Niet iedere schoonzoon is ideaal

Een menselijk drama pur sang, noemt de advocaat het.

En dat is het ook. Alleen is het voor het slachtoffer nog een tikkeltje dramatischer dan voor de dader. Het slachtoffer is immers sinds 12 mei 1994 morsdood, terwijl de dader nu springlevend en zelfs tamelijk onaangedaan voor zijn Haagse rechters zit.

De verdachte heet Simon Vermillen, en hij staat bekend als een rustige taxichauffeur en een harmonieus levende huisvader. Toch wordt hij aangeklaagd voor niets minder dan moord op zijn 25-jarige schoonzoon, Tinus Holhoven. De officier van justitie is overtuigd van de voorbedachte rade en zijn eis liegt er dan ook niet om: twaalf jaar. Dat moet een onvoorstelbaar getal zijn voor iemand van 46 jaar, die alleen maar een veroordeling voor dronken rijden achter de rug heeft.

Waar is het mis gegaan met Simon Vermillen?

Zijn dochter, Ella, was in de ogen van Vermillen sinds de zomer van 1993 niet bepaald getrouwd met de ideaalste schoonzoon van 's-Gravenhage. Holhoven zou een tamelijk gewelddadig lastpak zijn geweest, iemand die Ella sloeg en soms dreigde haar uit het raam (13 hoog) te gooien. Ook had hij zijn schoonmoeder eens een duw gegeven, waardoor ze ten val kwam en haar arm brak. Ella scheen hij vooral als een gebruiksvoorwerp te zien. Tegen een kennis had hij eens gezegd: “Ze is er voor het bed en het huishouden, maar voor de rest interesseert ze me niet.”

De vader in Simon Vermillen raakte danig verhit. Hij zag zijn vrouw en zijn vroeger zo levenslustige dochter wegkwijnen. Wat moest hij doen?

In maart 1994 kocht hij een pistool. Nee, beweerde hij later, hij had het niet gekocht met het oog op een aanslag op Vermillen. Hij wilde het alleen als taxichauffeur tegen lastige klanten gebruiken. Waarom hij het dan al die tijd in zijn nachtkastje had laten liggen? Omdat klanten hem wel eens thuis zouden kunnen komen bedreigen, zei hij.

Op donderdagavond 12 mei meldt Ella zich overstuur en met een rood, opgezwollen oog in het ouderlijk huis. Ze heeft weer eens herrie met haar man gehad en ze wil voorlopig bij haar ouders blijven. Ze is niet in het bezit van haar bankpasje, Holhoven heeft dat achtergehouden.

Tegen de rechtbank zegt Vermillen: “,Ik dacht: ik ga dat pasje halen en meteen met hem praten over het beëindigen van de relatie.”

Hij stak zijn doorgeladen pistool bij zich. “Om me te verdedigen, want het was een gewelddadige jongen.”

Met de sleutels van Ella opende Vermillen de voordeur. Hij hield zijn pistool omklemd in zijn rechterzak. Holhoven lag in de woonkamer op de bank. Hij kwam iets overeind en keek zijn schoonvader even aan. Die zei: “Ik kom het bankpasje halen.” Holhoven zei niets terug en ging weer liggen. Uit zijn houding sprak diepe minachting, althans, zo moet Vermillen het gevoeld hebben, want het woord duikt telkens in zijn verklaringen op.

Vermillen vertelde later: “Op dat moment flitste door mij heen: nú. Ik schoot en raakte hem in zijn borst. Hij kreunde en gleed van de bank. Ik dacht: doorgaan. Ik voelde geen emotie en richtte het pistool op zijn hoofd. Ik dacht: dood. Ik wist dat ik hem opnieuw raakte, want zijn haar bewoog.”

Vermillen liep terug naar zijn auto, maar opeens vroeg hij zich af of Holhoven wel ècht dood was. Stel je voor dat hij het overleefde en wraak zou nemen! Hij ging terug. Holhoven lag roerloos op de grond. Om beter te kunnen mikken verschoof Vermillen de salontafel en het lichaam iets en schoot zijn schoonzoon opnieuw door het hoofd.

Thuis biechtte Vermillen zijn daad terstond aan zijn vrouw op. Kort daarna meldde hij zich bij de politie. Hij vertelde wat hij gedaan had en voegde eraan toe: “Ik geloof dat ik het wel goed heb gedaan.”

Volgens de politie heeft hij toen nòg iets belangrijks gezegd, namelijk dat hij in de voorafgaande weken het idee had gekregen 'Tinus te doden'.

“Nee”, zegt Vermillen nu tegen de rechters, “ik wou hem alleen aan het verstand brengen dat de relatie moest eindigen.”

Het viel de onderzoekende psychiater en psycholoog op met hoe weinig emotie Vermillen over zijn daad bleef praten. Van berouw was al helemaal geen sprake. Zij merkten niets van enige psychopathologie en verklaarden hem dan ook volledig toerekeningsvatbaar. “Hij heeft het gevoel dat hij van een last is verlost”, noteerde de reclasseringsmedewerker.

Zo zit Vermillen er nu ook bij: met de onthechte gelaatsuitdrukking van iemand die nog steeds achter zijn daad staat, en verder maar lijdzaam afwacht wat de gevolgen zullen zijn.

Het gedrag van Vermillen zint de officier van justitie, mr. M. van der Horst, absoluut niet. “Kil en koel, zonder berouw”, stelt hij vast. “Zijn daad is te vergelijken met het neerschieten van iemand uit een hinderlaag. Buitengewoon laf.” Uit de literatuur diept hij de argumenten op die zijn overtuiging - voorbedachte rade - moeten schragen. “Van belang zijn de gedachten vóór en na de daad. Een ander criterium: de voorbereidingen. Het meenemen van een wapen is al doorslaggevend.”

A. Moszkowicz, de raadsman, vindt op zijn beurt het Openbaar Ministerie 'kil'. Hij beklemtoont de terreur die van Holhoven uitging. “Er is weinig begrip voor mijn cliënt. Men zegt wel eens: iedere burger kan voor het hekje komen. Dat dacht ik zeker in deze zaak: mijn cliënt is een normale man, zeer afwijkend van de doorsnee delinquent, en toch stelt hij een verwoestende daad.”

Moszkowicz moet in zijn pleidooi twee hoge hobbels nemen. Over Vermillens eerste verklaring bij de politie - het plan 'Tinus te doden' - zegt hij: “Die verklaring geeft niet weer wat hij wilde zeggen. Bij de rechter-commissaris gaf hij een verklaring die zijn gemoedstoestand zuiverder uitdrukte: hij wilde een einde maken aan de tirannie van zijn schoonzoon door hem de wacht aan te zeggen.”

En dat derde schot? “Met dat schot heeft hij het slachtoffer niet gedood”, zegt Moszkowicz. “Holhoven was toen al dood, het was dus een schot op een lijk, en daarom is 'voorbedachte rade' hier niet van belang.”

“Maar voor de verdachte stond het die derde keer niet vast dat hij op een lijk schoot”, repliceert de officier. Hij gelooft ook dat de terreur van Holhoven wordt overdreven. Hij citeert de overlijdensadvertentie van Ella: “Lieve Tinus, ik zal je nooit vergeten. Ik mis je.”

Moszkowicz haalt zijn schouders op. “Uit mijn praktijk weet ik dat mensen elkaar kunnen slaan en toch van elkaar houden.”

“Ik had niet het vooropgezette plan te doden”, zegt Vermillen in zijn laatste woord.

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen jaar.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.