ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

J.P. Pronk, 6,3 miljard, 600 ambtenaren

De zuivere ontwikkelingshulp loopt in 1995 terug tot 0,8 procent van het bruto nationaal produkt (BNP). Weliswaar groeit de begroting tot 6,6 miljard gulden, een nominale groei met 250 miljoen gulden, maar er wordt een groter bedrag uitgetrokken voor 'onzuivere' uitgaven zoals opvang van asielzoekers en vredesoperaties.

Het kabinet streeft ernaar in 1998 0,9 procent van het BNP te besteden aan zuivere ontwikkelingshulp, ruim boven de norm van 0,7 procent die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft vastgesteld en die volgens het regeerakkoord als bodem geldt.

In 1992 besteedde Nederland nog 0,86 procent van het BNP, in 1993 was er een daling tot 0,81 procent.

Op de begroting van 1995 is 100 miljoen gulden vrijgemaakt voor hulp via de Europese Unie aan Midden- en Oost-Europa. Noodhulp aan vroegere conflicthaarden zoals Cambodja en Eritrea wordt overgeheveld naar de landenprogramma's. Nederland geeft hulp aan 56 landen, waarmee 1,3 miljard gulden is gemoeid, ruwweg een vijfde deel van de begroting. In de Tweede Kamer is er bij herhaling op aangedrongen de lijst van deze landen kleiner te maken.

In de toelichting op de begroting 1995 staat dat Ontwikkelingssamenwerking ernaar streeft de procedures voor projecthulp gemakkelijker te maken. In recente rapporten van de Nederlandse inspectie te velde en aanbevelingen van ontwikkelingsexperts aan de Wereldbank wordt gehekeld dat de procedures bij projecthulp dusdanig gecompliceerd zijn dat het ambtelijk apparaat in de ontwikkelingslanden het spoor bijster raakt. Ook ontbreekt het aan voldoende controle op de uitvoering van de hulpprojecten in de landen zelf.

Door taken meer te delegeren, vertegenwoordigers van Nederlandse ambassades beter in te schakelen en door het opleiden van lokaal kader hoopt Ontwikkelingssamenwerking projecthulp vlotter te laten verlopen. Er komen speciale cursussen voor Nederlands ambassadepersoneel om financiële controle uit te oefenen in die landen waar grote Nederlandse investeringen voor hulp zijn gedaan.