Energie-experts worden wanhopig van bezuinigingenonze redacteur

ARNHEM, 21 SEPT. Energie-experts worden wanhopig van de plannen van het paarse kabinet op hun terrein, of liever door de dreigende afbraak van het energiebeleid dat door de kabinetten van Lubbers was opgebouwd.

Fabrikanten en exploitanten van windmolens, zonneboilers en zonnepanelen klagen steen en been over de afschaffing van subsidies. De technologie-instituten aangevoerd door TNO idem dito, want hun onderzoek op het gebied van energiebesparing en nieuwe technieken die het milieu sparen, dreigt in de ijskast te geraken.

De nieuwe D66-minister op Economische Zaken Hans Wijers zit opgescheept met een opdracht van de formatie-partners om 300 miljoen gulden te bezuinigen op energiesubsidies. Dat is ook de vereniging van energie-distributiebedrijven EnergieNed in het verkeerde keelgat geschoten. EnergieNed boekt al drie jaar met haar Milieu Actie Plan (MAP) succes bij de energiebesparing en vermindering van de uitstoot van het broeikasgas kooldioxyde door consumenten en ondernemers. In ruil voor een toeslag van enkele procenten op de stroom- en gasrekening krijgen verbruikers adviezen over besparingsmogelijkheden zoals zuinige cv-ketels, isolatie, spaarlampen, zonneboilers en warmte/krachtcentrales, maar ook over duurzame energie-opwekking door windmolens en elektriciteit uit zonnepanelen.

Het systeem van EnergieNed is succesvol door de combinatie met overheidssubsidies. Zo succesvol dat de organisatie dit jaar haar doelstelling voor het terugdringen van kooldioxyde kon verdubbelen, terwijl de overheidssubsidies werden gehalveerd tot 150 miljoen gulden per jaar. In maart tekende de nieuwe directeur van EnergieNed, dr. Rob van 't Hullenaar - afkomstig van Philips - een overeenkomst met de toenmalige minister Andriessen waarin werd vastgelegd dat die lagere subsidies drie jaar lang zouden worden voortgezet. “Maar het nieuwe kabinet heeft nu een streep door dat contract gehaald”, zegt Van 't Hullenaar. “We moeten rekening houden met een decimering van het bedrag van 150 miljoen.”

“Waar zijn we nu mee bezig?”, vraagt hij zich geërgerd af. “Men breekt de succesvolle instrumenten voor energiebesparing af en er komt in 1996 een heffing op de energierekening van kleinverbruikers voor in de plaats, waarvan iedereen weet dat deze een marginaal effect zal hebben. Bovendien heeft die heffing geen enkele relatie meer met het milieu, want het kabinet heeft de opbrengst nodig voor onder andere lastenverlichting. Daar steekt een heel andere doelstelling achter, namelijk het bevorderen van de werkgelegenheid.”

Van 't Hullenaar verzet zich fel tegen de nieuwe heffing, die geen onderscheid maakt tussen fossiele brandstoffen als olie, gas en kolen en 'duurzame' energiebronnen: zonne-, wind- en biogas-energie. “Dus je schuift de categorie duurzame energie, die ten koste van veel inspanningen en geld van de grond is getild, gewoon in de ijskast.” Windenergie, in Nederland de meest succesvolle alternatieve energiebron die ook het verst is ontwikkeld, zal de grootste klappen oplopen. “De Tweede Kamer heeft minister Andriessen lang achtervolgd voor investeringssubsidies om in het jaar 2000 een vermogen van 1.000 megawatt aan elektriciteit uit windmolens beschikbaar te krijgen. De huidige staatssecretaris Dick Tommel (D66) van VROM was daarvan een van de grootste voorvechters. Maar op deze manier kun je die doelstelling wel vergeten.”

Bovendien wordt volgens Van 't Hullenaar de campagne van de energiebedrijven voor het Milieu Actie Plan door een kleinverbruikersheffing en de korting op subsidies “volledig doorkruist”. “Het MAP is gebouwd op een stelsel van afspraken met de overheid. Ik heb de grootst mogelijke moeite met een overheid als onbetrouwbare partner en als dit zo doorgaat wórdt de overheid onbetrouwbaar. Premier Kok zegt: we korten op energie-subsidies, maar onze milieudoelstellingen blijven gelden. Dat acht ik ongerijmd, want hij moet toch een beleid hebben? Wij zullen onze doelstellingen nu waarschijnlijk omlaag moeten schroeven of opschuiven, en dat kan nooit de bedoeling zijn.”

Van 't Hullenaar wijst erop dat volgens ambtelijke rapporten de kleinverbruikersheffing slechts een energiebesparing van 0,5 tot 1,25 procent per jaar oplevert, afhankelijk van de olieprijzen. “Er is geen aanwijzing dat de olieprijs de komende jaren fors zal stijgen, dus wij verwachten dat het in de buurt van die 0,5 procent blijft. Als je nu ziet dat wij als energiebedrijven tegen het jaar 2000 een jaarlijkse gemiddelde besparing van tien maal zoveel (6 procent) zullen boeken, tegen een toeslag op de rekening van 35 gulden per verbruiker die door de meeste afnemers makkelijk wordt terugverdiend, dan zeg ik: laat het maar aan ons over.”

De leden van EnergieNed, de 39 plaatselijke en regionale distributiebedrijven, worden door de paarse plannen met een onmogelijke opgave opgezadeld, denkt de directeur. “Wij hebben met ons MAP getamboereerd op een zuiniger gebruik van energie. De mensen hebben spaarlampen aangeschaft of nog veel meer geïnvesteerd. Ze zien hun verbruik omlaag gaan en de rekening navenant, maar nu zou het gemiddelde huishouden weer worden geconfronteerd met een jaarlijkse extra last van 230 gulden per jaar. Ik vrees dat de klant dat niet begrijpt. Die denkt: het energiebedrijf heeft me geflest. Ik heb dan ook grote zorgen voor het imago van onze bedrijven.”

EnergieNed zal zich beraden over “definitieve stappen”, zegt Van 't Hullenaar. “Want de vraag is of je dit soort zig-zagbeleid van de overheid moet blijven accepteren.” Als de coalitie het plan doorzet, voelt Van 't Hullenaar zich verplicht over de uitvoering in Den Haag te gaan meepraten, want de energiebedrijven zullen dan wettelijk worden verplicht om de kleinverbruikersheffing voor de overheid te innen. Dat zou dus neerkomen op een compromis waar hij eigenlijk helemaal geen zin in heeft. In elk geval wil de EnergieNed-directeur dan zien te bereiken dat de inningskosten door het rijk worden vergoed, dat energie uit duurzame bronnen van de heffing wordt uitgezonderd en dat de overheid via alternatieve financieringsbronnen bekijkt hoe het verlies van de subsidies kan worden gecompenseerd. Eén mogelijkheid wil Van 't Hullenaar wel noemen: een bedrag van 600 miljoen gulden uit het fonds voor versterking van de infrastructuur (reservering uit aardgasbaten) is nog niet besteed. “Nieuwe energie-technieken zijn tenslotte belangrijk als je het hebt over versterking van onze economische structuur.”