Zwerftocht over spoornet voor Zeeuwse studenten

YERSEKE, 21 SEPT. “Oneerlijk is het gewoon. Als je ver weg woont, moet je extra betalen.” Vivienne de Hullu (18) hangt op een bank in de wachtkamer van het station Kruiningen-Yerseke. Ze is op weg van Maastricht, waar ze studeert, naar Terneuzen, de woonplaats van haar ouders.

“Je moet er wat voor over hebben”, vindt Vivienne. Ze is eerstejaars en vindt het gezellig om in de weekenden naar huis te gaan. “Dan kan ik meteen m'n kleren wassen en lekker eten zoveel ik wil.”

Met de auto zou ze via België ongeveer anderhalf uur onderweg zijn. Met het Nederlandse openbaar vervoer doet ze er ruim vier uur over. Een auto kan Vivienne van haar studiebeurs niet betalen, dus moét ze met het openbaar vervoer. Maar als per 1 november de voorwaarden van de OV-studentenkaart voor het openbaar vervoer veranderen, mag ze op vrijdagavond pas na 19.00 uur op pad. En dat is voor Vivienne te laat.

“Ik ben dan ongeveer om 23.00 uur met de boot in Zeeuwsch-Vlaanderen. En dan gaat er geen bus meer naar Terneuzen.” De reis die ze wekelijks vice-versa onderneemt, gaat niet van een leien dakje. Eerst stapt ze op de trein, en spoort ze in ongeveer 2,5 uur van Maastricht naar het station Kruiningen-Yerseke. Midden in het Zeeuwse polderland moet ze dan vijftig minuten wachten op de bus die haar naar de veerpont tussen Kruiningen en Perkpolder brengt. In ongeveer twintig minuten steekt ze de Westerschelde over, om daarna 31 minuten in de bus naar Terneuzen te zitten.

Vanaf 1 november moeten studenten een keus maken: Ze nemen een weekkaart waarmee ze op werkdagen gratis mogen reizen, of ze nemen in weekendkaart, waarmee vanaf vrijdagavond 19.00 tot maandagmorgen 4.00 uur mag worden gereisd. “Als ik op zaterdag en zondag heen en weer reis, is 't nauwelijks de moeite”, vindt Vivienne. Dus zal ze voortaan op vrijdagmiddag voor haar kaartje moeten betalen. “Dat is toch idioot. Wij worden achtergesteld ten opzichte van andere studenten die dichter bij huis studeren.”

Haar oude schoolvriend Ferdi Dudek uit Axel zit in hetzelfde schuitje. Hij studeert in Diemen, en heeft een kamer in Hoofddorp. Ferdi gebruikt een weekkaart voor het dagelijkse verkeer naar school, en dat betekent dat hij voor de wekelijkse reis naar zijn ouders moet bijbetalen. Hij heeft op zaterdag een bijbaantje op de markt in Axel, waar hij zijn huishoudgeld mee verdient. “Ik denk dus dat ik voorlopig elke week naar huis blijf gaan.” Volgens het VVD-Tweede Kamerlid A. J. te Veldhuis moet dat ook kunnen. Hij heeft, samen met andere Zeeuwse volksvertegenwoordigers aan de bel getrokken bij de minister van onderwijs. “Want de studenten uit Zeeuwsch-Vlaanderen komen nu in een structureel ongelijke situatie terecht.” Te Veldhuis verwacht dat alleen jongeren van de Wadden-eilanden hetzelfde probleem hebben. “De rest kan zonder problemen thuis komen.” Te Veldhuis en zijn collega's vragen binnenkort een onderhoud aan met de minister.