'Politiek enthousiaster over werknemersaandeel'; Advocaat Voûte spreekt nu over een razend interessante kentering

DEN HAAG, 20 SEPT. “Ruud Vreeman woont hier twee straten verderop,” zei mevrouw Voûte, die zelf namens de VVD in de Tweede Kamer zit, afgelopen weekend tegen haar echtgenoot A. Voûte, die net hoog had staan opgeven over Vreeman's ideeën met betrekking tot meer zeggenschap voor werknemers door aandelenparticipatie. Voûte is er prompt langsgegaan om een exemplaar van zijn proefschrift Aandelen voor werknemers, Motivatie door participatie af te geven. “Nog niet zo lang geleden waren de PvdA en de vakbeweging nog tegen aandelen voor werknemers,” zegt Voûte. “Daar schijnt nu een kentering in te komen. Razend interessant.”

Voûte, die sinds 1969 advocaat is en in 1974 toetrad tot de maatschap Loeff Claeys Verbeke, heeft zijn fascinatie voor werknemersaandelen te danken aan de management buy outs die hij begeleidde. “Het gaat daarbij steevast om bedrijven die uit de redelijk veilige schil van het oude moederbedrijf komen. Na de verzelfstandiging moet veel geld worden geleend. Als het goed gaat met zo'n bedrijf worden geweldige klappers gemaakt. Gaat het echter slecht, dan staan alle werknemers op straat. Ik vind het in zo'n situatie heel normaal dat werknemers ter compensatie van dat verhoogde risico een aandeel in de winst krijgen. En dat kan door hen aandelen te geven. Ik heb mij daar in de praktijk sterk voor gemaakt. Als een cliënt tegensputterde, stelde ik hem gerust door te zeggen: 'Je geeft wel 20 procent van je aandelen weg aan de werknemers, maar dat leidt ertoe dat de resterende 80 procent meer waard wordt'.”.

Om die stelling te bewijzen heeft Voûte interessant bewijsmateriaal verzameld. “In de jaren 1989 tot en met 1993,” zegt Voûte, “is de winst per aandeel van de belangrijkste Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen, tot uiting komend in de EOE-index, met 36,7 procent gedaald. Kijken we naar de bedrijven die nu nog werknemersparticipatie hebben - Randstad, Holland Colours, GTI, Boskalis, Atag - dan zien we dat alle bedrijven, met uitzondering van GTI, beter scoren. De winst per aandeel bij Randstad ging met 11,7 procent omhoog, die bij Holland Colours met 30,8 procent, die bij Boskalis met 355,2 procent en die van Atag met 26,3 procent. De werkgelegenheid bij Randstad nam sinds eind 1990 toe met 15,5 procent, die bij Holland Colours met 124 procent, die bij Boskalis met 21 procent en die bij Atag met 25 procent.”

Nog niet zo lang geleden hoorden ook Crown van Gelder, Draka en Volmac tot zijn eregalerij van bedrijven met aandelen voor werknemers. Maar Volmac is na de fusie met Cap Gemini van de beurs verdwenen en bij de andere twee bedrijven hebben de werknemers de aandelen vrijwel allemaal van de hand gedaan, omdat daar een leuke winst mee te maken viel. “Het verhaal van Crown van Gelder is een roman,” zegt Voûte. “Die vennootschap zou failliet gaan als de werknemers niet drie maanden loon zouden inleveren. Dat deden ze en in ruil daarvoor kregen de tweehonderdvijftig werknemers samen 96.000 certificaten van aandelen. Die hebben ze voor gemiddeld honderd gulden verkocht. Dat leverde elke werknemer bijna veertigduizend gulden op. Belastingvrij. Daarnaast hebben ze nog verdiend aan obligaties, zodat de vermogenswinst voor werknemers op kon lopen tot een half miljoen gulden.”

Draka is een ander succesverhaal. Iedere werknemer kreeg in 1985 870 aandelen voor één gulden per stuk. Toen Draka eind 1991 naar de beurs ging bedroeg de introductiekoers 24 gulden, zodat werknemers een vermogenswinst van ruim twintigduizend gulden maakten. “Dat soort sprongen kun je nooit maken met besparingen uit je netto loon,” zegt Voûte. Daarom geeft hij beleidsmedewerker Korevaar van de Industriebond FNV gelijk wanneer die voorstelt om werknemers aandelen te geven, opdat die met het zo bij elkaar gespaarde vermogentje voor zichzelf kunnen beginnen.

Voûte begrijpt niet dat werkgevers zich nog geen enthousiast voorstander van aandelenbezit voor werknemers hebben betoond, want onderzoek in de VS heeft volgens hem overtuigend aangetoond “dat omzet èn werkgelegenheid per jaar met 3 procent extra groeien als een onderneming tenminste 5 procent van de aandelen bij de eigen werknemers heeft ondergebracht”. “Als dan ook nog een managementfilosofie wordt toegevoegd waarbij werknemers meer inspraak krijgen op hun eigen arbeidsplaats en meer verantwoordelijkheid, dan stijgt de omzet met 16 en de werkgelegenheid met 12 procent extra,” aldus Voûte. Hij is dan ook enthousiast over het idee van Vreeman (zie NRC Handelsblad van 16 september) om het bezit van aandelen door werknemers te koppelen aan meer zeggenschap voor diezelfde werknemers.

Met name in Frankrijk en de VS heeft het aandelenbezit onder werknemers een hoge vlucht genomen. “Bij privatiseringen in Frankrijk is de staat verplicht om minimaal 10 procent van de aandelen bij werknemers onder te brengen,” zegt Voûte. Hij pakt er het privatiseringsbericht van Rhône Poulenc bij. Een bedrijf met wereldwijd 81.500 werknemers dat begin 1994 naar de beurs ging. Maar liefst 8,8 miljoen van de uitgegeven 47,6 miljoen gewone aandelen kwamen bij werknemers terecht. Voor werknemers zijn gunstige fiscale- en betalingsregelingen getroffen. De Nederlandse overheid zou wat hem betreft bij het naar de beurs brengen van busondernemingen, de NS en de tweede en derde tranche KPN-aandelen “ook best een voorbeeld kunnen stellen voor andere bedrijven”.

“Het blijkt,” zegt Voûte, “dat aandelenbezit door werknemers alleen van de grond komt als daar fiscale faciliteiten aan ten grondslag liggen.” In Frankrijk mogen werknemers per jaar 23.000 gulden van hun brutoloon (dus belastingvrij) aan aandelen besteden. Het Amerikaanse systeem is volgens Voûte “te mooi voor woorden”. Als een werkgever zijn personeel daar voor een miljoen dollar aandelen geeft mag hij dat miljoen aftrekken van de belasting. Als hij het geld leent van de bank, mag hij ook nog eens de rente aftrekken. Wat dat betreft is de Nederlandse pendant van deze fiscale stimulering, de wet Vermeend/Vreugdenhil, volgens de advocaat “een flutterig systeem”. “De wet Vermeend/Vreugdenhil wordt alleen gebruikt voor spaarregelingen en levensverzekeringen en absoluut niet voor winstdelingsregelingen en werknemersaandelen,” zegt hij. Wat dat betreft is er volgens Voûte “niets nieuws aan”.

Volgens Voûte wordt het “hoog tijd dat er ook in Nederland een echte fiscale stimulans voor werknemersparticipatie komt”. “Mijn voorstel zou zijn om werknemers bovenop de 2568 gulden van de Wet Vermeend/Vreugdenhil een fiscale faciliteit te geven voor beleggingen in aandelen van het eigen bedrijf. Ik denk dan aan een bedrag van vijf- à tienduizend gulden van het bruto loon, dat werknemers per jaar aan aandelen mogen besteden. Werknemers hoeven dan in feite maar de helft voor de aandelen te betalen, omdat over dit bruto loon geen belasting en sociale premies worden geheven. De staat heeft daar op termijn geen nadeel van omdat het tot meer werk en een hogere omzet leidt, zoals al in 1991 door het Centraal Planbureau is uitgerekend.”