Vermeends visie

'Heren, ik houd niet zo van grote visies'. Dat zei het PvdA-kamerlid Willem Vermeend in 1992 tegen een verslaggever van het blad Quote. Hij besprak de nasleep van twee commissies die wel van een brede visie op het belastingstelsel getuigden: de Commissies Oort en Stevens. Het rapport van de eerste commissie leidde inderdaad tot een belastingherziening. Er wordt nu volop over geruzied of die operatie al dan niet een succes was. Het latere rapport van de huidige CDA-senator Stevens kon de pretentie van de titel 'Graag of niet' niet waarmaken. De commissieplannen vormen nu in losse brokken voer voor politici.

De afkeer van rapporten is bij de inmiddels tot staatssecretaris gepromoveerde Vermeend tot zulke hoogte gestegen, dat hij helemaal geen rapporten of nota's meer op zijn bureau wil zien. De nieuwe staatssecretaris is alleen geïnteresseerd in kant en klare wetsvoorstellen. Mochten die hem niet zinnen, dan verbetert hij ze ter plekke. Die pretentie kan je hebben als je als Kamerlid in je eentje al acht wetsvoorstellen hebt gemaakt. Daarbovenop introduceert Vermeend werkwijzen die op Financiën inslaan als een bom. Tijdens zijn voorganger Van Amelsvoort lag het wetgevende initiatief, voor zover dat al niet van de Kamer kwam, feitelijk grotendeels in handen van de ambtenaren. Vermeend wil dat initiatief nadrukkelijk terugtrekken naar de politiek verantwoordelijke bewindsman. Daartoe heeft hij al een reeks kleine wetswijzigingen verordonneerd, lapt hij de parlementaire hiërarchie aan zijn laars als hij informatie wil hebben en zet hij samen met minister Zalm de deuren van het Bastion Financiën open naar de buitenwereld.

Ook de Belastingdienst merkt dat er een nieuwe wind waait. Vermeend heeft voor zichzelf een stoel laten bijplaatsen in het besluitvormende overleg van de hoogste belastingambtenaren. Onder Van Amelsvoort groeide de praktijk dat de Belastingdienst zelf beleidsregels formuleert die voor de burger dezelfde werking hebben als wetsregels. Toen het D66-kamerlid Ybema zijn verontrusting over die verzelfstandiging uitsprak, werden de regels voortaan in naam van de staatssecretaris gepubliceerd, maar verder veranderde er niets. Vermeend staat er evenwel op dat hij vooraf zulke regels kan beoordelen. De leiding van de Fiod (Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst) moet nog bijkomen van de kennismaking met de nieuwe bewindsman die het essentieel vindt dat de politiek greep heeft op het fiscale opsporingsapparaat. Dat is de laatste tijd - overigens ook ten onrechte - aan flink wat kritiek onderhevig geweest. Als een volgende ongehoorde nieuwigheid in de wereld van Financiën-ambtenaren betrekt Vermeend buitenstaanders bij de fiscale wetgeving. Deskundigen van buiten zijn departement mogen aan de slag met het schrijven van concept-wetteksten die de rechten van de burgers moeten waarborgen. Het zoeken naar overbodige fiscale formaliteiten komt voor het grootste deel in handen van de ondernemers die onder die papiermassa zuchten. Van een dergelijke stormachtige aanpak wordt de ambtelijke top niet vrolijk. Deels vanwege de aantasting van hun gevestigde machtspositie, deels uit een begrijpelijke bezorgdheid voor de continuïteit van beleid.

Er ontwikkelt zich al iets in de richting van een krachtmeting tussen de politiek en de vierde macht. De laatste keer dat zoiets op het ministerie van financiën gebeurde, was toen staatssecretaris Koning zich tot ongenoegen van zijn belastinginspecteurs rechtstreeks met individuele belastingzaken bemoeide; de zogenaamde Wibo-affaire. Toen redde de Tweede Kamer de situatie door het primaat van de politiek over de belastingheffing te bevestigen. Ook Vermeend zal de confrontatie niet kunnen overleven zonder zichtbare steun vanuit het parlement. Op het eerste gezicht zit dat wel goed, net als de onmisbare ruggesteun van zijn minister. Maar ook de opstelling van maatschappelijke organisaties is van belang. Vermeend is daarom op zoek naar snelle successen met zijn open-deurenpolitiek. Voorlopig vallen de aangekondigde verscherpte aanpak van belastingfraude en het versneld repareren van lekken in belastingwetten in goede aarde bij de belastingadvieswereld; zolang de goeden maar niet onder de kwaden lijden. In ondernemersland hoopt men dat dit kabinet door zijn open benadering slaagt waar voorgangers faalden: met het intomen van de administratieve lastendruk. In wetenschappelijke kring klinkt evenwel bezorgdheid over een hap-snap benadering die zich slechts op geïsoleerde knelpunten richt. Men vreest voor het rechtsgehalte van de belastingheffing als die vooral als economisch instrument wordt gebruikt.

De uitkomst van het experiment-Vermeend is nog onzeker. Maar al is men voor grote visies bij Vermeend aan het verkeerde adres, voor een gedurfde aanpak kan men bij hem terecht.