Retourtje Stockholm

NA EEN INTERMEZZO van drie jaar conservatief bewind onder leiding van Carl Bildt, zijn de sociaal-democraten, de overwinnaars van de parlementsverkiezingen van afgelopen zondag, in Zweden terug aan de macht. Ingvar Carlsson, de sociaal-democratische leider, weet weliswaar nog niet in welke politieke constellatie hij zal gaan regeren, maar de lange draad van sociaal-democratisch bestuur - 53 van de afgelopen 59 jaar - wordt vervolgd. Het Zweedse model van de sociale welvaartsstaat gaat weer in de steigers. Niet voor ontmanteling, maar voor renovatie.

Aan de vooravond van het referendum over toetreding tot de Europese Unie verkeert Zweden in een belabberde situatie. De pogingen van Bildt om de wortels van de Zweedse problemen, de orwelliaanse overheidsbemoeienis met de sociaal-economie, aan te pakken, zijn onvoldoende geweest. Bildt heeft het toptarief van de inkomstenbelasting verlaagd van 72 naar 50 procent - een idee voor het sociaal-liberale kabinet in Den Haag. Maar het begin van de sanering van de verzoringsstaat heeft de situatie op korte termijn alleen maar verergerd: de Zweedse economie heeft de diepste recessie sinds de jaren twintig achter de rug. De werkloosheid, in het sociale-zekerheidsmodel altijd verborgen, is door de liberalisatie naar haar natuurlijke niveau opgelopen. De koppeling van de Zweedse kroon met de kern van Europese munten moest in september 1992 worden losgelaten en de kroon staat opnieuw onder druk. De staatsschuld loopt naar de honderd procent van de nationale economie, de rente is hoger dan in de meeste Europese landen en het begrotingstekort bedraagt twintig procent.

ZWEDEN HEEFT een voortgaande sanering nodig, geen nostalgische stap terug. De oude recepten van devaluatie, lastenverhoging, keynesiaanse stimulering en overheidsbanen zijn uitgeput. Deelname aan de Europe Unie betekent dat Zweden zich moet richten op de financieel-economische criteria van het verdrag van Maastricht, wil het aansluiting vinden bij de Noordeuropese kern van de Unie. Het Zweedse bedrijfsleven maakt zich daarover ernstige zorgen. Een groep zakenlieden, onder leiding van de machtigste man in de Zweedse economie, Peter Wallenberg, heeft aan de vooravond van de verkiezingen gedreigd investeringen naar het buitenland te zullen verplaatsen als de socialisten mochten besluiten de lastendruk in Zweden te verhogen. Het was een publiek dreigement, vergelijkbaar met de befaamde alarmbrief van zeven Nederlandse industriëlen aan premier Den Uyl in januari 1976.

IN NEDERLAND heeft het Zweedse model jarenlang furore gemaakt. De arbeidsbemiddeling met garantiebanen is hier min of meer overgenomen, niet tot enig succes overigens bij de bestrijding van de langdurige werkloosheid. Hoezeer scholing en arbeidsplicht van belang zijn, het heeft geen zin met gesubsidieerde banen in de publieke sector de werkgelegenheid te bevorderen. Op andere terreinen heeft Nederland tien jaar eerder dan Zweden de koers verlegd. De sanering van de overheidsfinanciën heeft weliswaar lang geduurd, maar zal in de huidige kabinetsperiode eindelijk vruchten afwerpen, en de gulden is zo stabiel als de D-mark. Zweden staat, met andere woorden, nog met twee benen in het begin van de jaren tachtig. Dat belooft een moeilijke rit voor premier Carlsson en na toetreding tot de Europese Unie meer lasten dan lusten voor Zweden en zijn toekomstige Europese partners.