'Het resultaat is nul komma niks'

Voorzitter Westerlaken van de christelijke vakcentrale CNV meent dat economische groei niet tot stijging van de welvaart hoeft te leiden. 'Het wordt tijd dat we over de gevolgen van groei nadenken.'

Het is het kabinet van de paradoxen, vindt CNV-voorzitter A.A. Westerlaken. Paradoxaal is volgens hem bijvoorbeeld de aangekondigde aanval op de (langdurige) werkloosheid en het schamele resultaat daarvan dat voor 1995 wordt voorzien. Al even paradoxaal noemt hij het appel dat het kabinet op de samenleving doet om terwille van de werkgelegenheid de lonen gematigd te houden, terwijl het zelf het mes zet in volksverzekeringen als de AOW en de AWW, en in de kinderbijslag.

De voorzitter van de christelijke vakcentrale vindt dat het sociaal-liberale kabinet ook niet mag tornen aan het niveau van de ontwikkelingssamenwerking nu juist de economische groei in de Westerse samenleving weer aantrekt. En dichter bij huis ontdekte hij nog een merkwaardige tegenstelling: “Het kabinet wil de werkloosheid bestrijden. Tegelijkertijd snijdt het 400 miljoen gulden uit het budget voor de arbeidsvoorziening.”

Westerlaken keerde zondagavond terug van een bezoek aan Rome, waar de Italiaanse zusterorganisatie van het CNV een meerdaagse conferentie had georganiseerd over thema's die hem na aan het hart liggen: milieu en werkgelegenheid, milieu en internationale handel, kortom: ecologie versus economie.

Tussen de bedrijven door raadpleegde hij de kabinetsstukken over de rijksbegroting, die hem per fax bereikten. Zo trof hij in de Sociale Nota een passage die aansloot op wat de congresgangers in Rome bezighield: de vraag of economische groei en welvaartsstijging per definitie hand in hand moeten gaan. Gemeten volgens de klassieke maatstaven is de Nederlandse welvaart de afgelopen decennia achtergebleven bij de ontwikkeling in de omringende landen. In plaats van een inkomensvooruitgang die gelijke tred hield met de economische groei, kreeg de Nederlandse werknemer steeds meer vrije tijd. En vrije tijd, vindt het kabinet, is ook welvaart.

“Dat raakt de kern van het debat”, zegt Westerlaken, op een zeldzaam moment dat bij hem enig enthousiasme over de kabinetsvoornemens merkbaar is. “We hebben een stelsel gemaakt met als predominatie: groei, met ecologische problemen tot gevolg en een grote groep mensen die aan de zijkant is gezet. Op grote schaal is menselijke energie vervangen door fossiele energie. We hebben nu een verzorgingsstaat die op zijn grondvesten staat te schudden. We houden een discussie nodig over ecologische houdbaarheid en over de kwaliteit van de samenleving. Amerikaanse en Engelse onderzoekers hebben daarover berekeningen gemaakt en daarbij het kwaliteitsverlies als gevolg van ecologische schade betrokken. Hun conclusie was dat we in die termen van kwaliteit weer op het niveau van 1957 zitten.

“Zo'n discussie is het CNV uit het hart gegrepen. Een debat over kwaliteit en kwantiteit. Dus ook over de vraag of meer vrije tijd niet hoger scoort dan weer een stijging op de internationale inkomensladder. Je hebt weerwerk nodig in discussies met economen die pleiten voor een loongolf van zes, zeven procent onder het motto: dan blijven de echte sterke jongens en meisjes over. Dat zijn voorbeelden van groeidenken, die echt ellende opleveren. Het wordt tijd dat we over de gevolgen van groei nadenken. Er is wel eens hardop over nagedacht, maar we zijn in Nederland matig in het afmaken van discussies. Dus het is aardig dat dit kabinet met liberalen toch over het dogma van de deregulering en de werking van de vrije markt heenreikt.”

Ook daarom deelt Westerlaken de stelling van het kabinet dat de loonmatiging goed is geweest en voortzetting verdient. Maar tegelijk heeft het advies van de Raad van State over de rijksbegroting hem aangesproken. “Daarin lees je ook: het kabinet schept een paradox. Er worden ongelooflijke ingrepen gedaan, er wordt voor 18 miljard omgebogen en desondanks levert dat nauwelijks werk op. Het resultaat is eigenlijk nul komma niks. Er ontstaat wel winstgroei, de export stijgt geweldig, de arbeidsinkomensquote als kostenfactor daalt fors. Als de werkgevers dan niet erin slagen dat beschikbare geld om te zetten in werk en werkgelegenheid, dan kun je het wel schudden met de bereidheid tot loonmatiging.

“Dus of de één procent loonsverhoging, waarvan het kabinet uitgaat, reëel is, hangt af van de vraag of we erin slagen meer werk te scheppen. Het kabinet levert zich over aan datgene wat werkgevers en werknemers met elkaar gaan doen. Het gevaar van een duale samenleving is groot, gelukkig zien ook steeds meer ondernemers dat in. De lastenverlichting richting bedrijven is niet nodig om die bedrijven overeind te houden. Dus als dat dan geen werk oplevert, moet je je serieus afvragen of de gekozen middelen wel effectief zijn. Het kabinet snijdt heel fors in de collectieve sector, inclusief het verlies aan werkgelegenheid dat dat veroorzaakt en zegt tegen de samenleving: wij hebben een ander vloertje gelegd, de rest is aan jullie. Wij, de sociale partners, krijgen de zegen mee. Je merkt wel dat ik net uit Rome kom.”

Wat het kabinet in de richting van de sociale partners doet, blijft overigens niet beperkt tot armgebaren. Het wenst centraal overleg te voeren om met werkgevers en werknemers een 'sociale norm' af te spreken die moet leiden tot terugdringing van het aantal langdurig werklozen. De norm is in de kabinetsstukken niet gekwantificeerd, maar premier Kok heeft eerder een vermindering van één procent als nastrevenswaardig doel opgevoerd. Van Westerlaken mag hij. “Ik wil er graag over meedenken, maar ik ga er geen centrale afspraken over maken, dat is echt achterhaald.”

“Die één procent vergt trouwens al een heel forse inspanning. Maak je daar twee, vier of vijf procent van, dan weet je al bij voorbaat dat je uitgelachen wordt. Maar ik zet wel vraagtekens bij de 40.000 nieuwe banen die het kabinet zelf zegt te willen scheppen. Het kabinet definieert terecht een aantal vacante gebieden: het milieu, de bejaardenzorg, de thuiszorg. Maar dat horen in die sectoren gewoon reguliere, inhoudelijke banen te zijn. Nu noemt het kabinet dat additionele arbeid. Het zijn gewoon de banen die je eerder als overheid hebt weggesaneerd. Op die manier zijn die 40.000 banen geen uitdagend voorbeeld voor ons. Het kan toch niet zo zijn dat de veiligheid en de zorg alleen bestaan bij de gratie van de aanwezigheid van langdurig werklozen.”

Onder voorwaarden kan de CNV-voorzitter het billijken dat er straks werknemers zijn die tijdelijk minder dan het wettelijk minimumloon verdienen. Het kabinet wil een dispensatieregeling om zo bepaalde groepen eerder een kans op werk te geven. “Je praat over de nieuwkomers voor wie je wilt voorkomen dat ze bij het binnenkomen meteen de overstap naar de samenleving missen. Maar in die fase dat voor hen dispensatie van het minimumloon wordt gegeven, moet er ook iets aan scholing, aan huisvesting voor die groepen worden gedaan. Zodat je die mensen een pakket biedt: geen reguliere beloning, maar dan wel iets anders. Daarover wil ik hardop nadenken.”

Het is volgens Westerlaken in elk geval een effectievere maatregel dan het niet meer algemeen verbindend verklaren van de laagste CAO-loonschalen, zoals het kabinet ter flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft voorgesteld, om te bereiken dat er meer werk op het niveau van het minimumloon komt. “Dat is typisch zo'n maatregel waarvan je denkt: Den Haag vraagt erom voor de gek te worden gehouden. Dan maken we toch 25 loonschalen vanaf het minimumloon, met twee kwartjes per loonschaal erbij. Dan kunnen ze bij Sociale Zaken straks zeggen: kijk eens hoeveel lage loonschalen erbij zijn gekomen! Het beroerde is alleen dat daardoor geen enkele extra arbeidsplaats ontstaat.”

Als speler op het maatschappelijk middenveld beziet Westerlaken de ingrepen in de sociale zekerheid met gemengde gevoelens. Dat de Ziektewet en de WAO (gedeeltelijk) worden geprivatiseerd, sluit aan bij de al langer bestaande CNV-notie dat deze werknemersverzekeringen maar beter aan de sociale partners kunnen worden overgelaten. Zorgen baren hem vooral de ingrepen in de volksverzekeringen. “Je kunt als AOW'er blijkbaar beter geen jongere partner hebben. Je kunt beter niet te veel kinderen nemen, want er wordt enorm gesneden in de kinderbijslag. Het kabinet neemt forse risico's, want werknemers zullen de neiging hebben zulke maatregelen via de CAO's te compenseren.”

Desondanks ziet de CNV-voorzitter geen markante ommezwaai, nu de christen-democraten voor het eerst sinds 1918 niet meer meeregeren. “In de voorstellen merk ik niet echt iets van nieuw beleid. Ik geloof ook niet dat de politiek grote sprongen kan maken. Dit is de negende begroting die ik als vakbondsman volg. Er zit een hoge mate van continuïteit in. De politiek roept zo wel het gevaar van cynisme over zich af. We worden als kiezers het hokje ingejaagd met de schijn van een keuze voor een breukvlak. Maar ook onder dit kabinet gaat de revolutie niet door. Nee. Hoera.”