Patience

Ik schuif mijn stoel aan, haal de schrijfmachine naar me toe, draai er een vel kladpapier in en tik een zin die al weken zit te zeuren.

Als het leven betekenis heeft, denk ik soms, moet zij in elk leven te vinden zijn, ook in een saai leven.

Oké, daar sta je dan.

Ik duw de schrijfmachine van me af. Nu eerst maar even rust, een spelletje patience, een paar keer met het groene spel, een paar keer met het rode spel. Vroeger hield ik lijsten bij met resultaten. Het rode spel voorspelde groot geluk, het groene stond voor tegenslag. Natuurlijk behandelde ik beide spellen met strikte neutraliteit. Als je in je eentje speelt heeft steggelen geen nut.

De ruggen van de kaarten zijn verschoten, het groen en rood totaal verfletst. Er staan twee vogels op, als je het mij vraagt een paartje zwartkoppen.

Het waait onstuimig en het regent dat het giet. Ik zie een wagen rijden van Van Gend en Loos. Ik heb een man gekend, die was chauffeur bij dat bedrijf. In Velp was dat. Die man was lid van onze kerk, de kerk van mijn moeder. Hoe vaak je ook tot inkeer kwam, je bleef een zondaar in die kerk.

Ik haal de schrijfmachine naar me toe. Ik pluk een donker haartje van het toetsenbord, een hondehaar. Ik tik de tweede zin, een kleintje maar.

Met de nadruk op als.