Zweden wacht nu strijd om Europa

STOCKHOLM, 20 SEPT. Het nieuws verdween bijna in het tumult van de verkiezingsuitslagen, maar volgens een peiling die zondag werd uitgevoerd onder Zweedse kiezers is een meerderheid nu vóór lidmaatschap van de Europese Unie. Volgens de peiling is 51,8 procent voor, 45,9 procent tegen en weet 2,7 procent het nog niet. Die uitkomst staat haaks op eerder uitgevoerde peilingen.

“Ik zag de uitslag op de televisie, maar ik kon het eigenlijk niet geloven”, zegt Sophie Petzell van het Secretariaat voor Europa-informatie, dat verbonden is aan het Zweedse ministerie van buitenlandse zaken. “Ik vraag me af hoe de vraag precies is gesteld, dat de uitslag nu opeens zo anders is.”

Op zondag 13 november gaan de Zweden opnieuw naar de stembus, dan voor een referendum over toetreding tot Europa. Dat betekent veel werk voor het Europa-secretariaat, dat op 1 augustus 1992 door het ministerie van buitenlandse zaken werd opgezet met het doel informatie te verschaffen over de consequenties van toetreding tot de Europese Unie.

Petzell: “Wij zijn geen organisatie die campagne voert voor toetreding. De opdracht die we van het parlement hebben gekregen is het verschaffen van informatie. Daartoe is een telefoonpanel van zeventien mensen ingesteld, die vragen van het publiek beantwoordt. Het zijn vrijwel allemaal academici- juristen, economen en politicologen - die op die manier aan een tijdelijke baan zijn geholpen. Dagelijks werken ze zo'n vijfhonderd telefoontjes af. Veel vragen gaan over heel praktische zaken, maar ook over de consequenties voor het Zweedse veiligheidsbeleid en over de democratie in Europa. Aanvankelijk waren er ook veel mensen die vroegen hoe ze elders in Europa werk konden krijgen, maar dat is de laatste tijd aan het afnemen.”

Verder geeft het secretariaat, waar in totaal 45 mensen werken, allerlei brochures uit die massaal worden verspreid, onder meer via de Zweedse bibliotheken. Ook wordt informatie beschikbaar gesteld in braille en via een doventelefoon. “We hebben zowel van voor- als tegenstanders van toetreding kritiek gekregen, dus je mag aannemen dat we ons werk redelijk neutraal doen”, constateert Petzell, die in 1971 werkzaam was bij de Zweeds-Nederlandse Kamer van Koophandel in Den Haag en het Nederlands nog redelijk machtig is. Als het referendum voorbij is, keert ze terug naar haar vorige werkgever, Svenska Dagbladet, voor welke krant ze onder meer vier jaar correspondent in Brussel was.

Suzanne Asklöf, hoofd van het secretariaat, verwacht nog een paar razend drukke weken tot het referendum. “En daarna is het afgelopen”, zegt ze als ze Sophie Petzell komt weghalen voor spoedberaad van de staf. “Dan ga ik terug naar het internationale secretariaat van de vereniging van lokale organisaties, waar ik vandaan kom.” Intussen rinkelen de telefoons op de bureaus aan de Fredsgatan in Stockholm onophoudelijk.

Het secretariaat heeft de afgelopen twee jaar vijftig miljoen kronen uitgedeeld aan organisaties die zich bezig houden met Europa. Organisaties vóór en tegen kregen evenveel geld voor hun projecten. “Echt Zweeds, neutraal tot het uiterste”, constateren de twee dames.

In het zicht van de verkiezingen hebben de campagnes voor en tegen Europa tijdelijk op een laag pitje gestaan. De grote partijen waren met elkaar overeen gekomen van de kwestie die de Zweedse gemoederen zeer beroert en verdeelt geen verkiezingsthema te maken. Alleen Socialistisch Links en de Groenen hielden zich niet aan die afspraak en wisten mede door hun publieke anti-EU opstelling stemmen te winnen.

Nu Ingvar Carlsson een regering gaat vormen, zal de tweespalt - ook binnen diens sociaal-democratische partij - in volle hevigheid aan het licht komen. Op de onderste verdieping van een wit kantoorpand bij het Centraal Station van Stockholm zit de organisatie van sociaal-democraten tegen Europa, die onder leiding staat van Sten Johansson, voormalig directeur van het Zweedse Centraal Bureau voor de Statistiek. Na een principiële ruzie met de regering van premier Carl Bildt over de manier waarop dat bureau de statistieken presenteerde werd hij ontslagen. “De regering probeerde de onafhankelijkheid van het bureau aan te tasten en meer op de markt gerichte statistieken te geven en daar heb ik nee tegen gezegd.”

Nu heeft Johansson de strijd aangebonden tegen een Zweeds lidmaatschap van de EU, waartegen hij zowel principiële als praktische bezwaren heeft. Wat moet ons land met de landbouw-politiek van de Europese Unie, die past helemaal niet bij de agrarische sector van Zweden. Toetreding betekent ook hogere prijzen voor kleding, schoenen en electronica. Bovendien krijgt Zweden na toetreding een hele andere relatie met de Derde Wereld. De Unie heeft hoge muren opgezet voor industrieprodukten uit de arme landen. Ook van de regionale politiek van de Europese Unie heeft Zweden weinig te verwachten. “Van elke honderd kronen die we aan Brussel gaan betalen, zien we er straks 25 terug. Daar schieten we niet echt wat mee op. Dat is geen vijandschap tegen de Europese Unie. Dat zijn pragmatische bezwaren”, aldus Johansson.

Van het verwijt dat zijn visie duidt op een hoogmoedig isolationisme wil hij niets horen. “Door de economische situatie van ons land zijn onze superioriteitsgevoelens behoorlijk gedaald. Isolationistisch? Zweden is bij 3754 internationale akkoorden en afspraken aangesloten. We ontmoeten de Twaalf, bijna de Dertien, in allerlei verbanden. De Europese Economische Ruimte geeft ons voldoende mogelijkheden.”

Zweden moet ook zijn eigen buitenlands- en veiligheidsbeleid kunnen blijven voeren, vindt Johansson. In een politieke unie onder Duitse leiding ziet hij niets. “Zonder het akkoord van Maastricht had ik misschien ook 'nee' gezegd, maar niet zo fel als nu. Ik ben tegen Maastricht. Ik voel er niets voor om onze souvereiniteit op te geven.”

Twee verdiepingen hoger in hetzelfde gebouw zit de organisatie van sociaal-democraten vóór de EU. Ranveig Jacobsson, die nu al regelmatig namens haar partij in Straatsburg komt, kan het verzet van de tegenstanders wel begrijpen. “Veel Zweden voelen zich onveilig, bijna bang”, zegt ze. “Men is bang voor verandering. We hebben een werkloosheid die sinds de jaren dertig niet meer zo hoog is geweest. Velen denken dat we de problemen zelf kunnen oplossen. Maar met de val van de Muur is een einde gekomen aan onze speciale status. Dat idee van neutraliteit zit heel diep. Maar die tijd is voorbij.”

Dat vooral veel Zweedse vrouwen tegen Europa zijn, vindt Jacobsson logisch. “Zij zien in de Europese Unie een door mannen gedomineerde organisatie. Twaalf van die donkere pakken op een bordes zien er ook niet aantrekkelijk uit. Daar komt bij dat veel vrouwen werken in de publieke sector werken. Carl Bildt heeft steeds gezegd dat we die sector moeten beperken om binnen de EU te komen. Dat heeft de vrees versterkt dat vooral vrouwen door toetreding hun baan zullen verliezen. Een sociaal-democratische regering kan hun een groter gevoel van veiligheid geven.”

In hoge mate bepalend voor het uiteindelijke standpunt dat de Zweden zullen innemen is het referendum dat op 16 oktober in Finland wordt gehouden. Als de Finnen 'nee' zeggen, wordt het moeilijk, zegt Ranveig Jacobsson. Dan zal het gevoel worden versterkt dat Zweden bij toetreding aan de rand van het verenigd Europa komt te liggen, ver weg van het hoofdkwartier in Brussel. De tegenstanders van de EU hebben voorkeur voor versterking van de Noordse samenwerking, waarvan zeker ook de Baltische landen deel zouden moeten uitmaken. Dan zou Stockholm niet aan de rand, maar in het centrum liggen.