Het Europa van De Gaulle

Op de opiniepagina van 8 september analyseert Ronald Havenaar op heldere en doortastende wijze de Frans-Duitse betrekkingen sinds het einde van de Koude Oorlog en de implicaties hiervan voor de positie van het herenigde Duitsland in Europa.

Het heil dat hij verwacht van de plannen voor de vorming van een 'kernunie' valt weliswaar te betwisten, maar Havenaars motivering is uitgebreid en bijzonder nauwkeurig. Des te meer bevreemdt het mij, dat hij in zijn conclusie het huidige (kernunie-)plan vereenzelvigt met De Gaulle's Europe des patries. Havenaar lijkt hier uit het oog te verliezen, dat het Duitse plan er in de eerste plaats op gericht is het bijzondere, supra-nationale, karakter van de Europese Unie veilig te stellen en zelfs te bevorderen, desnoods ten koste van de omvang van die Unie, terwijl De Gaulle's visioenen van een Europe de l'Atlantique jusqu'à l'Oural juist stoelden op een pertinent verzet tegen datzelfde supra-nationale karakter. Alleen met volledige inachtneming van de nationale soevereiniteit zou er sprake kunnen zijn van een Europe des patries. Als er dus al gezocht moet worden naar een moderne De Gaulle, dan kunnen we deze mijns inziens eerder ontwaren in de persoon van John Major, in zijn fel gekante kritiek op het CDU-plan.