Raad van State: Kabinet wil veel, bereikt weinig

DEN HAAG, 20 SEPT. De Raad van State vindt dat de verwachte resultaten van het kabinetsbeleid schril afsteken tegen de forse ambities van de Miljoenennota 1995. Dat schrijft het hoogste adviescollege in zijn advies aan de koningin.

“Ondanks de forse bezuinigingen op de collectieve uitgaven en de aanwending daarvan ter bevordering van werkgelegenheid en economische groei, blijkt de groei van de werkgelegenheid nauwelijks voldoende om de nieuwkomers op de arbeidsmarkt op te vangen en daalt het financieringtekort onvoldoende”, zo schrijft de Raad die concludeert dat dit een teken is “hoe groot de finacieel-economische en sociale problemen van ons land zijn”.

Minister Zalm (financiën) schrijft in antwoord op het advies dat de sombere vooruitzichten “rechtstreeks samenhangen met de behoedzame veronderstellingen met betrekking tot de economische groei”. “Op deze manier worden geen verwachtingen gewekt die vervolgens niet waargemaakt kunnen worden,” zo schrijft de minister in het zogeheten Nader rapport.

Overigens is de Raad van State in vergelijking met andere jaren opmerkelijk mild in zijn kritiek op de Miljoenennota. De Raad schrijft dat de begroting voor 1995 een aanzet is voor een financieel en economisch beleid dat hij “in hoofdlijnen juist acht”.

Alleen op het punt van het financieringstekort en de omvang van de staatsschuld heeft het hoogste adviescollege “ernstige bedenkingen”. “Het beoogde zware wetgevingsprogramma houdt risico's in”, zo schrijft de Raad. De beoogde gunstige gevolgen van het uiteengezette beleid worden volgens het adviesorgaan slechts bereikt als de daartoe benodigde wetgeving “zeer snel” tot stand komt. De Raad vraagt zich af of de regering bij het opstellen van ramingen voldoende rekening heeft gehouden met vertragingen die bij het wetgevingsproces te voorzien zijn. De regering antwoord dat “naar beste weten” rekening is gehouden met “de noodzakelijke voorbereidings- en implementatietijd”. Mochten er onverhoopt tijdens het wetgevingsproces “nieuwe feiten en inzichten” aan het licht komen, dan komen de financiële consequenties daarvan voor rekening van de begroting en niet van het financieringstekort. Dat is, zo schrijft de regering, “in overeenstemming met de regels voor budgetdiscipline”.

Met betrekking tot de loonontwikkeling waarschuwt de Raad van State ervoor dat de regering “het tempo en de omvang overschat” waarin loonmatiging kan worden bereikt. De lonen mogen ondanks de verwachte gunstige economische ontwikkeling nauwelijks toenemen. “Elke procent extra loonstijging betekent op termijn immers een verlies van 6.000 arbeidsplaatsen”, aldus het adviescollege. Naar mate winsten blijven toenemen zonder dat dit leidt tot meer werkgelegenheid, komt de aanvaarding van loonmatiging meer onder druk te staan. De regering schrijft echter niet de zorg van de Raad van State te delen dat stijgende winsten niet tot meer werkgelegenheid zouden leiden. “Het feit dat uit loonmatiging werkgelegenheid voortvloeit is voldoende onderbouwd”, aldus de regering. Wel is de regering het met de Raad eens dat extra matiging in de collectieve sector haar grenzen kent. Daarom wil de regering loonmatiging in die sector bewerkstelligen in de secundaire arbeidsvoorwaarden. “Hiermee komen deze meer in lijn met de arbeidsvoorwaarden in de marktsector”, aldus het 'Nader rapport'.