Verkeer en waterstaat

A. Jorritsma-Lebbink, 11,3 miljard (inclusief Infrastructuurfonds), 13.809 ambtenaren

Onder leiding van minister Jorritsma gaat het ministerie van verkeer en waterstaat “door op de ingeslagen weg”, waarbij de bewindsvrouwe aantekent dat er meer aandacht komt voor “het mobiliteitsgedrag van individuele mensen”. Behalve met de politieke kleur van de VVD-minister heeft dit ook te maken met de toenemende filedruk. Terwijl tussen 1986 en 1993 de automobiliteit met gemiddeld 14 procent toenam, steeg het gebruik van de snelwegen in diezelfde periode met 40 procent.

Om hieraan wat te doen wordt in 1995 50 miljoen gulden uitgetrokken voor maatregelen om de wegen optimaal te benutten, oplopend tot 160 miljoen in 1999. Voorbeelden van maatregelen zijn het doseren van het aantal auto's dat de snelweg op kan en het reserveren van wegstroken voor bepaalde doelgroepen. In plaats van aan een carpoolwisselstrook denkt de nieuwe minister bij dit laatste met name aan stroken voor vrachtauto's, “gezien het economische belang van het goederenvervoer”. Er komen vrachtautostroken op de A16, de A20 en de A50. Overigens is het volgens de begroting nog steeds “zinvol” ook carpoolers toe te laten tot “doelgroepstroken”.

Niet bekend

In 1996 wordt begonnen met de bouw van de Calandtunnel en de tweede Beneluxtunnel. In deze laatste tunnel komen behalve rijstroken ook een metrobuis en een fietstunnel. Wegens de problemen die ex-minister Maij-Weggen over private financiering van de Wijkertunnel had, zal de bouw van deze tunnels uit andere middelen worden betaald. De Heinenoordtunnel voor langzaam rijdend verkeer wordt een geboorde tunnel.

Het openbaar vervoer wordt “selectief verbeterd”. Dit betekent dat vooral geld wordt uitgetrokken voor stedelijke gebieden en lijnen waarvan veel mensen gebruikmaken. Volgens minister Jorritsma is deze keuze gezien de krappe begroting “onvermijdelijk”. Overigens zijn de bezuinigingen van het vorige kabinet op het stads- en streekvervoer enigszins gecompenseerd door een verhoging van het budget met 50 miljoen gulden. De minister streeft ernaar de voorzieningen op het platteland op het huidige niveau te handhaven, zij het vaker dan nu via een systeem van openbaar vervoer “op afroep”.

De hoge-snelheidslijn naar Parijs gaat naar verwachting over een nieuw spoor rijden. Of ook de hoge-snelheidstrein naar Duitsland een nieuw spoor nodig heeft, zal worden onderzocht. In ieder geval wordt een aantal spoorlijnen rondom Utrecht met het oog op de hoge-snelheidslijn naar Duitsland versneld gemoderniseerd. Verder is in de begroting geld uitgetrokken voor een nieuwe spoorlijn tussen Lelystad en Zwolle, de zogeheten Hanzelijn. Voor de Betuwelijn is conform de afspraken in het regeerakkoord een bezinningsperiode van een half jaar ingelast.

Per 1 januari 1995 wordt het KNMI verzelfstandigd. Ten behoeve van het kabinet en de leden van het koninklijk huis is besloten tot de aankoop van een Fokker-70 VIP. Het nieuwe regeringsvliegtuig kost 78,2 miljoen gulden. Voor het onderhoud van de vaarwegen wordt vanaf 1995 40 miljoen gulden extra uitgetrokken en vanaf 1996 105 miljoen. Op het eiland Neeltje Jans komt naast het bestaande centrum Delta Expo een zogeheten waterpaviljoen.