Vier jaar wereldorde

De aarzelingen en verwarringen niet meegerekend heeft Clinton in het vraagstuk Haïti het model gevolgd dat sinds de Golfoorlog voor militaire interventies geldt. In een diplomatiek voorspel heeft hij zich van de steun der Verenigde Naties verzekerd, daarna in het zicht van de tegenstander een verpletterende overmacht opgebouwd, alles zo georganiseerd dat een bij voorbaat gewonnen 'oorlog' niet langer dan een paar dagen zou duren en tenslotte de tegenstanders hun laatste kans gegeven. Als we alle aarzelingen en verwarring in Washington een ogenblik vergeten, zouden we tot de slotsom moeten komen dat daar met een kundige, beheerste politiek van escalatie een mooi succes is bereikt.

Het had beter gekund. De prijs is dat het gangsterbewind op zijn gemak zijn koffers kan pakken en zich verheugend in de amnestie van de supermacht ergens anders van het leven kan gaan genieten. Als we de staatsgreep van Cédras c.s. als een grootscheepse kaping beschouwen, komt het erop neer dat de kapers, na het vermoorden van een groot aantal gijzelaars wordt toegestaan, met de inhoud van de brandkast naar veiliger oorden te gaan. Maar tegenover dat verlies staat de winst van een onbekend aantal Amerikaanse soldaten dat nu nog leeft en het onschatbare voordeel dat de Democraten de verkiezingen ingaan met een oorlog die zowel gewonnen als niet gevoerd is. Gegeven die knappe prestatie zou Haïti kunnen worden beschouwd als het verbeterde model dat met de Golfoorlog is gegeven.

In werkelijkheid is het anders. Tegen de interventie in Haïti heeft zich in de Amerikaanse politiek een monsterverbond gevormd van Republikeinen en Democraten, gematigd en rechts, en zelfs groepen die bij rechts voor ongeneeslijk liberal doorgaan. Door deze oppositie heeft de Haïtiaanse junta haar prijs natuurlijk kunnen opdrijven, waarschijnlijk in die mate dat het triomfantelijk einde van de niet gevoerde oorlog zijn schittering al had verloren, nog voor Carter, Powell en Nunn er de bekroning aan hadden gegeven. Anders gezegd: Haïti heeft gedemonstreerd hoe scherp de tegenstellingen in de Verenigde Saten zelf zijn geworden. Iedere afloop, ook deze gunstige of zelfs een nog beter besluit was door de tegenstanders van de president in diens nadeel uitgelegd.

Het kan zijn dat hij dit aan de twee ongelukkige eerste jaren van zijn presidentschap heeft te danken. Maar zijn ongeluk bij al die ongelukken is, dat de tijd voor militaire interventies voorlopig voorbij is. Alle oppositie tegen de Haïtiaanse expeditie, bij voorkeur het 'avontuur' genoemd, bedient zich tenslotte van hetzelfde argument. Wat er ook voor misdadigs op dat eiland is gebeurd, hoeveel vluchtelingen daardoor ook koers naar Amerika zetten, het is geen Amerikaans belang dat een militaire ingreep rechtvaardigt. Haïti is geen Amerikaanse levens waard.

Dit verzet heeft zijn voorgeschiedenis - Vietnam, Libanon, Grenada, Panama, Somalië - maar deze drama's en halve successen die men zich als halve nederlagen herinnert, zijn niet de enige oorzaken. Niet alleen de publieke opinie en het overwegend deel van 'de politiek' in de Verenigde Staten wil geen militaire expedities meer. Ook West-Europa, het hele Westen heeft genoeg van alle interventies, bij voorbaat geslaagd of risicodragend en desnoods gerechtvaardigd door de nobelste drijfveren. De Amerikanen in het Caraïbisch gebied, de Europeanen in Joegoslavië: ze zullen zich humanitaire of bemiddelende hulp getroosten, maar verwijzend naar het 'nationaal belang' weigeren ze uiteindelijk zich in de strijd te mengen.

Het is in deze maand van herdenkingen precies vier jaar geleden dat George Bush, zes weken na de inval van Saddam Hussein in Koeweit, zijn grote rede voor het Congres hield. Een president uit een ander tijdvak. 'Er is', zei hij, 'een nieuw bondgenootschap tussen de naties gevestigd. We bevinden ons op een ogenblik van zeldzame betekenis. Uit het tumult van deze crisis kan een nieuw doel verrijzen: een nieuwe wereldorde. Er kan een nieuw tijdvak aanbreken waarin de dreiging van de terreur zal zijn bedwongen, waarin gerechtigheid en vrede krachtiger zullen worden nagestreefd. Een tijdvak waarin alle naties, oost en west, noord en zuid in welvaart en harmonie kunnen leven.'

De coalitie tegen Irak was al gevormd, vier maanden later stond er een expeditionaire macht van 400.000 man in de woestijn. Het kostte destijds ook al moeite, het Huis van Afgevaardigden en de Senaat voor het begin van de werkelijke oorlog te winnen, maar toen het eenmaal zover was werd er niet meer gesputterd. Clinton zou die instemming van het Congres voor zijn verhoudingsgewijze miniatuur-actie niet hebben gekregen.

Na de overwinning heeft de Golfoorlog als model voor een nieuw soort interventie gegolden. In Somalië is daaraan al ernstig afbreuk gedaan. Haïti is hierna niet een succesvolle toepassing van dit model maar het einde omdat het heeft aangetoond dat de wil tot dergelijke ondernemingen ontbreekt. Toen de Golfoorlog was gewonnen heeft Bush zelf daarvan de betekenis tot een beperkt Amerikaans nationaal belang teruggebracht: Thank God, we kicked the Vietnam-syndrome, zei hij. De nieuwe wereldorde kwam nog maar zijdelings ter sprake. Met het aantreden van Clinton is het grand design uit de Amerikaanse politiek verdwenen (en ook uit de Europese, voorzover het daar al, in het kielzog van de Amerikanen aanwezig was). Haïti heeft meer weg van een laatste experiment dan dat het een steentje bijdraagt tot wat vier jaar geleden de nieuwe wereldorde werd genoemd.