Negatief nieuws beïnvloedt verkoop van kip nauwelijks

DEN HAAG, 21 SEPT. Slechte berichten in de media doen de verkoop van kip twee tot drie dagen afnemen, daarna is de klant het vergeten, zo is de ervaring van poelier W.J. Bouhuijs van supermarkt Den Toom in de Rotterdamse wijk Kralingen.

De Consumentenbond mag dan gisteren dramatische resultaten hebben gepubliceerd over de mate van besmetting en versheid, Bouhuijs zoekt de schuld bij de mensen zelf. Ze lopen er vaak te lang mee rond in hun boodschappentas en dan wordt de kip te warm, meent de poelier. Vanmorgen kreeg hij pas één mevrouw voor zijn toonbank die wat over kip had te klagen. Bouhuijs verkoopt per week alleen al ruim 2.000 kilo kipfilets. Klachten over buikpijn zegt hij nooit te krijgen. Salmonella en kip horen bij elkaar. “Ze zitten in de kip vanaf zijn geboorte.”

Het onderzoek van de Consumentenbond naar de kwaliteit van kip, waarvan de resultaten gisteren werden gepresenteerd, is in nog dertien landen gehouden. Wat betreft besmetting van kippevlees met salmonella - gemiddeld 23 procent van de monsters van poelier, slagerij, supermarkt en marktkraam - blijkt Nederland een 'middenpositie' in te nemen.

De situatie in Portugal en Denemarken is beduidend ernstiger. Daar is globaal de helft van alle kippevlees besmet. België doet het volgens dit onderzoek wat beter dan Nederland, want daar geldt dat zestien procent is besmet. Duitsland scoort nog slechter dan Nederland met 26 procent, maar in Griekenland is slechts vier procent besmet. In Noorwegen en Zweden werd helemaal geen salmonella op de kip aangetroffen.

Een andere bacterie, die een ontsteking van de ingewanden kan veroorzaken is campylobacter. De onderzoekers van de Consumentenbond troffen dit micro-organisme in 45 procent van het geteste kippevlees aan. Nederland komt met de besmettingsgraad van deze bacterie op de vierde plaats in Europa. Alleen in Portugal is de situatie met zestig procent nog erger, terwijl België het met vier procent veel beter doet dan Nederland.

Wat de versheid van de Nederlandse kip betreft is het evenmin goed gesteld. Twintig procent bevat teveel bacteriën om vers te mogen heten. In Italië is een verse kip bijna een uitzondering, maar in Denemarken, Slovenië en Zweden worden nergens kippen aangetroffen die het predikaat 'vers' niet verdienen.

Het Produktschap voor Pluimvee en Eieren heeft er gisteren al op gewezen, dat snel ernst zal worden gemaakt met de verbetering van de hygiëne in de produktie-keten van de pluimvee-sector. Vlak voor de zomer is het bestuur van het Produktschap akkoord gegaan met een 'ingrijpend plan van aanpak', waarin zowel de bestrijding van salmonella, als die van de campylobacter een belangrijke plaats inneemt. Pluimveehouders krijgen volgens het Produktschap strikte hygiëne-regels voorgeschreven. “Wie zich daaraan onttrekt, draagt zelf alle financiële risico's in geval het bedrijf besmet raakt en de aanwezige kippen moeten worden behandeld of eventueel vernietigd”, stelt het schap.

Het bestrijdingsprogramma voorziet in het intensiveren van het nemen van monsters op bedrijven. Verder moeten ondernemers in de gehele produktie-keten elkaar garanderen dat ze consequent volgens de strikte hygiëneregels produceren. Het schap zegt momenteel hard te werken aan de uitwerking van de regels en dat eind dit jaar wordt begonnen met de invoering.

Statistisch kan worden bewezen dat salmonella-besmetting jaarlijks tientallen doden eist. De oorzaak van de grootscheepse besmetting met salmonella binnen de Nederlandse pluimveehouderij is terug te voeren op de industriële aanpak, direct na de oorlog waardoor voor het benodigde kippevoer moest worden gegrepen naar de allergoedkoopste overzeese grondstoffen als vismeel, tapioca, katoenzaadschroot en maïsschroot. Het gevaar voor de volksgezondheid is sindsdien allerminst onopgemerkt gebleven. Tweemaal heeft de Gezondheidsraad (in 1962 en 1978) gewaarschuwd tegen de risico's die het gebruik van vervuilde veevoeder-grondstoffen met zich meebrengen. Het heeft tot 1989 geduurd voordat specifieke maatregelen ter bestrijding van de gevaarlijke bacteriën werden getroffen en tot nu toe hebben die blijkens het onderzoek van de Consumentenbond nog vrijwel geen effect gesorteerd.