'Hoogheemraadschap reageerde te laat'

ROTTERDAM, 20 SEPT. Drie factoren kunnen als verklaring voor de wateroverlast in Noord-Holland worden aangevoerd. Het heeft uitzonderlijk zwaar geregend, de wind stond lange tijd in een ongunstige hoek en bovendien stond het Markermeer nog op zomerpeil.

Dat is de analyse van het 'hoogheemraadschap van uitwaterende sluizen van Hollands Noorderkwartier' in Edam. Het schap is verantwoordelijk voor het het waterpeil in het boezemwater waarop de afzonderlijke polders van Noord-Holland hun water pompen. De verantwoordelijkheid van 'Uitwaterende sluizen' strekt zich uit tot heel Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal. In dat gebied zijn ook vijf waterschappen actief die weer verantwoordelijk zijn voor het waterpeil in hun polders. Vier van de vijf waterschappen pompen het regen- en kwelwater uit hun polders in ringvaarten die in verbinding staan met de boezem van het hoogheemraadschap. Het waterschap West-Friesland loost bijna al zijn water direct op IJsselmeer en Markermeer.

Voor het beheer van het peil in de boezemwateren kan het hoogheemraadschap zowel spuien als malen. Spuien via spuisluizen bij Den Helder, Schardam, Edam en Monnikendam. Malen door het elektrisch gemaal van Zaandam en het indrukwekkende dieselgemaal 'de Helsdeur' bij Den Helder. Een handicap was dat een van de vier pompen van de Helsdeur de afgelopen week, tot zondagavond, buiten werking was.

Dat het de laatste drie weken extreem regende staat volgens bureau Meteo Consult in Wageningen vast. Computerbewerkingen van de neerslaggegevens van 28 grondstations geven aan dat tussen 1 en 19 september in een groot deel van Noord-Holland èn het IJsselmeer in totaal meer dan 160 millimeter regen is gevallen. Het gemiddelde voor de hele maand september ligt voor Nederland ongeveer tussen 60 en 80 millimeter. Van belang is dat juist boven Noord-Holland extreem veel water viel, lokaal is volgens Meteo Consult meer dan 260 millimeter gemeten.

Voor en tijdens het weekend stond de wind daarbij in een ongunstige noordelijk hoek. Die veroorzaakte in de Waddenzee bij Den Helder een forse 'opzet' waardoor de laagwaterstanden bij Den Helder tamelijk hoog uitvielen. Volgens de Dienst Getijdewateren van Rijkswaterstaat was de opzet op vrijdag 16 september ruim een meter en op zaterdag nog een halve meter. Pas zondagmidag liep hij terug tot ongeveer 10 centimter. De hoge laagwaterstanden beperkten de mogelijkheid tot spuien bij Den Helder waaraan juist, door de defecte pomp, zo'n grote behoefte was.

Maar ook het spuien op het Markermeer bij Schardam, Edam en Monnnikendam ging maar mondjesmaat. Markermeer en IJsselmeer werden in principe nog gehouden op hun zomerpeil, dat 20 centimter hoger is dan het winterpeil, maar het Markermeer bleek in werkelijkheid nog 15 centimeter hoger te staan, het IJsselmeer zelfs 25 centimeter hoger. Dit ondanks het feit dat Rijkswaterstaat, tegen de richtlijnen in, al vanaf begin vorige week op grond van de ongunstige weersverwachting, probeerde het peil van de meren te verlagen. (Volgens het wettelijke 'Peilbesluit van IJsselmeer en Markermeer' uit 1992 wordt pas, afhankelijk van het weer, tussen 20 september en 15 oktober overgegaan op het lagere winterpeil.) De pogingen het peil van de meren te verlagen werden tegengewerkt door de extreme regenval die ook op IJsselmeer en Markermeer terecht kwam en door de genoemde 'opzet' bij de Afsluitdijk die de mogelijkheid tot spuien beperkte. Overigens reageren de meren traag op beheersmaatregelen, de overgang van zomer- naar winterpeil duurt minimaal twee weken.

Essentieel is dat Rijkswaterstaat anticipeerde op ongunstig weer. Het hoogheemraadschap deed dat niet. “Het hoogheemraadschap had al begin vorige week het peil van de boezemwateren kunnen verlagen zodat de opslagcapaciteit daarvan voldoende vergroot zou zijn”, meent tuinbouwondernemer J. W. van Breugel in Heerhugowaard. Hij spreekt van “mismanagement” bij het schap en zal het aansprakelijk stellen voor zijn schade.

Desgevraagd erkent het hoogheemraadschap dat het geen maatregelen vooraf heeft genomen. “We hebben twee meetpunten in ons boezemstelsel, een bij Spijkerboor en een bij Rustenburg. Pas als daar een bepaald waterpeil wordt overschreden gaan de verschillende gemalen automatisch pompen. Anticiperen op slecht weer brengt ons in conflict met de scheepvaart die weer zijn eigen wensen heeft. Gewoonlijk is de opslagcapaciteit van ons boezemstelsel ruim voldoende, er is in de verschillende vaarten zo'n halve meter speling.”

Ook het verwijt dat het hoogheemraadschap geen extra pompcapaciteit bij Den Helder installeerde wordt in Edam verworpen. De capaciteit van het gemaal bij Den Helder is zo gigantisch, dat losse pompen daar waarschinlij niet veel aan hadden kunnen toevoegen. “Maar in theorie bestaat de mogelijkheid. Toen het dieselgemaal 'De waakzaamheid' bij Kolhorn een tijd buiten gebruik was hebben we daar een noodpomp geïnstalleerd.”