JOHANNES VVAN DAMME; Aan lager wal geraakt zakenman

Het beeld dat veel Nederlanders van Johannes van Damme hebben is dat van die wat schuchter glimlachende man, keurig in pak met de armen geboeid op de rug, die begeleid door een politie-agent de rechtbank van Singapore binnengaat. “Nederlandse zakenman opgepakt wegens drugssmokkel”, stond er in het bijbehorende bericht. Vorig jaar werd hij ter dood veroordeeld en sinds gisteren weet de wereld dat de terechtstelling van Van Damme aanstaande vrijdag zal plaatshebben. De stille diplomatie en een laatste wanhoopsoffensief van de familie van de gevangene hebben geen succes gehad. Johannes van Damme, van 30 mei 1935, kan de geschiedenis ingaan als de eerste Europeaan die wordt opgehangen in Singapore, de sinds 1965 onafhankelijke Aziatische stadsstaat waar het bezit van 15 gram heroïne al genoeg is voor de strop.

Van Damme, die op 27 september 1991 op de luchthaven van Singapore werd aangehouden met ruim vier kilo heroïne in zijn bagage, heeft steeds beweerd dat hij niets wist van zijn kofferinhoud. Maar het heeft de 59-jarige Nederlander in de drie jaren die hij nu vastzit in de Changi-gevangenis altijd ontbroken aan enig concreet bewijs voor zijn mogelijke onschuld. Hij had, zo verklaarde hij tijdens zijn verhoren, de bewuste koffer waarin de drugs werden aangetroffen, voor een Nigeriaanse vriend opgehaald in Bangkok en beloofd deze mee te nemen via Singapore naar Athene, allemaal steden waar hij toevallig 'voor zaken' toch naar toe moest. Maar toen de Singaporese politie vroeg om bewijzen als zakencontracten, verkoopbonnen of visitekaartjes kon Van Damme helemaal niets op tafel leggen. “Ik bewaar nooit iets. Als ik een brief gelezen heb, gooi ik 'm altijd weg”, was zijn verklaring.

Het levensverhaal van Johannes van Damme heeft veel weg van dat van een aan lager wal geraakt zakenman. Na zijn studie aan de HTS in Vlissingen was Van Damme samen met zijn vrouw naar het oosten van het land getrokken. Naast zijn werk was Van Damme actief in tal van sociale functies: zo was hij onder meer coach van het jeugdzwemteam van zijn twee dochters en enthousiast lid van de plaatselijke carnavalsvereniging. Hij schopte het zelfs tot prins carnaval van Hengelo.

Toen het huwelijk stukliep verliet Van Damme vrouw en dochters en verhuisde hij in 1976 naar Nigeria, waar hij agent werd voor het Nederlandse ingenieursbureau waarvoor hij in de jaren daarvoor in Hengelo heeft gewerkt. In Nigeria bouwde hij een nieuw leven op. Hij ontmoette er zijn tweede vrouw met wie hij in de jaren tachtig samen een bedrijf opzette. De zaken in Nigeria verliepen echter steeds moeizamer. Daarom was het aanbod dat een aantal Nigeriaanse zakenmensen Van Damme deed zo aantrekkelijk: tegen goede betaling (circa 20.000 dollar per opdracht) moest de Nederlander een aantal reizen maken naar Europa en Azië waarbij hij steeds bagage verplaatste van de ene naar de andere plek. Van Damme werd genoemd als koerier van een mondiaal opererende drugsbende. Voor deze African drugsconnection - zoals de Nigeriaanse handelsroute in de wandelgangen van Interpol wordt genoemd - werden in die dagen veel blanke en blonde West- en Oosteuropeanen als koerier geworven, omdat Nigeriaanse koeriers bij douanecontroles steeds vaker tegen de lamp liepen. Van Damme heeft overigens steeds ontkend dat hij iets met enige drugsdbende te maken zou hebben. Slechts één keer, kort nadat hij was opgepakt, bekende hij dat hij wist van de drugs in de koffer. Maar die verklaring werd later nietig verklaard omdat hij deze onder druk zou hebben afgelegd.

Desalniettemin concludeerden drie Singaporese rechters van het hooggerechtshof in november 1993 dat onderzoek “boven redelijke twijfel” heeft uitgewezen dat Van Damme schuldig is. Het eerder dat jaar uitgesproken doodsvonnis werd daarmee bekrachtigd. Van Damme restte toen alleen nog indiening van een gratieverzoek bij de Singaporese president Ong Teng Cheong. Maar het verzoek, dat vergezeld gaat van een ondersteuning van de Nederlandse regering, werd niet gehonoreerd. Op 12 juli kreeg Van Damme van zijn sociaal raadsman Guus van Bladel, die hem wekelijks opzoekt, te horen dat alle hoop op omzetting van de doodstraf in levenslang nu is vervlogen.

Toch gloorde er nog even hoop bij Van Damme toen hij een laatste troefkaart probeerde uit te spelen. Via een van zijn dochters in Nederland liet hij weten dat hij in 1991 informant is geweest voor de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Van Damme zou de CRI hebben geholpen bij het opsporen van een Nigeriaanse misdaadorganisatie die onder meer in Nederland op grote schaal fraudeerde met olieverkopen. De Nigerianen zouden vervolgens als wraak voor Van Dammes contacten met de CRI de Nederlander in Singapore in de val hebben gelokt, beweert de gevangene.

Hoewel CRI de banden met Van Damme officieel nooit heeft bevestigd noch heeft ontkend, is inmiddels zeker dat er wel contact is geweest met de Nederlander. Minister Van Mierlo ontkent echter dat de banden met de CRI iets te maken hebben met de drugssmokkel. Het blijft alleen de vraag hoe intensief het contact met de CRI was. Hij zou, zo verklaarde hij zelf, de informatie over zijn rol voor de CRI niet eerder naar buiten hebben gebracht omdat hij bang was voor wraakacties tegen zijn familie in Nigeria. Van Dammes vermeende rol als CRI-informant kan ook worden afgezet tegen een uitspraak van Guus van Bladel over ter dood veroordeelden. Volgens de sociaal werker gaan velen in de dodencel na verloop van tijd geloven in hun eigen onschuld door hun geschiedenis opnieuw te construeren.

Vooralsnog heeft het CRI-verleden Van Damme niet kunnen redden. Zelfs de bemoeienis van koningin Beatrix heeft niets aan de situatie veranderd. Gisteren sprak hij uitgebreid met Guus van Bladel, de man die hem de afgelopen 86 weken begeleidde. Ze hebben, vertelt Van Bladel, gelachen. “Van Damme is geen crimineel, hij is een goeie lobbes die ergens slachtoffer is geworden van die rotdrugs.”