'Gemotiveerd' CDA-gezelschap bijeen

Op 8 maart 1995 zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten. In Brabant is het CDA, dat tijdens de jongste Kamerverkiezingen in die provincie 38 procent van de stemmen verloor, al op verkiezingspad.

DE MOER, 20 SEPT. Ruraal is het lokaal 't Maoske in het gehucht De Moer (gemeente Loon op Zand) genoeg. Aan de muur hangen paardenhoofdstellen, ploegen, wafelijzers en imitatie-petroleumlampen. Maar de opkomst tijdens een van de vier manifestaties die de afdeling Brabant onder het motto het CDA luistert en activeert deze weken organiseert om dichter aan te kruipen tegen “de basis” was gisteren allerminst massaal en zeker niet agrarisch: het groene front liet verstek gaan. Een handvol partijbonzen, drie Kamerleden, een paar leden van Provinciale Staten.

De eveneens in het etablissement georganiseerde bingo-avond trok beduidend meer bezoekers. De posters hingen er enigszins gekruld bij. En er was een aanwezige die luisterde naar de naam Jan in 't Groen en die had nog een groen colbertje aan ook.

Bij de partij, die tijdens de jongste Kamerverkiezingen in een van haar bolwerken - Noord-Brabant - 38 procent van de stemmen verloor, is de kinderhand tegenwoordig gauw gevuld. Een van de Kamerleden, de oud-minister van justitie E. Hirsch Ballin, had geconstateerd dat er relatief veel vrouwen (9) onder de 35 aanwezigen waren en, zo vond hij, “ook in die zin is een klein en gemotiveerd gezelschap een stimulans voor de toekomst.”

Wat de “basis” betreft, zo zei een van de plaatselijke vertegenwoordigers, was 't in deze benarde tijden slecht gesteld. Beter nog: “Daar is het klote. Bestuurders die in grote verwarring zijn, een dodelijk wantrouwen ten opzichte van elkaar, burgers in opstand, redeloze en agressieve agrariërs.” Kortom, “het is tijd voor een revival van het zwaar geschokte vertrouwen.”

Men keuvelde wat over de AOW, over een juiste balans tussen stad en platteland, over de vraag waarom Aantjes, “de oud-SS-er in godsnaam” was toegelaten tot het bestuur van de partij en men beleed dat “Brabant Brabant moet blijven.”

De metaforen vlogen door de zaal en niet slechts die van het rentmeesterschap. Kamerlid G. Leers was zondag op een tweedehandsmarkt in zijn woonplaats geweest. Daar had hij een doos vol met prentenboeken over de katholieke leer zien liggen, die echter niemand had gekocht; hijzelf overigens ook niet. “Hoe zit het met onze doos met CDA-idealen? Ook daar brengen de mensen geen bod meer op uit.” Maar bij het verlaten van de markt had hij een in de streek bekende pater ontmoet die hem had toegevoegd: “Kom op, Gert, de neus in de wind en geloof houden” en dat had hem moed gegeven. “We moeten het hier bij de mensen verdienen, niet in Den Haag of Den Bosch. Dan zal er weer een stukje betrokkenheid gaan ontstaan”, aldus Leers. Hij had drie uitgangspunten: “Wees betrouwbaar, zorgzaam en vernieuwend voor de mensen” en aan het einde van zijn verhaal liet hij een advertentie zien uit een dagblad met daarop afgebeeld een bulldog en de tekst: “We zijn een beetje op de goede weg”.

Lijstrekker P. van Geel van het CDA tijdens de komende Statenverkiezingen zei dat de gemeentetelijke herindeling, die de gemoederen in Brabant hevig heeft verhit, verkeerd is aangepakt. “Ik ben het eens met burgemeester Brokx van Tilburg dat we het in einem Guss hadden moeten doen, maar die trein is nu niet meer te keren. Dit soort zaken vereist wettelijk grote zorgvuldigheid en daarmee helaas ook tijd.”

Hirsch Ballin had het over “de pijnbank en de tegenslagen”. Hij zei dat het CDA “een partij van deze tijd” moest worden “met het antwoord van de vragen van deze tijd.” Hij noemde zeven punten waarmee het CDA zich moest profileren om “het eigen karakter te laten zien”. Daaronder de bestrijding van de voortwoekerende criminaliteit: “De criminelen zijn de vijanden onder ons. Laat ons”, zo riep hij het gezelschapje op, “niet alleen staan nu wij de oppositie voeren”.