld en niet met de werkelijke machtshebbers, en ze zijn zich bewust van de ontbrekende factor.

Gisteren stond in het teken van het gladstrijken van plooien in operatie Uphold Democracy. Generaal Shelton leek met succes zijn collega Cédras te hebben aangezet tot het beteugelen van het politiegeweld. De Amerikanen op hun beurt maakten veel ophef over de ontmanteling van een depôt van zwaar materieel van het Haïtiaanse leger. Maakt het iets uit hoe de demonstranten worden aangepakt - met houwitsers of met pistoolkolven en koevoeten? Maar ook hierbij gold: de veiligheid van de Amerikaanse troepen krijgt voorrang boven al het andere. Succes was er ook in Washington, waar president Aristides schoorvoetende instemming met de vreedzame invasie werd begroet met 21 ceremoniële saluutschoten: het eerste vuur van Amerikaanse wapens in deze Haïti-crisis.