Een begripvolle samenleving, maar niet voor illegalen; 'Nu wandel ik rond in mijn eigen nachtmerrie'

Het leven van een illegaal, hoe ziet dat eruit? Hoe kon het gebeuren, wie is het overkomen, hoe moet het verder? Een serie portretten van mensen die, om heel verschillende redenen, zonder geldige papieren in Nederland wonen.

Maria (40) groeide op in het Roemenië van Ceausescu waar ze werkte als ontwerpster. Op zoek naar de vrijheid waarvan ze haar hele leven had gedroomd, besloot ze vlak na de revolutie van december 1989 naar Nederland te komen.

In Roemenië hadden we het niet over West-Duitsland of West-Europa. We zeiden 'eruit', en dat betekende: overal, maar niet hier. Het was een gevangenis zo groot als een land. Je werd altijd in de gaten gehouden. Je wist nooit tegen wie je kon praten, niet op je werk, niet door de telefoon. Ik ben geboren en opgegroeid in een situatie waarin je niks mocht zeggen, niks mocht zien en geen fouten kon maken. Natuurlijk is er nu de revolutie geweest, maar na meer dan veertig jaar communisme kun je niet zomaar van de ene op de andere dag veranderen. Het gaat in je manier van denken zitten. Zelfs nu ik in Nederland ben, kan ik niet zomaar mijn angst wegschuiven en vertrouwen hebben.

Ik ben vier jaar geleden naar Nederland gekomen. Pas na anderhalf jaar werd ik verhoord. Toen was er net een enorme stroom vluchtelingen uit Roemenië op gang gekomen. Voor ons, mensen uit het oosten, is het onmogelijk om hier geaccepteerd te worden. Hier zeggen ze: 'In Roemenië is toch een revolutie geweest, alles is daar goed nu, we begrijpen niet wat je hier komt doen'.

Hoe kunnen ze zeggen dat ik geen recht heb om hier te zijn? Is het mijn fout dat ik Roemeense ben, dat ik droomde van vrijheid? Je kunt er natuurlijk ook op wachten tot de revolutie dingen verandert. Maar hoelang kun je wachten? Hoeveel tijd heb je? Ik ben nu 40, ik kijk naar de andere kant van mijn leven. Uiteindelijk heb ik ook een plek nodig.

En hoe kunnen ze denken dat de problemen daar zijn opgelost? De meeste mensen die tijdens het communisme veel invloed hadden, hebben nog steeds dezelfde functies. Zij waren ook de enigen die geld hadden en nu is geld het machtsmiddel. Je bent afhankelijk van de mensen die fout waren. Misschien niet allemaal, ik weet niet wie van hen werkelijk geloofden in het communisme. Ik geloofde er zelf in, tenminste in het begin. Het is de mooiste manier waarop mensen samen zouden kunnen leven. Maar het is niet reëel, het is niet voor nu. Niemand is er klaar voor om te zeggen, wat van mij is, is ook van jou. Iedereen vecht voor zichzelf. Zo was het ook vóór de revolutie. Als je je zorgen moet maken of je morgen wel te eten hebt, veranderen de menselijke relaties. Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe mensen vochten om een stuk brood of vlees, dan maakt het niet meer uit of jij mijn broer bent, dan ben je bereid er voor te vechten.

Het systeem in Nederland is een van de beste in de wereld. Het is een compromis tussen kapitalisme en humanisme. Het is een begripvolle samenleving, maar niet voor ons. Het was een hele ervaring om een kop koffie te drinken met een politieagent die naar je glimlacht, maar met dezelfde glimlach vertelt hij je dat je het land binnen 24 uur moet verlaten.

Na mijn afwijzing heb ik een verblijfsvergunning voor Canada aangevraagd. In eerste instantie zeiden ze ja. Ze hebben daar een ander immigratiesysteem. Ze wilden me vanwege mijn werkervaring. In Nederland hebben ze daar nooit naar gevraagd, ze wilden alleen weten of iemand mij zou vermoorden als ik terug zou gaan naar Roemenië. Ik zei dat ik dat niet wist, dat weet je nooit, maar als je dat niet kan bewijzen, dan kan je het hier wel vergeten.

Om Canada binnen te komen moest ik aantonen dat ik genoeg geld had om de eerste maanden van te leven. Ik moest dat geld naar Canada sturen, waar een vriend van mij het op zijn rekening zette. Toen zeiden ze dat ik niet kon bewijzen dat het van mij was. Tegen de tijd dat het in orde was, hadden ze mijn dossier gesloten. Toen is de hele procedure opnieuw begonnen. Dat duurt waarschijnlijk weer een jaar en ik weet niet of ik nog een kans maak. Nu moet ik het opnieuw opnemen tegen een systeem, een land, en vanuit mijn positie is dat niet zo makkelijk.

Ik heb nu contact met Nederlandse families die me heel erg hebben geholpen. Ik help hen ook, zo voel ik me toch nuttig. Ik ga nooit alleen naar buiten toe. Soms neemt de familie mij mee ergens naar toe, maar alleen dan voel ik me veilig. Ik neem geen enkel risico, ik ben illegaal, ik moet me verstoppen. Alleen al door hier te bestaan overtreed ik de wet. Ik wil niet in een situatie komen waarin de politie om mijn papieren vraagt, want die heb ik niet. Als ze me pakken, word ik gearresteerd en gehandboeid teruggestuurd, als een crimineel. Ik weet niet of ik dat, na al die jaren, nog kan verdragen. Als ik terugga, dan geef ik er de voorkeur aan om uit vrije wil terug te gaan.

Ik kan niet uitleggen hoe moeilijk het is om normaal te blijven. Ik word 's nachts wakker en dan denk ik: Waar ben ik? Waarom ben ik hier? Waar kan ik naar toe? Ik heb ook hele slechte momenten gehad. Bijvoorbeeld toen mijn vader overleed en ik niet naar Roemenië kon om bij mijn familie te zijn. Dan vraag je je af waarvoor je het eigenlijk allemaal doet. Ik droomde van vrijheid. Er is een vrijheid die binnen in je zit, daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Maar je hebt ook vrijheid van buitenaf nodig, want als je door een systeem afhankelijk wordt gemaakt, ben je nooit volledig vrij.

Nu wandel ik rond in mijn eigen droom, maar het is een nachtmerrie geworden. Ik kan nog steeds niet zeggen dat ik vrij ben, ik kan het niet bereiken. Ik word tegengehouden. Ik kan niet blijven en ik kan niet verder. Ik mis ook mijn familie. Ik mis mijn land. De grond waar je geboren bent, daarmee blijf je altijd verbonden. Natuurlijk kun je ook ergens anders gaan wonen, maar je zult altijd iets missen. Ik ben de grond onder mijn voeten verloren. Ik zweef ergens in de lucht.