Thatcher-tijd herleeft met treinstaking

LONDEN, 20 SEPT. Het nieuws dat de Britse seinwachters de onderhandelingen met hun werkgever, Railtrack, willen heropenen, komt voor de Britse treinreiziger bijna als een anti-climax. Gewend als hij is aan defecte treinen, late treinen, en vuile treinen leek hij van veertien weken lang, elke week, enkele dagen achter elkaar helemaal geen treinen, niet erg meer op te kijken. Schier grenzeloze gelatenheid, plus een heimelijke dosis meegevoel met de stakers, maakten dat hij of thuis bleef werken, of een hotelkamer nam of gewoon zijn afspraken om de stakingsdagen heen programmeerde.

Met de treinstaking die Groot Brittannië nu al bijna vier maanden periodiek lamlegt, is iets vreemds aan de hand. De duur en uitwerking van de actie van de seinwerkers wekt aan alle kanten herinneringen op aan de slechte, oude tijden waarnaar de Tories zo graag verwijzen. Toen, in de jaren van de grote confrontaties tussen bonden, die de baas wilden spelen, en premier Thatcher die uiteindelijk de baas was, had alleen ultra-links Labour een goed woord over voor de stakers. Dat is een generatie- en een hele batterij anti-stakingswetten, geleden. Voor het eerst sinds de mijnwerkersstaking van 1984-1985, die een jaar duurde, is er nu opnieuw een actie van arbeiders die de economische bedrijvigheid in het hart treft. Maar zo groot is het ongenoegen van het grote publiek met de mores van het Conservatieve bewind en de arrogantie van de werkgevers, dat het ongenoegen zich voor het eerst in tien jaar niet tegen de stakers- maar tegen Railtrack en de regering keert. Alles wijst erop dat de seinwachters hun actie zo lang hebben kunnen volhouden, omdat ze konden blijven rekenen op de steun van een sympathiserend publiek.

Natuurlijk zijn er wel degelijk slachtoffers. Voor de spoorwegen zelf is de staking rampzalig. Na 22 stakingsdagen hebben ze een verlies geleden van meer dan 150 miljoen pond door derving van inkomsten uit passagiers- en goederenvervoer. Dat is 5 procent van de jaarlijkse omzet. Het bedrijfsleven klaagt dat de staking ook daar honderden miljoenen aan inkomensverlies oplevert. De spoorwegvakbond RMT, waarbij de seinwachters zijn aangesloten, wijst elke schuld voor die verliezen af. RMT-leider Jimmy Knapp blijft herhalen: dit conflict had voor een magere 5 miljoen pond voorkomen kunnen worden. Als de regering wel 40 miljoen pond uit kan geven aan “adviseurs”, die de Britse spoorwegen in de aanloop tot privatisering in 80 verschillende organisaties gaan versplinteren, waar is dan de ratio voor dit conflict?

De staking van de 4600 seinwachters is een typische manifestatie van het fenomeen cock-up: alles wat fout kon gaan, liep ook fout. De ongelukkigste omstandigheid was wel dat net vóór het conflict een begin was gemaakt met de privatisering van British Rail. Daarop vooruitlopend had de regering van het spoorwegbedrijf een nieuwe organisatie afgesplitst: Railtrack. Dit zelfstandige bedrijf werd verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van het spoorwegnet en erfde met die verantwoordelijkheid ook het wel en wee van de seinwachters. Dat was een erfenis-met-complicaties, want British Rail is weliswaar al jaren bezig geleidelijk bezig antieke privileges en verouderde arbeidspraktijken onder het spoorwegpersoneel te saneren door ze af te kopen, maar aan de seinwachter was het staatsbedrijf nog nooit toegekomen.

In de onderhandelingen tussen Railtrack en RMT eiste de vakbond compensatie voor produktiviteitsverbeteringen die de seinwachters al hadden aanvaard, zonder dat hun salaris daaraan ooit was aangepast. Beide partijen leken tot een vergelijk te zullen komen, toen de regering lucht kreeg van de verhoging die Railtrack bereid was te bieden: 5,7 procent met aanpalende voorwaarden voor toekomstige produktiviteitsverbeteringen. Inmiddels weet heel Engeland dat een seinwachter, die het leven van duizenden reizigers in zijn hand heeft, per uur minder verdient dan een schoonmaker, maar dat liet de minister van vervoer, John McGregor, onverschillig. Naar later uitlekte nam hij contact op met de topman van Railtrack, de net benoemde en meer dan rijkelijk gesalariëerde zakenman Bob Horton, en liet hem weten dat de regering in het kader van haar anti-inflatiebeleid 2,5 procent meer dan genoeg achtte.

De commotie die deze bemoeienis van overheidwege veroorzaakte was enorm. Knapp beschuldigde de onderhandelaars van Railtrack van kwade trouw, toen ze hun aanbod van 5,7 procent van tafel haalden, Horton blies hoog van de toren en liet vervolgens zijn onderhandelaars vallen en de minister wist niet waar hij het zoeken moest en was waarschijnlijk dankbaar dat premier John Major hem in de zomerse herschikking van het kabinet heenzond.

De daarop volgende acties van de seinwachters toonden de bizarre effecten van de voorgenomen privatisering. Op lege stations stonden conducteurs en machinisten naast treinen die niet konden rijden, omdat niemand over de sporen waakte. Perronchefs lichtten reizigers voor over niet vertrekkende treinen, waarover ze geen enkele zeggenschap meer hadden. Het bedrijf British Rail was bovendien als de dood om ook in het conflict verwikkeld te raken en verwees voor alle vragen naar de nieuwe telg: Railtrack. Daar bleek Bob Horton, wiens reputatie als de nieuwe, onvermurwbare manager op het spel stond, niet de meest tactische in zijn uitlatingen. In een oogwenk had hij de sympathie van het grote publiek onverbrekelijk aan het lot van de seinwerkers gekoppeld.

Door naar zich toe te rekenen houdt Railtrack vol dat ze op sommige stakingsdagen tot 45 procent van de dienstregeling heeft uitgevoerd. Individuele treinreizigers weten beter. Volgens recente peilingen zijn er in de afgelopen maanden weken geweest waarin de spoorwegen eenderde van hun gebruikelijke passagiersaantal niet zagen komen opdagen. De zorg is dat van die hoeveelheid een aantal helemaal nooit meer met de trein zal willen gaan.

De seinwerkers lijken nu door te hebben gekregen dat star doorstaken tot het bod van 5,7 procent weer op tafel ligt, de permanente werkgelegenheid van henzelf en hun collega's in gevaar kan brengen. Ze hebben Knapp daarom opdracht gegeven met Railtrack verder te praten.

De nieuwe minister van vervoer, Dr Brian Mawhinney, heeft sinds zijn aantreden deze zomer over de staking nog helemaal niets gezegd dan alleen dat hij hoopt dat partijen hun geschillen zullen weten op te lossen. British Rail wacht met spanning de november-overheidsbegroting af, die moet laten zien of daarop extra posten uitgetrokken zijn om de toch al noodlijdende spoorwegen weer op de been te krijgen. De regering lijkt iets terug te komen van haar enthousiasme voor de “grote auto-economie” van Mrs Thatcher: de voorgenomen 23 miljard pond die waren gereserveerd voor de aanleg van nieuwe wegen zijn al teruggedraaid. Of dat een beleid pro-trein betekent, moet uit de mond van deze ex-bewindsman op volksgezondheid nog blijken. Maar de spoorweg- en openbaar vervoerslobby rekent er niet op.