Landmijnen

Er zit een vreemde tegenstrijdigheid in het pleidooi tegen landmijnen dat de kolonel der mariniers Homan in de krant van 24 augustus hield.

Aan de ene kant zet hij de verwoestende uitwerking van deze wapens op de levens van een groot deel van de wereldbevolking keurig uiteen. Aan de andere kant vindt hij een totaal verbod op het gebruik daarvan 'niet haalbaar'. In plaats daarvan zou men, naast een verbod op het conventionele type mijn, de meer geavanceerde types mijnen in dienst moeten nemen, met de mogelijkheid om zichzelf na een bepaalde tijd uit te schakelen. Deze uitzondering heeft twee gevolgen. Ten eerste betekent het dat deze high-tech mines overal mogen worden rondgestrooid, dus ook in door burgers bewoonde gebieden. De risico's worden echter nauwelijks gereduceerd. Rae MacGrath, directeur van de mijnopruimingsorganisatie Mines Advisory Group, heeft er in dit verband al op gewezen dat ook de uitschakelmechanismes van de landmijnen feilbaar zijn. Er zullen altijd een aantal mijnen toch in werking blijven, waardoor het risico voor de burgerbevolking niet substantieel verminderd wordt.

Ten tweede heeft het toestaan van geavanceerde mijnen een discriminerend effect: vooral de westerse industrielanden zullen ze ontwikkelen en gebruiken, de ontwikkelingslanden niet, of nauwelijks. Tegelijkertijd wordt hen de goedkope optie ontnomen.

Het lijkt me zaak de discussie zuiver te houden: de prijs die de wereldbevolking betaald voor het gebruik van landmijnen is te hoog. Zowel de eenvoudige als de geavanceerde moeten daarom worden verboden.