Denemarken; Verkiezingen in Legoland

Drie dagen na de Zweden gaan vandaag de Denen naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. Als de peilingen van de afgelopen weken uitkomen, zal de sociaal-democratische premier, Poul Nyrup Rasmussen, opnieuw een kabinet kunnen vormen. Maar waarschijnlijk zullen er niet genoeg Legosteentjes meer bij elkaar te schrapen zijn om een hechte meerderheidsregering te bouwen.

Bij de verkiezingen van vier jaar geleden behaalden de sociaal-democraten 37,4 procent van de stemmen, een historisch record voor die partij. Toch slaagde de toenmalige partijleider, Svend Auken, er niet in om de drie kleine partijen in het centrum over te halen tot een centrum-linkse coalitie. De Conservatieve premier Poul Schlüter kon verder regeren.

In april 1992 kreeg Svend Auken de rekening voor zijn falen gepresenteerd. Een buitengewoon partijcongres van de sociaal-democraten zette hem aan de kant ten gunste van compromissenmaker Rasmussen. De nieuwe leider kon toen niet vermoeden dat hij al binnen een jaar tot het premierschap zou worden geroepen. De Conservatieve premier Poul Schlüter viel, na tien jaar lang aan het hoofd van centrum-rechtse minderheidsregeringen te hebben gestaan, in januari vorig jaar over de Tamil-affaire. Minister van justitie Ninn-Hansen had op een onwettige manier een familiehereniging van Tamil-vluchtelingen verhinderd en vervolgens had de regering geprobeerd dit feit onder de tafel te vegen.

Rasmussen kreeg daarop de kans de fout van Svend Auken goed te maken. Hij bouwde voor het eerst in lange jaren een meerderheidscoalitie van zijn eigen partij en de drie centrum-partijen.

In de ruim anderhalf jaar dat Rasmussen aan het bewind is, heeft hij twee in het oog springende successen geboekt. In mei 1993 slaagde hij erin de Denen alsnog te bewegen tot aanvaarding van het Verdrag van Maastricht, nadat hij een Deens voorbehoud had bedongen bij de veiligheidsparagraaf en de monetaire unie. Bovendien heeft onder zijn bewind de Deense economie zich verder hersteld. Het land heeft inmiddels een flink overschot op de betalingsbalans, de inflatie is teruggedrongen tot twee procent en de economische groei beloopt drie procent. Alleen de werkloosheid is nog een probleem, want die staat nog altijd op dertien procent. In de peilingen wordt de aanhang van de sociaal-democraten geraamd op ruim 35 procent.

De relatief sterke positie van Rasmussen houdt ook direct verband met het onvermogen van rechts om een redelijk alternatief te bieden, dat ook voor de centrum-partijen aantrekkelijk is. De liberale leider, voormalige minister van buitenlandse zaken Uffe Elleman-Jensen, en zijn Conservatieve collega Hans Engell hebben beide een journalistieke afkomst, maar hun persoonlijke rivaliteit lijkt net te groot voor een hechte basis voor een centrum-rechtse coalitie. Ze vinden beiden dat ze zelf de beste premier van het land zouden zijn. Elleman-Jensen heeft het karakter van een straatvechter, terwijl Engell meer als verzoener geldt. Volgens de peilingen zouden de liberalen van 16 naar 24 procent gaan, de Conservatieven zouden iets verliezen van de zestien procent die ze vier jaar geleden behaalden.

De sleutel voor de coalitievorming ligt, zoals zo vaak in het veelkleurige Deense politieke landschap, in handen van de kleine partijen in het centrum: de Radicalen, de Christelijke Volkspartij en de Centrum-Democraten. In principe willen zij alledrie verder met de gematigde, haast vaderlijke Rasmussen. Probleem is alleen dat de laatste twee partijen in de peilingen gevaarlijk dicht in de buurt van de kiesdrempel van twee procent zitten en dus uit het parlement zouden kunnen verdwijnen. In dat geval kan de gedoogsteun van belang worden van de voor een deel uit ex-communisten bestaande Socialistische Volkspartij. Gezien de doeleinden van deze partij, zoals een dertig urige werkweek en een verhoging van de overheidsuitgaven, ligt haar eventuele regeringsdeelname minder voor de hand.

Ook in oppositiekringen lijkt inmiddels serieus rekening te worden gehouden met een tweede kabinet-Rasmussen. De liberale leider Uffe Elleman-Jensen heeft namelijk in een deze week gepubliceerd vraaggesprek voorzichtig de mogelijkheid opengehouden, dat hij zich alsnog kandidaat stelt voor de post van secretaris-generaal van de NAVO. Naar in Kopenhagen verluidt, zou de centrum-linkse regering bereid zijn zo'n kandidatuur te steunen. Elleman-Jensen zei weliswaar op dit moment slechts in één post geïnteresseerd te zijn (het premierschap) en dat de kiezers daarover beslissen, maar op de vraag of hij daarna opnieuw over de zaak zou willen praten, antwoordde hij: “Op dit tijdstip kan ik niets naders zeggen.”