Den Haag broeit op weg naar troonrede

DEN HAAG, 20 SEPT. Politiek Den Haag leek de afgelopen dagen een oase van rust maar in werkelijkheid broeide het van activiteit. Er werd gelezen, gestudeerd, vergaderd en gesproken op personferenties; zij het allemaal onder een strikt embargo van de Rijksvoorlichtingsdienst. In Den Haag heerste - zonder dat de burger er enige notie van had - de 'staat-van-embargo' onder ambtenaren, politici en journalisten.

Vrijdagochtend deelt de Rijksvoorlichtingsdienst de stukken van de begroting uit aan journalisten die een plechtige verklaring moeten ondertekenen dat zij tot dinsdagmiddag niets onthullen. 's Middags begint een serie persconferenties van ministers voor de parlementaire journalistiek, wederom moet de plechtige verklaring wordt onderschreven. Het CDA, de oppositie, kreeg de Miljoenennota zaterdag en alle fractieleden spraken in Lage Vuursche, na een leespauze, over hun oppositie-strategie. De partijen sturen hun reacties, ook 'onder embargo', rond in Den Haag. Het voorlezen van de Troonrede is het begin van een politiek proces voor de schermen. Maar achter de schermen is het ritueel zorgvuldig op de rails gezet, met instemming van allen. Embargo-schending, in Den Haag het grootste vergrijp, leidt tot excommunicatie.

Het regeerakkoord en de regeringsverklaring hadden al veel verraden over de inhoud van deze begroting. Deze paarse coalitie is weliswaar nieuw maar over de begroting was weinig nieuws te melden. Voor veel van de bewindslieden was de begrotingstoelichting een debuut. Er waren veel nieuwe gezichten, zij het zonder echt nieuw beleid. Sommige ministers, zoals Voorhoeve (defensie), Van Mierlo (buitenlandse zaken) en Pronk (ontwikkelingssamenwerking) gaven geen persconferentie omdat ze niets te vertellen hadden. “Geen enkel nieuws onder de zon” bleek het motto in de hoek van het buitenlands beleid. De drie gaan zich de komende twee jaar, tijdens een grote herijkingsoperatie, bezinnen op de buitenland-koers van de sociaal-liberale coalitie.

Het ging bij de persconferenties echter vooral om de presentaties van nieuwe gezichten. De vraag was hoe de ministers overkwamen, hoe hun stijl zou zijn en hoe zij de taakverdeling zagen. Minister Wijers (economische zaken) zei nogal onwennig - hij werd bijgestaan door de ambtelijke top - dat zijn begroting een “technisch karakter” had. “Als nieuwe bewindslieden kon je nauwelijks een stempel drukken op deze begroting. Het gaat om lichte accentverschillen, dat is alles”. Hij gebruikte lichtbeelden om de pers de huidige toestand van de Nederlandse economie uit te leggen. Hij had goed nieuws: “De economie trekt fors aan”. En slechts nieuws: “De werkloosheid blijft hoog”.

Stijl verschilt soms behoorlijk. Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat), de tegenpool van haar CDA-voorgangster H. Maij-Weggen, hanteerde een andere methode. Ze las een uit de hand gelopen persverklaring voor. De Betuwelijn, het troetelproject van Maij-Weggen, wordt nog eens wat nader bekeken en het spitsvignet staat ter discussie. Twee uur later, op het ministerie van VROM, sluit minister De Boer zich aan bij Jorritsma's betoog dat er van nieuw beleid nauwelijks sprake is. Het gaat nu om de uitvoering van het NMP, “en dat wordt nog een hele klus”. Op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft minister Borst-Eilers eenzelfde boodschap: “Allerlei rapporten die de afgelopen jaren door allerlei commissies zijn gemaakt, worden uitgevoerd”.

Bij de nieuwe bewindslieden stond niet een paarse ommekeer van Nederland in het middelpunt, maar “stroomlijning en ambtelijke reorganisatie”. Het duo Melkert-Linschoten, respectievelijk minister en staatssecretaris van sociale zaken, presenteert zich als een slagvaardig team. In de portefeuille-verdeling, een gevoelig punt bij beginnende bewindslieden, moeten veel “dwarsverbanden” worden aangelegd. “De schotten moeten weg”, aldus Melkert in het perscentrum Nieuwspoort. Op de achtergrond dreunt bij beiden de partijpolitieke retoriek nog een beetje na. Melkert wil een sociaal beleid voeren gericht op voorkoming van de “tweedeling”. “Er mag geen onderklasse ontstaan”. Dat is, zo meent hij, “het bindmiddel” van de coalitie. Linschoten noemt sociale zaken tevens interessant “voor een liberaal”. Hij vindt dat Nederland moet “dereguleren en prikkels” moet aanleggen in het sociale systeem.

Voor minister Sorgdrager (justitie) is alles nog nieuw. Stroomlijning is op haar departement ook tot de hoogste taak verheven. “We moeten aandacht hebben voor de uitvoering. Nuchter en realistisch. Bij de criminaliteitsbestrijding moeten we dus geen overdreven verwachtingen hebben van spectaculaire resultaten”. Bij de buren, het ministerie van binnenlandse zaken, is meer politieke ervaring aanwezig. Minister H. Dijkstal, bijgestaan door de staatssecretarissen M. Kohnstamm en T. Van de Vondervoort, vat de stroomlijningsgedachte samen in andere termen. “We moeten de bestuurlijke lappendeken in Nederland overzichtelijker maken”. De nieuwe gezichten zijn vooral zakelijk, to the point. Grappen behoren tot de grote uitzonderingen. Behalve op het minister van financiën - waar humor het minst is te verwachten - ontstaat een melige sfeer als minister Zalm vragen beantwoordt. Hij beschermt met liefde zijn vroegere werkgever: het Centraal Planburau (CPB). De roep om een concurrerende, tweede CPB wimpelt hij af met een antwoord uit de doos van voorganger Kok: “Daar is geen geld voor”.