Prinsjesdag ook al niet 'paars'

Als het eerste 'paarse' regeerakkoord uit de geschiedenis werkelijkheid was geworden, zou de Gouden Koets vandaag niet hebben gereden. In het uit maart 1992 stammende werkstuk van de jongerenorganisaties van PvdA, VVD en D66 stond namelijk dat het staatshoofd alle politieke functies zal worden ontnomen. De troonrede zou in dat geval zijn uitgesproken door de auteur: de minister-president. De Haagse Ridderzaal gaf vandaag echter de klassieke rolverdeling te zien: de majesteit voorlezend op de troon, haar ministers luisterend aan de voet van het podium.

Paarse prinsjesdag bestaat niet. Het was vandaag zoals al die andere jaren, met misschien nòg meer de nadruk op gewoon. Koningin Beatrix las een troonrede voor. Een troonrede waarin, in tegenstelling tot vorige keren, niet eens melding wordt gemaakt van het feit dat een nieuw kabinet is aangetreden. Gigantisch waren de verschuivingen bij de verkiezingen van 3 mei, historisch was de daarop volgende kabinetsformatie waarbij voor het eerst sinds 1918 de christen-democraten buiten het kabinet werden geplaatst, maar in de troonrede is niets van dat alles terug te vinden. Don't rub it in, is het adagium van minister-president Kok. Is het kabinet niet van iedereen? Dat vereist een 'laag profiel', om niet te zeggen geen profiel. Het regeerakkoord van PvdA, VVD en D66 was zodoende een politieke CAO, de regeringsverklaring een verkorte en gesproken versie van die overeenkomst, terwijl de vandaag uitgesproken troonrede niet meer is dan de bekende en beruchte maar dit keer wel zeer lange boodschappenlijst.

De 'leden der Staten-Generaal' kunnen zich voorbereiden op de komst van onder andere een nationaal actieplan, een plan van aanpak, actief vernieuwingsbeleid, definitieve regeringstandpunten, integrale plannen, een stelselwijziging, een herijking, een herzien statuut en natuurlijk voorstellen, heel veel voorstellen. Voorstellen die moeten leiden tot “versterking van het draagvlak voor duurzame werkgelegenheid”. Het klinkt vertrouwd. Nog vertrouwder klinken de trefwoorden waarmee het voorgenomen beleid wordt gekarakteriseerd: beheersing van de staatsschuld, verlaging van de arbeidskosten, aanmoediging van de economische dynamiek, stimuleren van arbeidsdeelname. Voor het CDA rest op deze manier niet anders dan oppositie voeren vóór het kabinetsbeleid.

PvdA, VVD en D66 gaan in hoofdlijnen verder waar het vorige kabinet was gebleven. Ze doen het met een begroting die het karakter draagt van “soberheid en modernisering” zoals de troonrede zegt. Het zal moeten leiden tot een daling van de lastendruk en een vermindering van het financieringstekort. Sober - is het daarom dat in dezelfde troonrede met geen woord wordt gerept over de verrassende economische opleving die zich sinds enkele maanden voordoet? In zijn 'woord vooraf' bij de Macro-Economische Verkenningen schrijft de kersverse minister van economische zaken G.J. Wijers dat dit rapport voor het eerst sinds jaren weer optimisme uitstraalt. In de Miljoenennota heeft minister Zalm van financiën het over een economie die sneller groeit dan verwacht. De troonrede sombert slechts: de verworvenheden die verband houden met de sinds de Tweede Wereldoorlog tot stand gebrachte verhoging van het levenspeil zijn niet onaantastbaar.

Hier komt de factor psychologie om de hoek kijken. Wie een bezuinigingsprogramma ter hoogte van 18 miljard gulden aankondigt, kan moeilijk komen aanzetten met een verhaal waarvan de teneur is dat Nederland er weer bovenop raakt. Ooit heeft premier Lubbers de fout gemaakt door twee jaar nadat hij het begrip had geïntroduceerd in 1984 te verklaren dat het no-nonsense-beleid voorbij was. Daarna had hij veel meer overtuigingskracht nodig voor de bezuinigingsplannen van zijn kabinet.

Het gaat beter, maar het kan nog altijd fout gaan, zeggen de bewindslieden van Economische Zaken en Financiën in hun stukken. Kok zegt liever niets, zolang er nog zoveel gevraagd moet worden. Het is al moeilijk genoeg het politieke evenwicht in de troonrede te bewaren. Voor de PvdA-achterban is de mededeling dat bezuinigingen gepaard moeten gaan met maatregelen die zullen leiden tot een “redelijk evenwichtig inkomensbeeld”. Ten faveure van de VVD wordt gezegd dat bij de uitvoering van de WAO concurrentie zal worden toegelaten. D66'ers zullen in de troonrede tot hun genoegen kunnen horen dat het kabinet begin volgend jaar “klaarheid” zal verschaffen over de voornemens ten aanzien van de Betuwelijn.

Prinsjesdag 1994. Zo anders door de onderliggende politieke constellatie maar zo vertrouwd in beleid en uitvoering. Koningin Beatrix las vanmiddag haar vijftiende troonrede voor. Na elf jaar Lubbers eindelijk het stuk van een ander. Hoe politiek getoonzet mag de troonrede eigenlijk zijn? Ook hier ontbreken weer de regels en wordt het aan de 'beleefdheid' van de auteur overgelaten. De naoorlogse premiers hebben meestal voor terughoudenheid gekozen. Met ideologie hebben zij hun vorstinnen niet willen opzadelen. Ideologisch geladen waren ze nooit.

De kleur van het kabinet blijkt pas aan het slot: Hoe wordt er met de bede omgegaan? Creatief, zei Kok reeds een week geleden. De tekst waarvoor hij gekozen heeft houdt het midden tussen wel en geen bede. Er is goed gekeken naar wat gebruikelijk was ten tijde van het kabinet-Van Agt/ Wiegel. In 1981 eindigde koningin Beatrix haar troonrede met “het vertrouwen dat velen u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden”. Vandaag sloot zij af met het vertrouwen dat velen met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden. De twee wooorden 'met mij' zijn ten opzichte van 1981 toegevoegd. Zou het dan toch echt Haar Kabinet zijn?