An Salens: extravagantie is altijd klassiek

In de etalage hing een gehaakte jurk in waterkleuren, uit de jaren zestig, waar je dwars doorheen kon kijken - heel gewaagd in die tijd. 'Niet te koop', stond er uitdrukkelijk bij. “Al die tweedehandszaken halen nu hun voorraad An Salens voor de dag, maar dat vind ik lijkenpikkerij”, zegt Gerrit Bruloot, eigenaar van de Antwerpse modewinkel Louis. Toen vorige week An Salens overleed, richtte hij uit eerbetoon een etalage in voor de Paradijsvogel van de Belgische Mode. Bij de jurk legde hij schapekoppen - langwerpige hortensia's - in dezelfde kleuren, en een exemplaar van De Morgen met haar necrologie.

Echt beroemd was de mode-ontwerpster An Salens, ze werd 54 jaar, niet meer. Maar ze had een kleine vaste schare bewonderaars en afnemers van de vestjes en sjaaltjes die ze de laatste jaren weer haakte en breide. Dat was anders in de jaren zestig en zeventig toen ze in één adem werd genoemd met Yves Saint Laurent en Armani, en haar jurken werden gedragen door Juliette Gréco, Paola toen ze nog prinses was, en Ann Christy.

“Ze haakte van zijdedraad, dat ze zelf verfde in kleuren die niet echt bestonden, en haar jurken waren erg doorzichtig en verleidelijk. Ze maakte purperen pruiken van zijde. En vooral de lange, lange franjes à la Charleston waren beroemd; ze werden stuk voor stuk met de hand aangezet”, vertelt een moderedactrice van de Belgische Libelle, die Salens goed gekend heeft. Ze verkocht in Parijs, in Duitsland - waar de prijzen van 25.000 tot 45.000 francs onmiddellijk werden verdubbeld - en via Düsseldorf naar Saoedi-Arabië.

An Salens was, zoals ze twee jaar geleden in een interview in het tijdschrift Humo zei, een selfmade woman. Ze leerde de grondbeginselen van het naaien van haar zus, maakte zelf haar kleren, deed uit geldnood op een dag een jurk over aan een vriendin, en binnen de kortste keren werden de eigengemaakte ontwerpen haar van het lijf gekocht en nam ze afgedragen kleren bij Spullenhulp mee, haalde die uit elkaar en maakte er eigen combinaties van. Wat Xuly-Bët en Martin Margiela vandaag ook weer doen en waarmee zij een tweedehandsrage in Parijs hebben ontketend. De echte doorbraak kwam met de shows: spektakelmodeshows. In Kortrijk deed de verhuurder van de zaal het licht uit omdat er te veel bloot te zien was; show dus afgelopen, maar het was natuurlijk de beste reclamestunt die Salens kon hebben. Er waren geënsceneerde bruiloften. Blote mannen. Shows in een boksring, waar in papier gewikkelde mannequins door krachtpatsers heen werden gedragen, en vervolgens werden uitgerold. Ze kreeg een eigen winkel bij het Antwerpse Conscienceplein. Maar zakelijk was ze niet. In 1987 werd ze failliet verklaard, en met twee dochters op straat gezet - in peignoir, zo gaat het verhaal, en met een schuld van 4,7 miljoen Belgische francs. Ze kreeg bovendien grijze staar zodat ze bijna blind werd. Exit Salens. “Het is altijd breed uitgesponnen in de Belgische kranten, het financiële wanbeleid, en dat ze leefde voor twee - ook voor de fles; maar dat stelt haar kwaliteiten te veel in de schaduw”, zegt Bruloot. “Ach ja, die wijntjes, wil je me nu ook al die wijntjes afnemen”, verzuchtte ze tegen iedere journalist die over haar drankgebruik begon. Ze dronk vanaf haar vijftiende, gestaag, dag en nacht. “Pas op, ik ben nooit zat hè, (-) ik val niet van trappen, ik hang niet aan lantaarnpalen, ik vertel geen wartaal”, zei ze in het tijdschrift Humo. Zonder wijn zou ze niet dezelfde zijn, vond ze zelf, de wispelturige, creatieve An Salens. Ze was er niet trots op, dat ze dronk, maar ze schaamde zich er ook niet voor. Bruloot maakte een jaar of vier geleden kennis met haar. Ze was inmiddels geopereerd en zag weer als nooit tevoren. Hij kwam met haar overeen om in zijn winkel - gespecialiseerd in de grote Belgen van nu als Ann Demeulemeester en Dirk Bikkemberg - kleine stukken in produktie te nemen; nieuwe ontwerpen van de typisch-kleurige sjaals, vestjes, die als altijd artisinale in Salens atelier werden gemaakt. “Ze had een gezonde kijk op mode”, vindt Bruloot. “Zoals in de jaren zestig, toen mode een vorm van beleven was, van verkleden, van rebellie. Toen we alle moeite deden om juist niet op elkaar te lijken.” Zelf zei ze daarover: “Mode is voor schapen, voor meelopers. Ik heb me nooit iets aangetrokken van trends. Ik maakte gewoon wat ik mooi vond. Extravagante spullen, en extravagantie is altijd klassiek.”

Sinds een jaar of twee worden op de tweedehandsmarkt haar ontwerpen weer duur betaald. Er is nu overigens bijna niets meer te krijgen. “Wie wat heeft houdt het bij zich, zeker met die come back van sixtieskleding. Bovendien, een Salens is veel te mooi, die wil niemand kwijt”, aldus een goede vriendin.

De bescheiden collectie bij Louis, de opgeleefde belangstelling voor de oude Salens-stukken: het leek een nieuwe start en zo zag ze het zelf ook. “Toen werd ze ziek. Aanvankelijk was het niet ernstig, maar ik voelde dat het van binnen was gebroken”, zegt Bruloot. “Ze leidde een zwaar leven”, zegt ook de moderedactrice. “Ze was er een van veel plezier maken, en van haken en creëren. Eten was niet belangrijk, en dus werd ze ziek. Keelkanker.” Wat wel een beetje extra wrang is. Want in het Humo-interview zei ze nog: “Niemand zal mij zweren doen krijgen. (-) Als je mag lachen, mag je ook huilen. Als je vrolijk mag zijn, mag je ook boos zijn. Dat is een evenwicht. Ik krijg geen kanker, hè?” Maar ze bleef vrolijk en tot het laatst ging ze door met werken, zelfs in de kliniek kwamen mensen nog bij haar kopen. Op de begrafenis waren zeker een paar honderd mensen. “Er was een excentrieke oude dame in het zwart,” zegt Bruloot, “die vergeten was om bloemen mee te nemen. Ze plukte ergens een madelief, haalde een draadje uit de An Salens sjaal die zij omhad, wikkelde dat om het bloempje en legde dat op het graf. Dat vond ik zo tekenend voor An. Creativiteit. Met kleine dingen een groot gebaar maken.”