Johnston en Buckley zingen Melkweg stil

Concert: Freedy Johnston/ Jeff Buckley. Gehoord: 20/9 Melkweg, Amsterdam. Herhaling Freedy Johnston: 22/9 Paard, Den Haag; 23/9 Tivoli, Utrecht.

De Melkweg was gisteravond net Het Concertgebouw; als de laatste tonen van een nummer waren weggestorven hield het publiek zich doodstil, afgezien van het geïrriteerde 'shhht' dat voor een pratende buurman bedoeld was. Tijdens het optreden van Freedy Johnston en zijn band leek de stilte het gevolg van gebrek aan enthousiasme, bij Jeff Buckley zweeg men uit betovering.

Het programma bood twee Amerikaanse singer/ songwriters die sinds kort in opkomst zijn. Althans in Amerika, want in Nederland is Freedy Johnston zo'n drie jaar geleden al 'ontdekt'. Johnston had nu een ondankbare positie als voorprogramma van het debuterende talent Buckley. Zijn optreden was gevuld met treffende uitvoeringen van de songs zoals ze op zijn cd's staan. Maar zoals Johnstons repertoire in de loop van drie cd's introverter is geworden, zo wordt ook zijn houding steeds statischer. Zonder zijn ogen op zijn gitaar te richten, staart hij als een madonna naar een punt boven de hoofden van zijn publiek.

Johnstons nummers hebben een kwetsbaarheid die uitstekend past bij zijn dunne, hoge stem en zijn onvaste zangstijl. Maar het is vreemd te zien hoe die kwetsbaarheid van nummers als Bad Reputation en This Perfect World wordt verstopt in de massieve presentatie van hem en zijn bandleden.

Jeff Buckley daarentegen is er alles aan gelegen de naaktheid van zijn emoties aan het publiek te tonen. Buckley, zoon van de jonggestorven zanger Tim Buckley, houdt van het grote gebaar. Zijn nummers hebben een eruptieve structuur, hij uit zich vol pathos en doet een theatrale cover van Leonard Cohens Hallelujah. Nog extremer dan op de onlangs verschenen cd Grace kronkelt hij zich in stem en expressie door zijn repertoire. Hij jankt en galmt, laat zijn stem een eigen levleiden ten opzichte van de muzikale melodie en fabuleert op fluistertoon.

Het waren etherische nummers die Buckley hier ten gehore bracht. Plotselinge wendingen werden ingegeven door spontane gemoedswisselingen, zo leek het. Maar dankzij de virtuoze uitvoeringen van zijn band, en met name van bassist Mick Grondahl, die met krachtige tonen een ondergrond legde, had Buckley de vrijheid vocaal op hol te slaan. Het publiek stond erbij als kinderen die naar een sprookje luisteren; met vertrokken gezichten en zwelgend in spanning.