Aandelenkoorts slaat toe in straatarm Bangladesh

De aandelenkoorts stijgt langzaam in het straatarme Bangladesh, waar vooral de middenklasse in de rij staat voor nieuwe aandelen. De beurs in Dhaka is echter heel primitief en de handelaren gebruiken hun kantoren in het beursgebouw niet alleen voor effectentransacties. Deel 1 in een serie over weinig beschreven effectenbeurzen in de wereld.

DHAKA, 22 SEPT. In een spaarzaam verlicht, snikheet vertrek brullen enkele tientallen achter tafels gezeten makelaars koersen naar elkaar. Als een schild hebben ze hun attachékoffers voor zich uitgestald. Sommigen laten hun Bengaalse temperament de vrije loop en gaan er, zwetend en woest gebarend, bij staan. “De arbeidsomstandigheden zijn hier werkelijk onmenselijk”, verklaart een medewerker van de beurs, wanneer het oorverdovende lawaai even wegebt. “Het is afmattend om hier enkele uren achter elkaar te moeten werken.”

De zweetdruppels van de makelaars aan de beurs van Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, zijn het afgelopen jaar echter ruimschoots beloond. De omzet is in het zojuist afgesloten jaar 1993-1994 met meer dan 500 procent gestegen, van 403 miljoen taka (ongeveer 18 miljoen gulden) tot 2,44 miljard taka. “We hebben de laatste paar jaar inderdaad een geweldige ontwikkeling doorgemaakt”, constateert een tevreden Imtiyaz Husain, de onderdirecteur van de beurs en zelf ook actief als makelaar en consultant.

De bloeiperiode van de beurs van Dhaka begon eind 1991. De nieuw aangetreden regering van premier Khaleda Zia, de eerste democratische in het straatarme Bangladesh in meer dan een decennium, begon een ingrijpende liberalisering van de economie. De binnenlandse belangstelling voor aandelen nam daardoor sterk toe. Voorts werden de beperkingen op buitenlandse investeringen drastisch verminderd, zodat ook het buitenland geïnteresseerd raakte.

Husain schat dat de buitenlanders sinds mei van dit jaar voor zo'n 23 miljoen dollar in aandelen op de beurs van Dhaka hebben belegd. Vergeleken met de miljarden die de afgelopen jaren naar Aziatische reuzen als China en India zijn gevloeid niet veel, maar voor Bengaalse begrippen ongekend hoge bedragen.

Het zijn vooral beleggingsfondsen uit Hongkong die actief zijn in Dhaka, maar daarachter gaan volgens Husain vaak opdrachtgevers uit de Verenigde Staten, Zwitserland, Nederland en Frankrijk schuil. Ook de ABN-Amro-bank heeft zich inmiddels in verbinding gesteld met de beurs van Dhaka om zich te oriënteren omtrent investeringsmogelijkheden. Opvallend afwezig zijn de Japanners, die in het algemeen weinig vertrouwen in de economische mogelijkheden van Zuid-Azië lijken te hebben.

Mits ze hun geld sluizen via drie door de regering aangewezen particuliere banken, zijn de buitenlanders vrijgesteld van hoegenaamd elke overheidsbemoeienis. Over het eventuele dividend dient 15 procent belasting te worden voldaan, maar over capital gains hoeft niets te worden betaald. Buitenlanders mogen hun aandelen op elk gewenst moment verkopen en de eventuele winsten ongestoord repatriëren. Deze fiscale regeling is vergelijkbaar met die in Nederland, waar koerswinsten eveneens onbelast zijn.

Het leeuwedeel van de aandelen van de 145 op de beurs van Dhaka genoteerde ondernemingen blijft nog steeds in handen van investeerders uit Bangladesh zelf. De handel in veel aandelen is echter beperkt, omdat de bedrijfsleiding het veiliger acht zelf meer dan de helft van de aandelen in handen te houden. Slechts bij hoge uitzondering bieden ze die ten verkoop aan. “We hebben een gebrek aan goede bedrijven en aandelen”, geeft ook Husain toe.

Een anonieme briefschrijver aan het dagblad The Morning Sun voegde daar een paar weken geleden aan toe dat het de beurs eveneens ontbreekt aan voldoende competente handelaars. De meesten van de 195 leden van de beurs bemoeien zich zelden met de aandelenhandel en gebruiken hun kantoren in het beursgebouw voor andere doeleinden, zo klaagde de anonieme belegger. Het wordt hoog tijd, vervolgde hij, een minimale omzet per handelaar verplicht te stellen.

Institutionele beleggers, in het bijzonder de door de staat beheerde Investment Corporation of Bangladesh, beheren ongeveer 30 tot 40 procent van de aandelen. Slechts de resterende tien procent zijn in het bezit van particulieren. Niettemin schat Husain dat inmiddels ruim 100.000 mensen in Bangladesh aandelen bezitten, al gaat het dikwijls om zeer kleine beleggers.

Het publiek, vooral de opkomende middenklasse, raakt, evenals in het buurland India, allengs meer in de greep van de aandelenkoorts. De uitgave van nieuwe aandelen of het noteren van een nieuwe onderneming gaan tegenwoordig gepaard met veel opwinding en steeds vaker vormen zich lange rijen geïnteresseerde kopers om zich op te geven voor een nieuwe uitgifte.

De beurs van Dhaka kent hoge pieken en diepe dalen. De hoogste koersen van sommige bedrijven - niet eens de kleinste - zijn in de eerste acht maanden van dit jaar bijna drie keer zo hoog geweest als de laagste. Half augustus waren de meeste koersen echter weer gezakt ten opzichte van hun hoogtepunt. Enkele sterren op de beurs zijn het farmaceutische bedrijf Beximco Pharmaceuticals Ltd en het leerbedrijf Apex Tannery Ltd. De totale marktwaarde van alle bedrijven aan de beurs beliep eind juli 32 miljard taka (1,4 miljard gulden).

Ook de omzetcijfers vertonen forse fluctuaties. Bedroeg de omzet in december vorig jaar 118 miljoen taka (vijf miljoen gulden), in januari sloeg de vlam in de pan en steeg die tot 525 miljoen, om een maand later weer te zakken tot een bescheiden 189 miljoen. Over het algemeen zit er echter zowel in de koersen als de omzetcijfers een stijgende lijn.

De beurs van Dhaka is tot dusverre hoofdzakelijk een stedelijke aangelegenheid. Het platteland, waar ruim driekwart van de bevolking woont en een belangrijk deel van de economie van het land zich afspeelt, doet nauwelijks mee. Imtiyaz Husain wil dan ook in de toekomst proberen het platteland meer te betrekken bij de beurs. Op aanraden van een econoom heeft hij contact opgenomen met twee grote en succesvolle non-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties, BRAC en de Grameenbank, die veel ervaring hebben met kredietverlening op het platteland. “Via deze organisaties hopen we ook de fondsen van de boerenbevolking af te tappen voor de beurs”, aldus Husain.