Het Kasteel vestigt hoop op trefzekere Zeeuwse spits

ROTTERDAM, 20 SEPT. Op 'Spartanello', het trainingscomplex van Sparta, heerste gisteren een ontspannen sfeer. In het fletse zonlicht dollen uitgelaten voetballers. Trainer Han Berger kijkt geamuseerd toe. Van een serieuze training is nauwelijks sprake. De Rotterdammers bungelen na drie speelronden met slechts één schamel punt onderaan in de eredivisie. Morgen wacht de confrontatie in eigen huis met het nog ongeslagen PSV. Geen Spartaan die zich vooralsnog enige kopzorgen wenst te maken.

Daags na de knullige remise tegen RKC (2-2) waarin de Waalwijkers via een toevalstreffer van Marco Boogers op gelijke hoogte kwamen, toont Dennis de Nooijer zich een ware spits. “Tuurlijk heb ik even gebaald toen we een 2-0 voorsprong op het nippertje alsnog uit handen gaven. Maar als ik twee keer scoor, maakt dat een hoop goed”, glundert de trefzekere aanvaller, die sinds afgelopen weekeinde met vier doelpunten topscorer van de eredivisie is.

Van de vijf goals die Sparta dit prille seizoen maakte, kwamen er vier van de voet van De Nooijer. Zowel tegen FC Twente als tegen RKC trof de 25-jarige Zeeuw twee maal doel. Alleen in de derby met stadgenoot Feyenoord stond hij 'droog'. Daarmee heeft de beweeglijke spits al een derde van zijn produktie van het vorig seizoen gehaald. “Het gaat inderdaad wel lekker”, constateert hij droogjes.

Dat moet ook wel, weet De Nooijer. Sparta's hoop is dit jaar voor een belangrijk deel op hem gevestigd. “Vorig jaar schopte ik er twaalf in. Dit seizoen verwachten de supporters en de club er minimaal evenveel.” Van enige druk op zijn schouders wil de goedlachse Zeeuw echter niet weten. “Daarvoor ben ik te nuchter.” In aanvallend opzicht is de strijdwijze van de bespelers van Het Kasteel grotendeels op hem afgestemd. Een vervanger voor de veelscorende spits heeft coach Berger niet voorhanden. “Die luxe kan Sparta zich niet permitteren”, zegt de Utrechtse oefenmeester.

De Nooijer geldt als een exponent van het uitgekiende scoutingssysteem van Sparta. 'Verkenners' Verbeek en Sonneveld ontdekten het talent acht jaar geleden samen met tweelingbroer Gérard bij de Zeeuwse voetbalvereniging Oost-Souburg, de club waar ook Ajax-aanvoerder Danny Blind zijn carrière ooit begon. Trapsgewijs doorliep het tweeëiige duo zij aan zij alle jeugdelftallen van de Sparta-school, tot aan het eerste toe.

De recente scoringsdrift van zijn broer verbaast vleugelverdediger Gérard geenszins. “Het zat er altijd al wel in, het heeft alleen even op zich laten wachten”, aldus de linksback, die zich qua uiterlijk onderscheidt door “het langere haar en de oorring”. Ook de spits zelf, die nooit uitkwam voor een vertegenwoordigend elftal, erkent met zijn 25 jaar een 'laatbloeier' te zijn. “Dennis' probleem is lange tijd het scoren geweest. Momenteel is hij druk doende daar verandering in aan te brengen”, oordeelt Berger, die de aanvaller omschrijft als “balvast en altijd aanspeelbaar”. De Nooijer zelf: “Bij Sparta krijg je niet zoveel scoringsmogelijkheden. De enkele kans die je krijgt, moet er in. Eindelijk lukt dat.”

Toch meent de spits nog niet aan het plafond van zijn kunnen te zitten: “Ik kan beter.” Afgelopen zomer toonde FC Utrecht al serieuze interesse. Tot een overstap naar de Domstad kwam het niet omdat Utrecht terugschrok van de transfersom van om en nabij de 1,2 miljoen gulden. “Maar zodra zich een kapitaalkrachtige club meldt, is het gebeurd. Dat hebben we met de transfer van Winston Bogarde naar Ajax wel gezien”, meent Berger.

Van een eventueel tussentijds vertrek wil De Nooijer voorlopig niets weten. “Twee slechte wedstrijden en alles is vergeten.” Maar dat het er ooit van komt, daar twijfelt hij niet aan. Dat de wegen van de voetbalbroers zich dan zullen scheiden, nemen beiden voor lief. “Het is onafwendbaar”, zegt Gérard.

Vooralsnog is de aanvaller tevreden. Kort na de Utrechtse belangstelling bood Sparta hem een sterk verbeterde, tweejarige verbintenis aan waarop De Nooijer gretig inging. “Ik ben er financieel op vooruitgegaan. Bovendien heb ik het goed naar m'n zin bij Sparta. En zeg nou zelf: is Utrecht nou echt een sportieve verbetering?”

Naar de wedstrijd tegen PSV kijkt De Nooijer uit. Ja, het defensieve geschutter van de Eindhovenaren vorige week in de Europa-Cupontmoeting met Leverkusen heeft hij gezien. De spits verwacht morgen oog in oog te zullen staan met de onervaren Jürgen Dirkx. “Ik ken hem niet. Hij had tegen Leverkusen in Kirsten een goede tegenstander. Die heeft hij morgen ook”, grijnst De Nooijer.