Zalm wil reserves ABP meewegen bij halen EMU-norm

BRUSSEL, 20 SEPT. Nederland wil dat de pensioenreserves van het ABP worden meegewogen bij de beoordeling of ons land eind 1996 of uiterlijk in 1999 toegang kan krijgen tot het Europa met één gemeenschappelijke munt. Minister Zalm van financiën heeft die claim gisteren in Brussel op tafel gelegd bij zijn eerste optreden in de maandelijkse bijeenkomst van de ministers van financiën uit de 12 lidstaten van de Europese Unie.

Anders dan in de meeste overige EU-lidstaten - waar de pensioenbetalingen aan ambtenaren uit de lopende overheidsbegroting worden gefinancierd - sparen de ambtenaren in Nederland voor hun toekomstige pensioen. De reserves die op die manier zijn opgebouwd bij het ABP komen overeen met 32 procent van het Nederlandse BNP. Bij de totstandkoming van het akkoord over het tijdpad van de Economische en Monetaire Unie (EMU) in 1991 liet de toenmalige minister van financiën, Kok, al aantekenen dat het ABP-vermogen een rol moet spelen bij de beoordeling of Nederland voldoet aan de criteria voor toelating tot de derde en afsluitende fase van de EMU.

De EMU-criteria zijn onder andere dat het jaarlijkse financieringstekort niet hoger mag zijn dan 3 procent en dat de schuldquote van de overheid de norm van 60 procent (van het BNP) niet mag overschrijden. De Nederlandse schuldquote bedraagt thans 82 procent. Minister Zalm zei gisteren dat dat percentage een “vertekend” beeld geeft, als men het vergelijkt met de situatie in de andere EU-lidstaten. Gisteren spraken de ministers van financiën voor het eerst formeel over het wel of niet aanwezig zijn van zogeheten 'buitensporige tekorten' in de verschillende lidstaten, en Zalm nam die gelegenheid te baat om nogmaals met nadruk te wijzen op de ABP-reserves. “Er is niet op gereageerd, maar het is wel genoteerd”, zei Zalm over de betekenis van zijn interventie.

De Nederlandse minister voegde er overigens aan toe dat hij niet de eenvoudige rekensom wil maken door de ABP-reserves van de totale staatsschuld af te trekken en daaruit de conclusie te trekken dat Nederland op dit moment al voldoet aan de EMU-norm. Die benadering is volgens hem niet geloofwaardig, zolang de omvang van de staatsschuld geen dalende tendens vertoont en in integendeel de komende jaren nog zal stijgen, ondanks het dalende financieringstekort. In het zogeheten 'behoedzame' scenario van het kabinet (met een groei op middellange termijn van 2 procent) zal de schuldquote pas in 1998 naar beneden gaan. Maar als de huidige economische groei zich voortzet, zal het omslagpunt al in 1996 of 1997 worden bereikt, verwacht Zalm. Is die dalende tendens een feit, dan worden de ABP-reserves “een zeer relevante factor” als Nederland op moet komen voor zijn EMU-examen.

Volgens een strikte interpretatie van de Maastricht-normen voor de EMU zou op dit moment alleen Luxemburg in aanmerking komen om toe te treden tot de finale fase van de EMU. Maar in Brussel wordt ervan uit gegaan dat uiteindelijk gekozen zal worden voor de 'soepelere' formulering in het Verdrag van Maastricht, waarbij wordt gesproken over een “in voldoende mate afnemen” van de schuldquote en een “in een bevredigend tempo benaderen” van de norm (van 60 procent). In feite is die weg vorige week al ingeslagen toen de EU-ministers tijdens een informeel samenzijn in Lindau niet alleen een positief oordeel velden over Luxemburg maar ook over Ierland. Dat werd gisteren nog eens formeel overgedaan, de overige tien lidstaan staan nu officieel geklasseerd als landen met 'buitensporige overheidstekorten'.

De Ierse schuldquote bedroeg vorig jaar 99 procent van het BBP - ruimschoots boven de EMU-norm - maar zal dit jaar al dalen tot 93 procent. Ondanks de structureel hoge werkloosheid - thans ongeveer 18 procent - houdt de Ierse regering strak vast aan een strikt macro-economisch beleid met een financieringstekort van onder de 3 procent. Dat geeft de andere lidstaten voldoende vertrouwen om Dublin het voordeel van de twijfel te geven.