Gammele debutanten

Optima 43. Veen, 95 blz. ƒ 12,50

Over sterke beginzinnen gesproken: “Wij zijn geboren op bevrijdingsdag in een verwoeste stadswijk.” Naomi Helle zet hiermee haar verhaal 'De Magneet' in, een pregnante verbeelding van het zo vaak vergeefse wachten op de trein met overlevenden uit de concentratiekampen. Helle weet hoe betrekkelijk veiligheid is, hoe wij ons niet bewust zijn van gevaren die dreigen - “Onder het plaveisel strekt zich een meander uit van tunnels, twee-, drie-, viersprongen, een angstig filigrein van water, een glimmend zwarte onderwereld waarboven mensen lopen over dunne vlonders van stoeptegels, van links naar rechts, van rechts naar links, roekeloos.”

Jan Heemstra schreef in onorthodoxe, postmoderne vorm een verrassend vermoeiend essay over levensechtheid in de kunst en Velazquez' schilderij Las Meninas - “Alle problemen rond het ontstaan van de Meninas worden in één klap opgelost als Filips IV de schilder is.”

“Sluit een recensent op in een kamer. Zet hem op het rantsoen van de ruim driehonderd romans, essays en verhalenbundels die tegenwoordig in een jaar tijd in het Nederlands taalgebied uitgebracht worden, en zelfs de zonnigste pennevoerder krijgt vreemde vlekken, kwade krampen en griezelige giechels.” Volkskrant-recensent Arjan Peters klaagt in Optima over de reusachtige overproduktie aan als literatuur gekwalificeerde boeken. Vooral de gretigheid waarmee uitgevers debutanten zo snel mogelijk de markt op smijten hekelt Peters, en hij heeft gelijk. Het leidt tot boekenplanken vol onvoldragen en onbeholpen proza (van Van Erkelens, Moens, Landvreugd, Laurier, Spoor - zijn lijstje is verre van volledig); maar zelfs een 'evident talent' als Arnon Grunberg krijgt van zijn eindredacteuren niet die kritische begeleiding die hij zou mogen verwachten, waardoor 'kromme, onduidelijke en apert foutieve zinnen' doodleuk blijven staan in een verder veelbelovende debuutroman. Peters' pijlen zijn vooral gericht op jonge debutanten - een onnodige beperking.

Veel kans op publikatie en aandacht maken in elk geval, en dat is niets nieuws, jonge auteurs die flink veel seks in hun werk stoppen. Nanne Tepper (leeftijd onbekend) komt met zijn seksrijke 'Water' daarom dadelijk in aanmerking voor verwennerij van een uitgever, ondanks de gammele zinnen hier en daar - “Ze schoof voorzichtig van zijn spies en kwakte haar kont opnieuw in zijn schoot. Het was alsof ze scheurde, maar bloeden deed ze niet meer. Een veeg van zijn hand over haar puilende geslacht. Zijn vingers direct daarna in zijn mond begraven. Ze zoog. Ze was zo lenig dat ze zichzelf kon likken.”

Meer seks - Vlaamse, moedeloze - bij J.M.H.Berckmans; verder proza en poëzie van Atte Jongstra, alias Arno Breekveld, die met ingang van dit nummer afscheid neemt als Optima-redacteur.