VS zijn weer klaar voor therapeutische diplomatie

WASHINGTON, 20 SEPT. Het oude, ernstige en verweerde gezicht van de Amerikaanse ex-president Jimmy Carter heeft zijn vaste grijnsgrimas van vroeger verloren. Er spreekt nu vooral taaiheid uit. Gisteren sprak de 69-jarige eufoor door slaapgebrek en het succes na 22 uur van onderhandelen met de Haïtiaanse junta voor de pers over de “gevoelens van onzekerheid” van de generaals en de trots van de Haïtianen, “een volk met een lange geschiedenis”.

Hij is volgens bewonderaars “de grootste ex-president van Amerika”, een gevierd weldoener, professor, timmerman, vredebrenger en onderhandelaar in de hele wereld. Hij is het symbool van opperste Amerikaanse deugdzaamheid: sober, bescheiden, godvruchtig baptist, recht-door-zee, geen politicus, bijna een heilige.

Niemand zou durven denken dat Carter andere dan onzelfzuchtige motieven zou koesteren. Iedereen, van Republikein tot Democraat, had lof voor het feit dat hij afgelopen weekeinde een vijandige invasie van Amerikaanse troepen in Haïti heeft weten af te wenden. Afgelopen juni wist hij een confrontatie met Noord-Korea over nucleaire zaken te bezweren door een akkoord met de toenmalige president Kim Il Sung. Nieuwe besprekingen, heropend na Kims dood, hebben nog geen resultaat geboekt.

De nieuwe rol van Carter reflecteert de stemming in de VS. Zowel president Clinton als de kiezers hebben behoefte aan een man met de boodschap Peace is at hand, want bijna niemand voelt voor militaire avonturen in het buitenland. Clinton is nu tijdelijk gered door de man die herinnert aan gestrande Democratische idealen, waarmee Clinton eerst niet besmet wilde worden.

De medewerkers van president Clinton zagen met lede ogen aan dat hij aan het hoofd van een delegatie naar Port-au-Prince vloog. Zij herinnerden zich hoe hij op eigen initiatief maar met goedkeuring van president Clinton Pyongyang had bezocht. Van daaruit kritiseerde hij de harde opstelling van president Clinton en wist hij een mild akkoord te sluiten tot hervatting van de onderhandelingen, waarbij niet alle plutonium in Noord-Korea hoefde te worden gecontroleerd.

Carter had al eerder aan Clinton aangeboden om met generaal Raoul Cédras te gaan praten, die hij nog kent toen hij in 1990 als waarnemer de verkiezingen bezocht. Minister van buitenlandse zaken Warren Christopher en veiligheidsadviseur Anhony Lake vonden dat niet hun vroegere baas Carter maar officiële regeringsvertegenwoordigers naar Port-au-Prince moesten gaan. Pas vorige week donderdag, vlak na zijn televisietoespraak over Haïti, accepteerde president Clinton het aanbod van de ex-president, omdat een onafwendbaar lijkende invasie bleef stuiten op tegenstand in het Congres en een vijandige publieke opinie.

En weer bereikte Carter met senator Sam Nunn en Colin Powell, voorzitter van de verenigde chefs van staven onder president Bush, een compromis buiten de vastgestelde richtlijnen. En net zoals in Noord-Korea had hij kritiek op het Amerikaanse beleid, dit keer op het embargo. “Een van de dingen die ik heb gezegd is dat ik me schaamde voor het beleid van mijn land”, zei Carter gisteren. Toch wisselde hij dergelijke uitspraken af met meer realistische oordelen over de eventuele strafbaarheid van Cédras of over de bindende werking van diens eed om op te stappen.

Bij de presidentsverkiezingen van 1976, na de zware dagen van Watergate, werkte de Cartergrijns verfrissend. “Ik zal nooit tegen u liegen”, beloofde hij en hij meende het ook nog. Hij zou ook nooit Amerikaanse soldaten naar het slagveld sturen. Hij hield niet van decorum en droeg graag truien en spijkerpakken en die gewoonte werd op vele departementen nagevolgd. Zijn presidentschap wordt - naast de schandalen rondom zijn broer Billy - geassocieerd met de akkoorden van Camp David tussen Egypte en Israel, maar ook met de een jaar lange gijzeling van vijftig Amerikaanse diplomaten in Teheran, dat na het debacle met een militaire reddingsoperatie, leidde tot zijn politieke val in 1980.

In beide gevallen had hij zijn favoriete middel toegepast: therapeutische diplomatie. Deze jonge tak van de staatsmanskunst is geboren in de jaren zeventig, toen harde zakenlieden huilden bij sensitivity trainingen en presidentskandidaat Jimmy Carter aan Playboy opbiechtte dat hij wel eens lustgevoelens had voor andere vrouwen dan zijn echtgenote Rosalynn.

'Diplomatieke therapeuten' gaan ervan uit dat internationale leiders met een open gesprek, gezamenlijke activiteiten en gevoelsuitstortingen tot concessies kunnen worden gemasseerd. Belangentegenstellingen kunnen worden overbrugd en geschillen kunnen worden bijgelegd. Iedereen is vatbaar voor redemption (verlossing). Die gedachte spreekt een herboren christen als Carter zeer aan.

De informele sfeer, het zoeken van chemistry tussen personen, waren in de jaren zeventig een welkome breuk met de meer op Realpolitik en harde nationale belangen gerichte Republikeinen. Henry Kissinger ziet dan ook niets in de therapeutische benadering. Maar heeft hij ooit wel eens een spijkerbroek aan gehad? President Carter wel, onder andere in het presidentiële zomerverblijf van Camp David, waar hij president Sadat van Egypte en premier Begin van Israel uitnodigde voor trilaterale vredesbesprekingen. Net zoals sensitivity trainingen hadden de Camp David-gesprekken in boshutten plaats.

Toenmalig veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski vond Carter in die dagen “een vaardig debater, een meesterlijk psycholoog en een zeer effectief bemiddelaar”. In zijn memoires noteerde hij een paar van die gesprekken.

Begin: “De oorlog van 1967 geeft Israel het recht grenzen te wijzigen.”

Carter: “Wat u zegt, klinkt me in de oren alsof Sadat gelijk had - dat u land erbij wilt.”

Begin: “We beschouwen resolutie 242 [over teruggave van bezette gebieden in ruil voor vrede] niet als bindend.”

Carter: “Misschien hebt u daarom geen vrede gedurende de afgelopen elf jaar.”

Maar de besprekingen met president Brezjnjev in 1978, waar Carter volgens Brzezinski “overdreven vriendelijkheid” afwisselde met “harde uitspraken”, werden anderhalf jaar later gevolgd door de Russische invasie in Afghanistan en de versnelling van de wapenwedloop. De Iraanse gijzelingscrisis was domweg niet door diplomatie te bekorten. Zodra een Iraanse functionaris chemistry kreeg met Amerikaanse vertegenwoordigers werd hij vervangen. En de bemiddelingspogingen die hij later in de burgeroorlogen in Liberia en Soedan deed, worden in de Amerikaanse pers geroemd, maar zijn inmiddels allang weer door de feiten achterhaald.

Na zijn presidentschap keerde Carter terug naar zijn dorpje in Georgia, de staat waar hij gouverneur was geweest. Van toen af verrichtte hij ten minste één goede daad per dag. Hij richtte het Carter-centrum op, dat bemiddelingsdiensten biedt en bijdraagt aan ontwikkelingshulp. Hij nam waar bij verkiezingen in acht landen, adviseerde televisiestations in de voormalige Sovjetrepublieken, bestreed de wormziekte in Guinée en rivierblindheid in Latijns Amerika. Hij bouwt zelf in Amerika en in ontwikkelingslanden met Habitat for Humanity aan huizen voor daklozen en armen. Bij wijze van hobby maakt hij houten meubels. Zo nu en dan drinkt hij niet meer dan één glas wijn bij zijn vegetarische maaltijd.

De therapeutische kijk op diplomatie is niet geheel verdwenen na het heengaan van Carter. Zelfs de gevierde held van de Golfoorlog, generaal b.d. Colin Powell, bleek een goede leerling van de ex-president, toen hij het gisteren vol ontroering had over de “zin voor goed en kwaad” van de junta en over de “lange en pijnlijke conversatie” met hen en “de vele emoties in de kamer”.

De CIA heeft van elk staatshoofd uitgebreide psychologische rapporten, op afstand geschreven door slimme bureauspionnen op het hoofdkantoor in Virginia. Het aantal topontmoetingen met informele onderonsjes is sinds de jaren zeventig hand over hand toegenomen. President Reagan was niet gezellig in de persoonlijke omgang maar toch dacht hij samen met Gorbatsjov de kernwapens uit de wereld te kunnen helpen. Zijn opvolger Bush hechtte enorm aan persoonlijke chemistry met andere leiders, zoals Gorbatsjov, zonder acht te slaan op diens uitgeholde positie. Zo beledigde hij de komende man Boris Jeltsin.

President Clinton wil graag charmeren op het persoonlijke vlak. Hij heeft de zuidelijke folksiness van Carter zonder diens strakke puritanisme en wil graag aardig gevonden worden. Zijn laatste bijeenkomst met Jeltsin tijdens de G7 in Napels was vol kameraadschap. Pas bij de persconferentie werd hij door diens njet op een Amerikaans voorstel verrast, want harde belangen kunnen niet door warme gevoelens opzij worden gezet.