Economische zaken

G.J. Wijers, 3,6 miljard, 4.926 ambtenaren

De begroting voor 1995 van het ministerie van economische zaken bevat weinig beleidswijzigingen. De korte periode tussen de afronding van de formatie van het kabinet-Kok en Prinsjesdag was volgens de verantwoordelijke bewindslieden “te kort om maatregelen die uit het regeerakkoord voortvloeien reeds concreet te verwerken in de ontwerp-begroting”.

Dit betekent dat het grootste deel van de uitgavenbeperkende maatregelen, waartoe het ministerie zich door het regeerakkoord genoopt ziet, voorlopig “geparkeerd” is. Zo wordt de beperking van energiesubsidies en andere subsidies met 300 miljoen gulden in 1998 volgens de begroting “geparkeerd op een administratieve post”. Bij nota van wijziging op de ontwerp-begroting 1995 zal nog voor de begrotingsbehandeling door de Tweede Kamer, eind oktober, “concrete invulling van deze taakstelling plaatsvinden”. Om de bezuiniging van 300 miljoen te kunnen realiseren zal het volgens minister Wijers noodzakelijk zijn de benodigde ombuigingen “voor het grootste deel reeds per 1 januari 1995 in te laten gaan”.

In een toelichting op de begroting zegt de minister dat “verliezen die genomen moeten worden zo snel mogelijk genomen moeten worden”. “Het heeft”, aldus Wijers, “geen zin om daar lang bij stil te staan.” Wijers is niet van plan bij het invullen van de bezuinigingen de “kaasschaaf” te hanteren. “Niets is zo dodelijk voor een organisatie als jaar in jaar uit 5 procent op kosten te besparen. Dat geeft een slechte sfeer. En als er weer wat economische ruimte is, zijn die kosten zo weer terug.”

De minister wil daarom “keuzes maken”. Hij wil “het momentum van de bezuinigingen” gebruiken om dingen te realiseren waarover al tien jaar alleen maar wordt gesproken. Als voorbeeld noemt Wijers het laten aansluiten van de technisch-wetenschappelijke infrastructuur op de behoeften van het midden- en kleinbedrijf.