Lage opkomst smoort verzet tegen ruimere winkeltijden

LEIDEN, 20 SEPT. Het is tien voor acht, op een druilerige maandagavond, en in het zaaltje van het Leidse Anthonius Zalencentrum bereidt de FNV Dienstenbond het verzet voor tegen de voorgenomen liberalisering van de winkelsluitingstijden. Op de achtergrond wisselen leden van de afslankclub Weight Watchers ervaringen en handige tips uit. Het winkelpersoneel heeft geen oog voor ijdelheid: op de agenda staat vanavond een dreigende aanslag op hun privé-leven. Voor de bond vormt de winkelsluiting een speerpunt in zijn oppositie tegen het nieuwe kabinet. Even na acht uur gaat de bijeenkomst van start. Zeven mensen hebben de tocht naar Anthonius ondernomen.

De opkomst belooft weinig goeds voor de 'hete herfst' die de vakbond de afgelopen weken voorspelde als reactie op de kabinetsplannen om de openingstijden van winkels te verruimen. “Moet je het leven van 650.000 mensen vergallen voor die paar lui die 's avonds een vergeten boodschap willen doen?”, zei bestuurder L. Voormeulen eind augustus in FNV Magazine. Een in opdracht van de bond uitgevoerde consumentenenquête, waaruit blijkt dat driekwart van de ondervraagden graag meer tijd zouden willen hebben om te winkelen, bracht hem niet tot andere gedachten. “Wenselijkheid is zo betrekkelijk, iedereen wil ook wel mooi weer”, reageerde Voormeulen.

Voor de zeven toehoorders in Leiden steekt zijn collega-bestuurder G. van Hees zijn teleurstelling niet onder stoelen of banken. “De opkomst is niet goed. Dat valt ons best wel tegen”. De bestuurder, die deze maand met zijn collega's door het land trekt om de reacties van het winkelpersoneel te peilen, is inmiddels gewend geraakt aan lege zalen. “Wij zien de plannen van Paars als een flinke bedreiging, maar we slagen er blijkbaar niet in om dat gevoel over te brengen”, geeft Van Hees ruiterlijk toe. Volgens hem is het winkelpersoneel wel degelijk tegen een verruiming - “dat horen we iedere dag in de winkels” - maar denkt men dat het met die plannen niet zo'n vaart zal lopen. “Er heerst een gevoel van 'we zien het wel”', aldus Van Hees.

Nu het personeel niet te porren lijkt voor een massale opstand tegen de kabinetsplannen - die in het regeerakkoord ook nog niet concreet omschreven zijn - neigt de FNV Dienstenbond er steeds meer toe de plannen voor verzet te laten varen. In plaats daarvan wil de bond zo snel mogelijk met de werkgevers in de detailhandel praten om de verruiming van de openingstijden landelijk te regelen. “Op die manier hopen we de arbeidsvoorwaarden in ieder geval uniform te krijgen”, legt Van Hees uit.

Kaasboer Leo, als zelfstandig filiaalhouder ondergebracht bij de Konmar, is het er niet mee eens. Hij denkt dat een herhaling van 1990, toen het winkelpersoneel wèl langdurig actie voerde tegen de plannen om de winkels iedere dag een half uur langer open te houden, nog steeds mogelijk is. “Het leeft gewoon bij het personeel. Bij ons in de kantine is iedereen tegen”, roept hij. Maar als Van Hees hem vraagt waarom zijn collega's dan niet op de bijeenkomst zijn, moet hij het antwoord schuldig blijven, “geen idee”.

HEMA-verkoopster Nel, parttime in dienst, ziet de acties er niet meer van komen. “Natuurlijk ben ik tegen langere openingstijden”, antwoordt ze stellig op de vraag van de bondsbestuurder. “Maar ik denk dat het toch maar via de CAO geregeld moet worden.” Haar collega die bij drogisterij Etos (Ahold) werkt, ziet het allemaal niet meer zo zitten: “Ik geloof niet dat we het via de CAO beter kunnen krijgen. Er werken zoveel jonge mensen in de winkels, wat weten die nou van de CAO”. Ook als in de collectieve arbeidsvoorwaarden wordt opgenomen dat het personeel vrijwillig kan kiezen voor later werken - zoals in 1990 door de werkgevers werd voorgesteld - denkt zij dat zeker in kleine winkels de werknemers hiertoe toch gedwongen worden.

Voordat bondsbestuurder Van Hees een uur later de vergadering sluit, maakt hij de inventaris op. Verzet lijkt niet haalbaar, maar dan moeten er met de werkgevers wel afspraken kunnen worden gemaakt over zaken als vrijwilligheid, de etensvergoeding, de compensatie voor de late uren (in de vorm van geld of vrije tijd op andere uren) en de veiligheid van het personeel dat 's avonds moet werken.