Rijksbegroting 1995; Troonrede

Leden van de Staten-Generaal

Vijftig jaar geleden werden de eerste steden en dorpen van ons land bevrijd. De wereldoorlog liep ten einde. Voor velen moest de zwaarste beproeving, de hongerwinter, echter nog komen en het zou nog lange tijd duren voordat het toenmalige Nederlands-Indië werd bevrijd. In vele herdenkingen wordt nu stil gestaan bij die moeilijke jaren. Herdenken is herinneren, maar ook inspiratie putten en lering trekken voor het heden en de toekomst. Werken aan duurzame vrede, aan samenwerking binnen en buiten de landsgrenzen, dàt moet onze opdracht zijn.

Voormalige tegenstanders kwamen na de Tweede Wereldoorlog tot elkaar in internationale organisaties; zo ontstonden er nieuwe structuren. In West-Europa namen zes landen het initiatief tot economische integratie. De Europese Unie van thans twaalf landen hoopt op 1 januari aanstaande vier nieuwe leden te verwelkomen. De regering hecht grote waarde aan de belangstelling die nieuwe democratieën in Centraal- en Oost-Europa hebben getoond voor het lidmaatschap. Verdere uitbreiding van de Europese Unie zal hand in hand dienen te gaan met institutionele hervormingen die de besluitvaardigheid waarborgen. Versterking van de parlementaire democratie is daarbij een belangrijk element.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is in ons land een indrukwekkende verhoging van het levenspeil tot stand gebracht. De ervaring leert ons dat de verworvenheden die daarmee verband houden niet onaantastbaar zijn. Daarom kiest de regering voor versterking van het draagvlak voor duurzame werkgelegenheid. Meer mensen aan de slag, dat is het devies. Deze doelstelling wordt langs een drietal wegen nagestreefd:

een vertrouwenwekkend macro-economisch beleid, gericht op beheersing van de staatsschuld en de inflatie en op verlaging van de arbeidskosten;

een beleid dat economische dynamiek, ondernemen, investeren en innoveren aanmoedigt, waardoor de concurrentiepositie wordt versterkt en de vraag naar arbeid toeneemt;

het stimuleren van arbeidsdeelname en een geringere afhankelijkheid van uitkeringen onder handhaving van de sociale bescherming voor hen die daarop zijn aangewezen.

De ontwerp-begroting die u heden wordt aangeboden, draagt het karakter van soberheid en modernisering. Er is een beduidende daling van de collectieve lastendruk voorzien en de basis wordt gelegd voor een vermindering van het financieringstekort in de komende jaren.

De zorgwekkende verhouding tussen de aantallen inactieven en actieven maakt het onontkoombaar dat volgend jaar wordt afgezien van koppeling van minimumloon en uitkeringen aan de loonontwikkeling. Met flankerende maatregelen wil de regering eraan bijdragen dat er toch een redelijk evenwichtig inkomensbeeld ontstaat. Daartoe dienen onder meer de invoering van een inkomensafhankelijke belastingaftrek voor ouderen en maatregelen in de sfeer van de individuele huursubsidie, in het bijzonder voor gezinnen met kinderen. Het belastingtarief voor de eerste schijf in de loon- en inkomstenbelasting zal ter ondersteuning van een gematigde loononwikkeling worden verlaagd.

Door de invoering van een franchise in de premie Ziekenfondswet worden de werkgeverslasten voor laagbetaalde arbeid verminderd.

De modernisering van het sociale stelsel wordt voortgezet. Om op langere termijn de zekerheid te kunnen blijven bieden van een gegarandeerd basispensioen en om solidaire regelingen bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid in stand te houden, is een kritische toets van het bestaande stelsel nu geboden. De regering doet voorstellen in het kader van de kinderbijslag, waarbij een zwaarder beroep wordt gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van ouders. De toegang tot de Werkloosheidswet zal worden beperkt, terwijl de duur van de vervolguitkering wordt verlengd. Voorbereidingen worden getroffen om de nabestaandenwetgeving te wijzigen. Hierbij wordt rekening gehouden met de wenselijkheid van een overgangsregeling. Na jaren van onafgebroken stijging van het beroep op uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid doet zich gelukkig nu een keer ten goede voor. Om verdere verbetering mogelijk te maken zal worden voortgegaan op de weg van privatisering van de Ziektewet. In de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsver- zekering zal concurrentie in de uitvoering worden toegelaten, waarbij de overheid verantwoordelijk blijft voor de polisvoorwaarden. De uitwerking zal zodanig vorm worden gegeven dat een solide draagvlak voor sociale zekerheid voor alle burgers in stand blijft, met solidariteit als kenmerk.

De regering is zich ervan bewust dat haar voornemens gevoelige aanpassingen bevatten. Daar staat een lastenverlichting van ruim 4 miljard gulden voor burgers en bedrijven tegenover. Voorts komt in 1995 voor het eerst sinds jaren weer enige verbetering in zicht in de verhouding tussen aantallen inactieven en actieven.

Versterking van onze economie vraagt om een offensief beleid. En in de industrie en in het midden- en kleinbedrijf dient meer te worden geïnvesteerd in de ontwikkeling en de toepassing van kennis en technologie. Daartoe zullen bedrijven nauwer worden betrokken bij het stellen van prioriteiten voor het onderzoek dat door de overheid wordt bekostigd. Ook zal worden voortgegaan met het ontwikkelen van top-instituten op enkele veelbelovende technologiegebieden. Aan het beroepsonderwijs zullen ruimere mogelijkheden worden geboden om beter aan te sluiten bij de praktijk.

Eind 1994 zal u een nationaal actieplan bereiken, gericht op proefprojecten van overheid en bedrijfsleven op het terrein van zogenoemde elektronische snelwegen. De slagvaardigheid van bedrijven kan worden vergroot door te zorgen voor minder lasten, minder regels en beter werkende markten. Binnen zes maanden zult u een plan van aanpak ontvangen voor deregulering en versterking van de marktwerking. Vermindering van administratieve lasten zal daarvan deel uitmaken. Knellende bepalingen van de Winkelsluitingswet worden op korte termijn weggenomen. Begin 1995 zullen u voorstellen bereiken ter aanmoediging van startende ondernemers. Naast werkgelegenheid in de marktsector is er behoefte aan betere dienstverlening in de publieke sector. Volgend jaar zullen ten minste 2500 extra banen worden geschapen in de zorgsector en eveneens 2500 banen in de veiligheid en het openbaar toezicht. Deze maatregelen zullen nieuw perspectief bieden aan langdurig werklozen. Aldus wordt een begin gemaakt met de toepassing van de sociale norm die erop is gericht de langdurige werkloosheid stelselmatig terug te dringen. De regering zal nagaan op welke wijze de flexibiliteit van arbeidspatronen kan worden vergroot, mede gelet op individuele behoeften met betrekking tot betaalde arbeid, zorgtaken, studie en vrije tijd.

Voor duurzame versterking van de economie en van de werkgelegenheid is de medewerking van de sociale partners belangrijk. Met hen wil de regering op korte termijn overleggen over de vraag hoe de beoogde effecten bereikt kunnen worden. Versterking van de economie kan niet zonder een goed milieubeleid. In ons dagelijks handelen wordt aandacht voor het milieu steeds belangrijker. Mede dankzij de inzet van de burgers komen het preventiebeleid op het gebied van afval en het gescheiden inzamelen steeds beter van de grond. Hoewel de CO-uitstoot zich voor het eerst sedert lange tijd lijkt te stabiliseren, zijn er verdere verbeteringen op dat terrein noodzakelijk. Ook het oplossen van de mestproblematiek en het beheersen van de mobiliteit vragen om voortgaande inspanningen.

De regering zet zich met kracht in voor het bereiken van overeenstemming over een energieheffing op Europees niveau. Mocht dit voorlopig niet mogelijk blijken, dan zal in 1995 de invoering van een kleinverbruikersheffing worden voorbereid. De heffing zal een bijdrage moeten leveren aan het bereiken van de vastgestelde milieudoelen. Behoud en verbetering van het milieu vereisen ook een mondiale aanpak. De regering zal daarom een actief internationaal milieubeleid voeren.

De Europese integratie is op weinig terreinen zo direct merkbaar als in de land- en tuinbouw. De agrarische sector staat voor de uitdaging zijn grote bijdrage aan de nationale economie te blijven leveren en deze tegelijkertijd in evenwicht te brengen met de belangen van natuur, milieu, landschap en het welzijn van dieren. Voor een vitaal, aantrekkelijk en leefbaar platteland zal de komende jaren een actief vernieuwingsbeleid worden ontwikkeld. De realisering van een duurzame ecologische hoofdstructuur past daarin. De overheid zal, door middel van lagere lasten en het wegnemen van belemmerende regels, voorwaarden scheppen om de concurrentiekracht van de land- en tuinbouw te behouden. Het totstandbrengen van de noodzakelijke aanpassingen aan markt en milieu is ook een taak van de sector zelf. De afgelopen vijftig jaar hebben geleerd dat boeren en tuinders daartoe over de slagkracht en inventiviteit beschikken, alsook bereid zijn te investeren.

Begin 1995 zal aan de Tweede Kamer de nota “Ruimtelijk-economisch beleid voor de periode 1995-1999” worden voorgelegd. Uitgangspunt is dat regio's niet geïsoleerd, maar in onderling verband en in samenhang met de internationale omgeving worden beschouwd.

De groeiende behoefte aan woningbouwlocaties maakt het nodig zorgvuldig om te gaan met de belangen van natuur, landschap en recreatie. De noodzakelijke investeringen vragen om een forse inspanning van de betrokken overheden en de marktsector. Het leefbaar houden van het stedelijk gebied verdient bijzondere aandacht. Voor de versterking van onze Nederlandse concurrentiepositie is een samenhangend en duurzaam vervoersbeleid een vereiste. Centraal staan de investeringsplannen voor de mainports Rijnmond en Schiphol, de achterlandverbindingen, de grote stadsgewesten en de stedelijke knooppunten. De procedure voor de planologische kernbeslissing betreffende de Hogesnelheidslijn is thans in de inspraakfase. Het definitieve regeringsstandpunt zal u in het voorjaar van 1995 bereiken. Aan het begin van dat jaar zal de regering ook klaarheid scheppen over haar voornemens omtrent de Betuwelijn. Een intensieve internationale samenwerking in Europees verband, gericht op de aansluiting op transeuropese netwerken, is van groot belang.

Het overheidsbeleid inzake de gezondheidszorg en de zorg voor chronisch zieken stelt de patiënt voorop. Om essentiële gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk te houden is het nodig de ontwikkeling van volume en kosten strak te beheersen. Doelmatigheid en soberheid zijn geboden, zowel bij aanbieders als bij vragers van zorg. Wat noodzakelijke zorg is, zal op basis van de adviezen van de commissie-Dunning en van de Gezondheidsraad worden beantwoord. Concrete maatregelen met betrekking tot het verzekeringspakket zullen daarop volgen.

De regering zal u nog dit najaar een integraal plan voor volume- en kostenbeheersing aanbieden, met het daarvoor benodigde wetgevend kader. Uitvoering van de aanbevelingen van de commissie-Biesheuvel met betrekking tot de positie van de huisarts, de medisch specialist en het ziekenhuis krijgt daarin een plaats. Het nemen van eigen verantwoordelijkheid door gebruikers zal worden gestimuleerd. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt beperkt tot een voorziening voor onverzekerbare risico's en langdurige zorg. In het ziekenfonds en de particuliere verzekering komt een scherper gedefinieerd basispakket van noodzakelijke zorg tot stand. Er wordt gewerkt aan het dichter bij elkaar brengen van particuliere ziektekostenverzekering en ziekenfondsverzekering. De veranderingen zullen stapsgewijs plaatsvinden.

Op het terrein van medische ethiek zal verder worden gewerkt aan noodzakelijke wet- en regelgeving. De regering hoopt dat de behandeling van het wetsvoorstel orgaandonatie en het wetsvoorstel medische experimenten dit parlementaire jaar kan worden afgerond.

Ook in het welzijnsbeleid staat de cliënt centraal. Zowel voor jongeren en gehandicapten als voor ouderen zal zorgverlening worden gestimuleerd die meer aansluit bij de eigen mogelijkheden van een ieder in de thuissituatie.

De emancipatie en participatie van ouderen wordt krachtig ondersteund; leeftijdsdiscriminatie wordt bestreden. De regering brengt het komend jaar een actieprogramma voor integraal ouderenbeleid uit. De voorgenomen bezuinigingen op de bejaardenoorden worden geschrapt.

De regering zet zich in voor een veiliger samenleving met een hoog niveau van rechtshandhaving. Een integrale benadering van het veiligheidsbeleid is daartoe noodzakelijk. De politie vervult een spilfunctie, zowel bij de veiligheid op straat als bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad. De politie en de rechterlijke organisatie worden versterkt. Voor het einde van het jaar zult u concrete voornemens hieromtrent ontvangen. In oktober zal de regering haar plannen presenteren voor een krachtiger aanpak van de georganiseerde misdaad. Naast en in aanvulling op de bestaande kernteams wordt een landelijk rechercheteam opgericht. Dit team zal onder meer onderzoeken verrichten naar aanleiding van meldingen inzake ongebruikelijke transacties. Financieel-economische opsporingsmethoden staan hierbij centraal.

Onveiligheid op straat wordt voor een groot gedeelte veroorzaakt door jongerencriminaliteit. Voorstellen voor de aanpak hiervan worden u begin 1995 aangeboden. Ook hier gaat het om een integrale benadering waarbij lokale overheden, jeugdhulpverlening, politie en justitie nauw zullen samenwerken.

Het geven van perspectief aan de jeugd is van blijvend belang voor de vitaliteit van de samenleving. Op het terrein van de jeugdhulpverlening worden de voorgenomen bezuinigingen geschrapt. Verslavingshulp en bestrijding van drugsoverlast krijgen meer aandacht.

Onstabiele internationale verhoudingen, onlusten en economische tegenstellingen blijven invloed uitoefenen op migratiestromen. Zorgvuldigheid en effectiviteit bij de behandeling van aanvragen van asielzoekers en vluchtelingen zullen hand in hand gaan. De inspanningen zullen voorts gericht zijn op het totstandbrengen van een Europees asielbeleid.

Nederland is een multicultureel land geworden. Veel allochtonen blijken vrij snel in de Nederlandse maatschappij in te burgeren. Niettemin zijn er grote aanpassingsproblemen en is de werkloosheid onder minderheden onevenredig hoog. De regering zal daarom gerichte scholings- en werkgelegenheidsmaatregelen treffen. Met mensen die zich nieuw in Nederland vestigen zullen contracten worden gesloten waarin de wederzijdse verantwoordelijkheden worden vastgelegd. Zo kunnen nieuwkomers zo spoedig mogelijk volwaardige leden van onze maatschappij worden.

De regering wil het bestuur dichter bij de burger brengen. Taken van het Rijk zullen worden overgeheveld naar de mede-overheden om de gezamenlijke beleidsdoelstellingen beter te realiseren. In de regio's Rotterdam, Amsterdam en Den Haag worden besturen ingesteld die slagvaardig en democratisch kunnen functioneren.

De grote steden trekken hoogwaardige werkgelegenheid aan en ontwikkelen zich tot gevarieerde centra voor cultuur en wetenschap. Aan de andere kant zorgen juist daar langdurige werkloosheid en een hoge criminaliteit voor ernstige problemen. Hieraan zal gericht aandacht worden gegeven teneinde de ontwikkelingskansen voor de grote steden te versterken.

Het openbaar bestuur is er voor de bevolking. De regering wil dat de burgers hun stem beter kunnen laten horen en hun invloed beter kunnen laten gelden. Een ministeriële commissie staatkundige vernieuwing zal voorstellen doen.

Voor het cultuurbeleid, dat nu met onderwijs en wetenschappen in één ministerie is samengevoegd, is 1995 een jaar van uitvoering. Het is ook een jaar van voorbereiding van de hoofdlijnen voor de komende tijd.

Voor een beperkte groep veelbelovende kunstenaars zal een nieuwe regeling worden getroffen die het hun mogelijk maakt om een aantal jaren te werken aan de opbouw van een renderende beroepspraktijk.

Goed onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de leraar. Vanaf 1995 komen daarom extra middelen beschikbaar om de voorstellen van de commissie toekomst leraarschap uit te voeren.

Om de creativiteit van de onderwijsgevenden te stimuleren zullen scholen bij de uitvoering van primaire onderwijstaken een meer autonome rol krijgen. Ouders krijgen een grotere invloed op het beleid van het schoolbestuur.

Meer aandacht zal worden besteed aan diversiteit in het voortgezet onderwijs, zowel ten behoeve van hoogbegaafde leerlingen als voor leerlingen die het voortgezet speciaal onderwijs volgen. De gemeentelijke rol wordt versterkt door de huisvesting en de schoolbegeleidingsdiensten te decentraliseren en het achterstandsbeleid door hen te laten coördineren.

Voor het voortgezet en hoger onderwijs zal verder gestalte worden gegeven aan een goede afstemming met onze buurlanden en worden internationale contacten gestimuleerd.

De huidige uniforme structuur van het hoger onderwijs doet onvoldoende recht aan de veranderde maatschappelijke eisen. De regering streeft daarom een stelselwijziging na met een grotere variëteit in opleidingen en een gemiddeld kortere verblijfsduur van studenten in het hoger onderwijs. In het komende jaar zal in open overleg met de betrokkenen over de vormgeving en uitvoering hiervan worden gesproken.

De wijzigingen, op termijn, in het stelsel van hoger onderwijs zullen ook gevolgen hebben voor de studiefinanciering. Maar ook los daarvan zijn er nu al maatregelen met betrekking tot de studiefinanciering nodig. Aan nieuwe studenten in het hoger onderwijs wordt een prestatiebeurs verstrekt voor een periode die gelijk is aan de cursusduur.

In de ontwikkeling van de hedendaagse samenleving spelen sport en actieve recreatie een steeds belangrijker rol. Niet alleen voor de ontwikkeling van de jeugd, maar ook voor de vitaliteit van hen die ouder worden, voor mensen met een handicap en voor de verschillende maatschappelijke integratieprocessen in ons land blijkt de sport van steeds wezenlijker belang.

De samenwerking tussen de drie landen van het Koninkrijk is gebaseerd op wederzijds respect. Een evenwichtige ontwikkeling van de Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse samenlevingen is een doelstelling waaraan Nederland met overtuiging wil bijdragen. Goed openbaar bestuur, rechtshandhaving, gezond financieel beleid en onderwijs zijn daarbij aandachtspunten. De viering op 15 december aanstaande van veertig jaar autonomie, belichaamd in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, zal passende aandacht krijgen. In overleg met de koninkrijkspartners zullen nieuwe staatkundige verhoudingen hun beslag krijgen in een herzien Statuut.

Naast de vrede die wij al vijftig jaar kennen, zijn er helaas nieuwe brandhaarden in de wereld. Van het zo dichtbij gelegen ex-Joegoslavië tot het verre Rwanda bereiken ons hartverscheurende beelden. De grenzen van de verschrikking blijken daarbij steeds weer te kunnen worden verlegd. De Nederlandse samenleving geeft op vele manieren uiting aan haar gevoelens van betrokkenheid. Hier moeten zeker ook veel Nederlandse burgers en militairen worden genoemd die in voormalig Joegoslavië en elders in internationaal verband actief zijn. Meer dan drieduizend Nederlandse mannen en vrouwen nemen thans deel aan vredesoperaties in vaak zeer moeilijke omstandigheden. Hun grote inzet verdient veel waardering en dank. Onze gedachten gaan uit naar hen die bij de uitoefening van hun taak blijvend letsel opliepen en in het bijzonder naar de nabestaanden van hen die omkwamen.

In vijftig jaar is de wereld ingrijpend veranderd en daarmee ook onze positie in die wereld. De samenhang van internationale vraagstukken is sterker dan ooit. De regering wenst een positieve bijdrage te leveren aan het oplossen van mondiale problemen. Oude tegenstellingen tussen Noord-Zuid en Oost-West vervagen. Samenwerking en ontwikkeling moeten dus in een nieuw perspectief worden geplaatst. Een herijking van het buitenlands beleid in brede zin, met daarin ook begrepen ontwikkelingssamenwerking, economische betrekkingen, internationaal milieubeleid en defensie, is daarom noodzakelijk.

De verkleining en de herstructurering van de Nederlandse krijgsmacht zijn in volle gang. De overgang naar een vrijwilligerskrijgsmacht vergt van Defensie een grote inspanning.

Nog voor de behandeling van de begroting van Defensie zal de regering u inlichten over de gevolgen van de in het regeerakkoord aangekondigde bezuinigingen voor de krijgsmacht. Een verantwoorde uitvoering van de Prioriteitennota blijft hierbij de toetssteen.

Binnen het grote kader van het Noordatlantische bondgenootschap kiest Nederland voor intensievere Europese defensiesamenwerking. Dit leidt in toenemende mate tot verwevenheid van onze krijgsmacht met die van de ons omringende landen. Met België wordt een geïntegreerde marinestaf gevormd. Met Duitsland wordt een gezamenlijk legerkorps opgericht.

Op allerlei terreinen zijn de betrekkingen met ons grootste buurland uitgegroeid tot nauwe samenwerking. Dit symboliseert de fundamentele en onomkeerbare omslag van de politieke verhoudingen in Europa, vijftig jaar na de bevrijding.

Leden van de Staten-Generaal. De indrukwekkende herdenking van D-day op 6 juni van dit jaar was een uiting van respect voor de grote inzet van vele miljoenen mannen en vrouwen. Het is bemoedigend dat de bereidheid om uit het verleden lering te trekken zo breed leeft. Internationaal en nationaal is het besef van de waarde van leven in vrede en vrijheid tevens een opdracht aan ons allen om aandacht te blijven geven aan de kwaliteit van onze samenleving. Van harte spreek ik de hoop uit dat u uw verantwoordelijke taken ook in dit licht zult vervullen, in het vertrouwen dat velen met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden.