Noordieren hopen na kwart eeuw geweld op vredesdividend

ROTTERDAM, 20 SEPT. Nu Noord-Ierland uitzicht heeft op permanente vrede, heeft de economische garde van de Britse provincie zich vol overgave gestort op een belangwekkend vraagstuk: zal Noord-Ierland na 25 jaar geweld profiteren van een 'vredesdividend' of brengt een vredesakkoord tussen de Britse regering, de IRA en de protestanten economisch gezien vooral ellende met zich mee? Over één ding is men het eens: zonder steun vanuit Londen blijft Ulster het zwarte gat van het Verenigd Koninkrijk.

Optimisten wijzen op de buitenlandse investeringen die naar verwachting richting Noord-Ierland zullen stromen en de arbeidsplaatsen die deze met zich meebrengen. De Confederation of British Industry (CBI) in Belfast voorspelde deze week in een vooruitblik op de economische ontwikkelingen dat de komst van buitenlandse bedrijven de komende twee tot drie jaar tweeduizend nieuwe banen per jaar zal opleveren. In de afgelopen twintig jaar waren dat er niet meer dan vijfhonderd per jaar.

Vergeleken met Ierland, dat zich de afgelopen decennia enige naam op high-tech gebied heeft verworven door de komst van buitenlandse multinationals (vooral elektronica en farmacie), kan Noord-Ierland wel wat investeringen gebruiken. De provincie drijft nog altijd op de vanouds sterke textielindustrie, die een kwart van alle industrie-arbeiders herbergt en voor een niet onaanzienlijk deel draaiende wordt gehouden door steun uit Londen. Een andere verouderde pijler onder de Noordierse economie is de scheepsbouw, die er beduidend minder rooskleurig voorstaat.

Graham Gudgin, directeur van het Economic Research Centre in Belfast, gaat er van uit dat Noord-Ierland bij permanente vrede vooral kan rekenen op een invasie van Britse bedrijven, die de provincie tot nu toe hebben gemeden. “Ulster heeft een slecht imago, maar niet geheel terecht. Zakendoen is hier veel aangenamer dan de meeste mensen denken. Er is een overvloed aan werknemers, de lonen zijn lager dan in de rest van Groot-Brittannië en er is weinig luchtvervuiling.”

De Confederation of British Industry rekent voor dat vrede in totaal 29.000 banen zal opleveren. De meeste nieuwe banen (10.000) zijn te verwachten in de toeristische sector, volgens de werkgeversorganisatie. Het toerisme naar deze uithoek van de Britse eilanden is door het jarenlange geweld sterk achtergebleven: haalt de Ierse republiek 7 procent van haar nationaal inkomen uit het toerisme, in Noord-Ierland is dat slechts 1,5 procent.

Maar ook de verbetering van de infrastructuur zal de nodige arbeidsplaatsen opleveren, volgens directeur Nigel Smith van de CBI. “Decennialang is er in Noord-Ierland alleen maar aandacht geweest voor terrorisme en veiligheid. De rest van de samenleving is verwaarloosd. De infrastructuur hier dateert nog uit de jaren zestig.” Zo stellen de spoor- en wegverbindingen tussen het noorden en zuiden van Ierland weinig voor, hetgeen een obstakel is gebleken voor de onderlinge handel. Mede door die gebrekkige verbinding gaat slechts 8 procent van de totale Noordierse export naar de Ierse republiek. Omgekeerd importeert Ulster slechts 6 procent van de Ierse produktie.

Maar er is meer dat veel Noordierse economen doet geloven dat de economische vredesbalans uiteindelijk positief zal doorslaan. Zij wijzen op de 150 miljoen dollar steun die de Amerikaanse president Clinton heeft toegezegd als de vrede tussen de strijdende partijen een feit is. Ook Brussel heeft meer geld toegezegd, bovenop de 973 miljoen pond die de Europese Commissie tot 1999 reeds wil uittrekken voor Noord-Ierland.

Een bijkomend voordeel voor de ontwikkeling van de Noordierse economie, volgens Graham Gudgin van het Economic Research Centre, is het feit dat Noord-Ierland de recessie vrijwel aan zich voorbij heeft zien gaan en daardoor niet extra is verzwakt. “Noord-Ierland heeft nooit de vastgoed-speculatie en particuliere schulden gekend die in Engeland leidden tot de crisis. Bovendien heeft Noord-Ierland een relatief grote publieke sector die minder crisisgevoelig is dan de particuliere sector. Verder heeft de industrie hier steeds geprofiteerd van de lage loonkosten.”

Maar de vrede heeft economisch gezien onmiskenbaar een schaduwzijde. Volgens het Economic Research Centre zullen 20.000 arbeidsplaatsen in de 'veiligheidsindustrie' (politie, gevangenissen, bewakingsdiensten, militairen) verdwijnen. Daarmee was vorig jaar bijna een miljard pond aan Brits overheidsgeld gemoeid. In het kielzog daarvan zullen banen (winkels, scholen etc.) verdwijnen in gebieden waar veel veiligheidsbeambten wonen. “Noord-Ierland mag blij zijn als het over vier tot vijf jaar, door de verwachte economische ontwikkeling, weer op het oude werkgelegenheidspeil van nu zit”, aldus directeur Gudgin. En dat zou nog altijd een werkloosheid van ruim 13 procent betekenen - een percentage dat overigens niet zozeer wordt veroorzaakt door een slechte economie als wel door het hoge geboortecijfer.

Nigel Smith van de Confederation of British Industry is optimistischer. Hij houdt het erop dat Londen een deel van het geld dat nu in veiligheid wordt gestoken, zal 'ombuigen' richting onderwijs, gezondheidszorg en industrie. Hij gaat uit van een verlies van 10 à 20.000 banen. “Voor elke twee banen die verdwijnen in de veiligheidsbranche, komen drie 'normale' banen terug”, zo voorspelt hij. Hij wijst op de bouw, die weliswaar minder werk heeft als er geen bomschade meer te repareren valt, maar nieuw werk zal vinden bij de bouw van hotels en fabrieken. Unaniem wijzen de economen er op dat de Britse steun van levensbelang is voor Noord-Ierland. Van de totale produktie in Noord-Ierland wordt 63 procent gefinancierd met overheidsgeld, tegen 45 procent in het Verenigd Koninkrijk als geheel. Sinds 1971, toen het geweld in Ulster begon, heeft Londen 27 miljard pond in Noord-Ierland gestoken. Zonder die steun valt de ruggegraat van de economie weg.

Hoe de Noordierse economie op de omschakeling van burgeroorlog naar vrede zal reageren, hangt sterk af van de vraag wanneer Londen welke politieke keuzes maakt. Graham Gudgin: “Het komende jaar zal het wel loslopen met de Britse steun. Maar daarna zal de politieke druk toenemen om de kraan dicht te draaien en het geld te gebruiken voor Britse regio's waar de economische misère groter is.”