Maradona

Ik vrees, dat het bij menigeen als overdreven overkomt, als ik beweer dat ik nog steeds een zwak voor Maradona koester. Overdreven is dan nog zwakjes uitgedrukt: onjuist is een beter woord. Want zowat de hele sportwereld moet welhaast van oordeel zijn dat Diego Armando Maradona een boef is. Een regelrechte slechterik, die jarenlang veel deed wat King Soccer nadrukkelijk had verboden. En net als destijds de Braziliaan Garrincha viel ook Maradona in de herfst van zijn opzienbarende loopbaan ten offer aan drank en drugs, terwijl hij mijn geliefde Zuidamerikaanse collega's ooit uiterst onheus behandelde door een luchtdrukgeweer op hen te richten, toen zij beleefd om het 348ste interview hadden verzocht. Waar in vredesnaam komt het zwak voor dit intussen verouderde en al lichtelijk vergrijsde idool vandaan?

Wel, om te beginnen is Maradona nog steeds een fantastische voetballer. Een ieder die in de schoonheid van dit edele spel gelooft, herinnert zich zijn rush langs al die als kegels omvallende Engelse verdedigers in een wedstrijd op het wereldkampioenschap van 1986. Wie zo kan scoren verdient een standbeeld, een leuke jaarwedde en onze eeuwige dankbaarheid. Maar heb ik dan geen oog voor zijn wandaden? Geen oog voor zijn onmogelijke gedrag, zijn Hollywood-grillen, zijn groteske wispelturigheden? Precies als Romario, zijn Braziliaanse broer, weet de meest getalenteerde Argentijn aller tijden nauwelijks wat collegialiteit voorstelt. Wetten, voorschriften, bepalingen, afspraken, beloftes... Ze gelden voor hem niet. Dat is natuurlijk een bedenkelijke afwijking. Het enige excuus dat ik voor hem kan bedenken luidt dat 's mans omringende wereld het ook niet bepaald gemakkelijk voor hem heeft gemaakt om zorgvuldig met mensen en dingen om te gaan. Al zeer jong werd het idee er bij hem ingehamerd, dat hij zo verschrikkelijk goed was dat hij niet onderworpen was aan remmende bepalingen die voor gewone stervelingen wel gelden.

Er is nog een reden waarom ik hem het beste blijf toewensen. Natuurlijk werd hij terecht van het toneel in de Verenigde Staten verwijderd, toen onbetwistbaar werd vastgesteld dat hij gedrogeerd had gespeeld op het wereldkampioenschap. Maar denk eens terug aan die wedstrijd. Hoewel verouderd, matig getraind en bruut besprongen door de tegenpartij, liet hij toch weer staaltjes voetbal zien waarbij de onbevooroordeelde toeschouwers de tranen in de ogen sprongen. Doe je dat dankzij efedrine, of was hier simpelweg een groot talent bezig zich nog eens in de herfst van zijn carrière te manifesteren? Misschien kunt u het met me eens zijn dat hier het laatste het geval was.

Maar, zegt deze en gene, zag je dan niet hoe hij op de camera af rende met de wijd-opengesperde ogen van een gek? Zeker, het zag er griezelig uit. Maar ik herinner mij 1962, de Europese bekerfinale tussen Real Madrid en Benfica. Waarin een bloedjonge Portugees, Eusebio, een paar doelpunten maakte en met zijn ploeg met 5-3 won. In de gang naar de kleedkamer sprong Eusebio als een dwaas in de rondte, zodat ernstige, nuchtere Nederlanders het voorhoofd fronsten en voorzichtig het woord doping in de mond namen. Later namen zij dat overigens terug, toen van alle kanten benadrukt was dat het helemaal niet uitzonderlijk is voor een gewezen schelpenvisser uit Martinique om zich - op louter thee en vruchtensap - totaal te laten gaan van dolle vreugde. Onze voetballers storten zich wekelijks op elkaar wegens het armetierigste doelpunt dat zij hebben kunnen bedenken, dus mogen Maradona en Eusebio dan ook even uit hun bol gaan? Diego moet vijftien maanden brommen en is intussen hulptrainer bij Boca Juniors geworden. Een grote krant meldde, dat zijn spelerscarrière voorgoed voorbij is. Misschien. Hij is 35 als hij weer mag gaan spelen. Mocht hij 'clean' blijven, dan zie ik hem nog best terugkomen. Voor even. Alleen om de wereld nog eenmaal te laten zien hoe voetbal gespeeld moet worden.